Een nieuwe taal voor Nederland?

Door Marc van Oostendorp


Het 8 uur-journaal heeft het vorige week niet gehaald, het bericht dat Nederland desgewenst ineens een taal rijker zou kunnen zijn: het Bildts, de taal die gesproken wordt in de Friese gemeente It Bildt. De Friese pers besteedde er wel enige aandacht aan: in het gemeentehuis was een rapport aangeboden van de Fryske Akademy en Mercator waarin stond dat het plaatselijke dialect best de status van een regionale kon krijgen volgens het Europees Handvest voor Regionale Talen of Talen van Minderheden.

Het Bildts heeft in de provincie Fryslân een aparte status. Het is van oorsprong een Hollands dialect dat in de loop der eeuwen sterk door het Fries beïnvloed is. Volgens het rapport geeft het dat een unieke status: het raakte al van het Hollands afgescheiden voordat er een Nederlandse standaardtaal ontstond en kan dus geen ‘dialect van het Nederlands’ genoemd worden. Het is bovendien ook duidelijk geen Fries dialect.

Dat is het argument, dat heel vernuftig in elkaar zit, maar dat niemand zal overtuigen.

Rhetoromaans

Het belangrijkste bezwaar is dat het rapport suggereert dat er een redelijke definitie is van wanneer een taal wel of niet tot een dialect van een standaardtaal gerekend kan worden. Zo’n argument valt echter niet wetenschappelijk vast te stellen: je kunt voor elk dialect iets verzinnen dat het anders maakt dan andere dialecten, iets in de geschiedenis dat ervoor heeft gezorgd dat het net wat anders werd dan andere streektalen, en dan beargumenteren dat dít dialect om díé reden echt een aparte status verdient. De dialecten van de Hanze-steden zijn indertijd ook beïnvloed door Platduits. Het Leids is ontstaan na grote Vlaamse invloed. In Alkmaar zijn nog duidelijk Westfriese invloeden te bespeuren.

Het Handvest laat landen dan ook vrij om zelf te bepalen welke talen er wel of niet onder het handvest vallen. Niemand hoeft te ‘toetsen’ of het wetenschappelijk wel klopt. Landen maken van die vrijheid ook gebruik: Zwitserland heeft bijvoorbeeld het Rhetoromaans erkend, hoewel dat zelfs een van de vier officiële standaardtalen van het land is.

Te gek

Een of andere wetenschappelijk rapport is dus feitelijk niet nodig, als de politieke wil er is. En als die wil er niet is, heeft zo’n rapport geen zin. Zoals de Leeuwarder Courant al meldt, is het uiteindelijk aan de politiek om te beslissen.

Die politiek heeft meer dan tien jaar geleden al besloten dat er geen nieuwe erkenningen meer komen. Een aanvraag voor erkenning van het Zeeuws werd toen afgewezen. In het Bildtse rapport wordt uitvoerig geprobeerd om allerlei verschillen tussen het Bildts en het Zeeuws aan te wijzen (het Zeeuws ligt vast aan Holland, het heeft weinig infrastructuur voor de taal en zo voort), maar al die argumenten doen er niet toe. Het Zeeuws is indertijd de status niet ontzegd omdat er onvoldoende taalkundige argumenten waren voor erkenning, maar omdat de politiek vond dat het niet te gek moest worden met al die minderheidstalen.

Er is weinig reden om te denken dat de politiek er nu anders over denkt, en dus kun je je afvragen waarom de opstellers van hun rapport zoveel tijd hebben gestoken in het bedenken van semi-wetenschappelijke argumenten in een discussie waar de wetenschap er helemaal niet toe doet.