Wanneer zeg je ‘dan’ dan?

Waar ga je heen dan?

Wat Hollanders (onder wie ikzelf) vaak schijnen te doen, is dan achter een vraag plakken. Misschien ken je het wel. Waar ga je heen, dan? Moet je niet naar school, dan? Hoe oud is hij, dan? Ik doe het al zo lang en zo hardnekkig, dat ik er niet eens erg in had, totdat een kennis dit blijkbaar typisch Hollandse kenmerk aanstipte. Het woordje dan verwijst hier niet naar een bepaald moment of een bepaalde situatie. Maar wat doet dan dán?

Het woord dan versterkt de “vraag-heid” van een vraag. Ik heb het gevoel dat een zin mét dan (Waar ga je heen dan?) niet altijd inwisselbaar is met een zin zonder dan (Waar ga je heen?). Zo zet ik zelf altijd dan achter een vraagzin, als ik het ook echt bedoel als vraag. Retorische vragen komen dus nooit met dan. Kijk maar naar de volgende voorbeelden.
Heb je de was al opgevouwen, dan? zou ik aan m’n zusje kunnen vragen als zij had beloofd de was op te vouwen en wegloopt, terwijl ik haar de was nog niet heb zien opvouwen. Dit hoeft niet per se streng te klinken. Het kan eerder bezorgdheid of nieuwsgierigheid zijn. (Desnoods bemoeizucht.)
Heb je de was al opgevouwen? vraag ik eigenlijk bijna nooit. Als ik dit zeg, is het waarschijnlijk alleen retorisch. Ik kom bijvoorbeeld de woonkamer binnen en zie dat de was opgevouwen is, terwijl ik dat totaal niet had verwacht. Ook kan het, op een nare toon, aansporend gebruikt worden. Geen echte vraag dus, over het algemeen.
Waar ga je heen dan? zou ik bijvoorbeeld zeggen als ik een kennis langs zie lopen met een backpack op z’n rug. Ik wil serieus weten waar hij heengaat.
Waar ga je heen? klinkt streng. Dit zou een juffrouw tegen een leerling kunnen zeggen als die het lokaal uit loopt, terwijl er een toets gaande is. Dit is dus eigenlijk bijna altijd wel retorisch. Zo van: blijf hier! Je kunt het wel vragen en het menen tegelijk, maar dan moet je het op een heel duidelijk vragende toon zeggen en er belangstellend bij kijken. Anders is het raar.
Een vraag zonder dan kan verder voorkomen bij citaten, bijvoorbeeld in een quiz: Welk Afrikaans land telt de meeste inwoners? Als je aan deze vraag dan toevoegt, wil je het opeens echt zélf weten en ga je er ook vanuit dat de aangesprokene het antwoord weet.
Nog iets: Als je uit het niets een vraag stelt, kun je er nooit dan aan toevoegen. Je kunt nooit zomaar vragen Wat is je lievelingskleur dan? Dit kan alleen gezegd worden als de gevraagde er bijvoorbeeld niet uitkomt wat voor kleur tas ze zal nemen en er hier een gesprek over gaande is. Toch hoeft er niet per se over het onderwerp te zijn gespróken. Ik kan best ’s ochtends aan de ontbijttafel aan mijn broertje vragen Hoe laat moet je op school zijn dan? De vraag komt niet helemaal uit de lucht vallen, want de eerstvolgende activiteit voor hem is school en hij bereidt zich er nu op voor. Maar als ik op zo’n moment wil vragen hoe laat zijn concert volgende week begint, zal de vraag ongeveer als volgt luiden: Hoe laat begint eigenlijk je concert volgende week?
Dan komt dus altijd voor in een vraag, behalve als die retorisch is of als de vrager anderszins niet écht nieuwsgierig is naar het antwoord en niet verwacht dat de ander het antwoord weet. Ook moet een vraag met dan niet uit de lucht komen vallen. Dit alles concludeer ik nu uit mijn eigen intuïtie, maar hoe zit het met jullie? Gebruik jij dan aan het einde van een vraag? En wanneer dan?