Het houdt te maken met weervoorspellingentaal

Door Marc van Oostendorp


“De kustprovincies houden dan ook tot en met vanavond te maken met zware windstoten tot ca. 80 km/uur”, meldde het KNMI onlangs, en ergens in Nederland gingen een paar wenkbrauwen omhoog – wenkbrauwen die uiteindelijk bij mij terecht kwamen. Wat was hier aan de hand?

Het klinkt raar, die zin, en in het bijzonder de constructie “te maken houden met”. Tegelijkertijd: je kunt wel zeggen “de kunstprovincies krijgen” of: “hebben te maken met windstoten”. En in andere constructies kun je in zulke gevallen ook houden invullen voor krijgen  of hebben (‘we hebben/krijgen/houden contact”).

Wie de constructie googlet ziet dat de constructie wel voorkomt, en dan vooral in weerberichten, hoewel ook wel een enkele keer elders. Toen ik het vroeg aan Hans Broekhuis, de hoofdauteur van het gezaghebbende naslagwerk Syntax of Dutch zei hij dat hij er logischerwijs niets verkeerd aan kon vinden. Je kunt immers bijvoorbeeld ook zeggen “we houden de plantjes nat”, en nog belangrijker, wanneer je blijven toevoegt wordt de zin ineens volkomen gewoon: “De kustprovincies blijven dan ook te maken houden met zware windstoten”.

Maar waarom zou blijven hier dan verplicht zijn, terwijl het dat niet is in we houden de plantjes nat? Broekhuis zette een heel betoog op, waaruit vooral blijkt dat hij ook met zijn handen in het haar zit. Hij geeft ons wel een aardig inkijkje in het hoofd van de syntacticus.

Misschien, opperde hij, moet het onderwerp in dit soort constructies actief betrokken zijn bij het houden. Aan die voorwaarde wordt wel voldaan in we houden de plantjes nat, maar niet in we houden te maken met storm, en dus is die laatste zin verkeerd. Maar ja, aan de andere kant kun je ook weer vrij gemakkelijk zeggen “we houden het nog even nat”, in de betekenis “het blijft nat”, en daar kun je toch ook onmogelijk zeggen dat we erg actief betrokken zijn bij de nattigheid. Dus is er misschien een lijdend voorwerp nodig (plantjes, het).

Maar dan weten we nog steeds niet waarom dat niet geldt voor we blijven te maken houden met slecht weer. Andere koppelwerkwoorden lijken de constructie ook een stuk op te knappen: we lijken  of schijnen te maken te houden met slecht weer zijn allebei heel acceptabele zinnen.

We hebben hier dus te maken met een driedubbel raadsel. Waarom, oh waarom zou houden te maken met verkeerd zijn? Waarom wordt een stuk beter met een koppelwerkwoord? En waarom trekken weermannen en -vrouwen zich als enigen hier allemaal niks van aan?