Is Duits verstaanbaarder dan Nederlands?

Door Marc van Oostendorp

Dat er een asymmetrie is, wisten we al. Uit eerder onderzoek was al gebleken dat Nederlanders door de bank genomen makkelijker Duits verstaan dan andersom. Waar dat precies aan ligt, is minder duidelijk. Komt het doordat relatief veel Nederlandstaligen Duits op school leren? Doordat wij vaker naar Tatort kijken dan zij naar Flikken? Doordat zij nu eenmaal een grotere taal hebben die bovendien gesproken wordt in een economisch machtiger gebied?

Of zou het ook aan de talen kunnen liggen? Op die vraag richten Charlotte Gooskens, Vincent van Heuven en Renée van Bezooijen zich in een nieuw artikel in het vakblad Linguistics. Zij deden daarvoor iets voor de hand liggends dat desalniettemin nooit eerder gedaan was:

ze onderzochten Duitse en Nederlandse kinderen die relatief ver van de grens woonden, de andere taal niet kenden en geen duidelijke (negatieve) mening over het andere volk hadden. Ze legden die kinderen woorden uit de andere taal voor en vroegen wat ze konden betekenen. De Nederlandse kinderen kregen Vater en Mensch, de Duitse vader en mens.

Asymmetrieën

Wat bleek? De Nederlandse kinderen konden gemiddeld de vreemde woorden beter thuisbrengen dan de Duitse. Al moeten daar meteen wel een paar nuances bij worden aangebracht. Zo was het verschil niet heel groot (de Nederlandse kinderen hadden 50% van de woorden juist, de Duitse 41%) en deden de onderzoekers helaas geen onderzoek naar de verstaanbaarheid van de woorden in de eigen taal bij ieder van de twee groepen. (Dat lijkt me relevant omdat alle woorden waren uitgesproken door dezelfde tweetalige spreekster, die echter Nederlands en Zwitser-Duits sprak, terwijl de Duitse kinderen uit Oldenburg kwamen.)

Wat moeten we met de resultaten? Gooskens en haar mede-auteurs zijn daar heel voorzichtig over. Ze onderzoeken ieder woord apart om te zien welke fonetische en fonologische details precies hebben bijgedragen aan asymmetrieën. Dat de Nederlandse kinderen Zeit makkelijker begrepen dan de Duitse kinderen tijd, komt misschien doordat het Nederlands geen [ts] heeft en je die klank dus makkelijk kunt mishoren voor een [t], en [aj] bovendien een mogelijke uitspraak is van de ij. Omgekeerd hebben Duitsers een verschil tussen [ts] en [t] aan het begin van het woord, en hoort de Nederlandse ij-klank niet tot het Duitse repertoire.

Woordparen

Maar als je zo te werk gaat, blijft er uiteindelijk natuurlijk geen echt resultaat meer over, behalve dat het ene woord makkelijker te begrijpen is in het Duits en het andere in het Nederlands. Dat er een percentueel verschil is, ligt dan misschien maar alleen aan de toevallige selectie van 40 woorden die de onderzoekers hebben gemaakt. Bij een andere selectie was het Nederlands misschien als kampioen begrijpelijkheid naar voren gekomen. Ik begrijp wel dat de onderzoekers dat toeval willen uitsluiten door statistische methoden, maar het artikel maakt niet duidelijk of de laatste 40 uit de 100 geschikte woordparen willekeurig gekozen zijn. Bovendien: dit onderzoek gaat over zelfstandig naamwoorden, maar wat zou er gebeuren bij werkwoorden, functiewoorden of hele zinnen?

In de slotparagraaf suggereren de auteurs dat het een oplossing zou kunnen zijn om naar nog meer fonetische details te kijken. Hoeveel waardering ik ook voor de auteurs heb, mij lijkt dat een heilloze weg. The devil is in the details, zegt de ondertitel van dit artikel. Ik vraag me af of je in dit geval via die details wel bij het algemene punt kunt komen,