Ik luk dat

Door Marc van Oostendorp


Taalverandering waar je bijstaat,” meldde onlangs een jonge moeder op Facebook. Haar zoontje had gezegd Ik luk dat.

Het is helemaal niet onwaarschijnlijk dat het Nederlands inderdaad dat zoontje gaat volgen. Wie weet wat de eenentwintigste eeuw ons nog allemaal gaat brengen! De verandering gaat in ieder geval de juiste kant op.

Waarom is de ene woordgroep het onderwerp van een zin en de andere woordgroep het lijdend voorwerp? Dat moet je voor een deel uit je hoofd leren: het hangt maar van het werkwoord af. In het Engels is I het onderwerp in I like that terwijl in het Nederlands Dat het onderwerp is van dat bevalt mij.

Toch wordt iedere taal geteisterd door een almaar voortdurende hang naar logica.
Het onderwerp is ‘degene die de handeling uitvoert’ heb ik in ieder geval zo indringend op de basisschool geleerd dat het mijn arme hoofdje niet meer uitwil, ook al weet ik dat het onzin is: welke handeling voert dat uit in dat bevalt mij of het in het kan vriezen of het kan dooien? Maar dat ezelsbruggetje benoemt wel een tendens, en een die niet alleen bestaat in hoofdjes als het mijne.

Langzaam maar zeker verschuiven werkwoorden daarom in die richting. Waar men vroeger zei, mij lust dat niet zegt men nu ik lust dat niet; waar je vroeger zei mij dorst, mij lanct, mij droomt zeg je nu ik heb dorst, ik verlang, ik droom. Waar sommige schoolmeesters nog voorschrijven ons mankeert niets zeggen steeds meer mensen wij mankeren niets. Mensen zijn de beste onderwerpen van zinnen.

En nu loopt er dus ergens in Amsterdam een hummeltje dat de volgende stap gezet heeft en ik luk dat zegt in plaats van mij lukt dat. En omdat ik altijd in ben voor een taalverandering ben ik het nu zelf ook enorm aan het oefenen: ik luk dat, ik luk dat, ik luk dat. Het wordt een succes! Ik voel het. Mij lukt dat begint al behoorlijk ouderwets aan te voelen.