Dat ze haar hand maar eens in eigen boezem steekt!

Door Marijke De Belder
De spelling is als het slag mensen dat er vilein genoegen in schept wanneer je een puistje, een haar op je tepelhof of een extra pondje ontwikkelt. In elk futiel falen weet zij het leedvermaak te vinden. Zo zit zij vanop haar troon hautain met haar hete adem in je nek te blazen smekend om de dag waarop je over choquante przewalskipaarden moet schrijven of –oh, geen schitterender jolijt- een dt-fout maakt.
Als een zwaard van Damocles hangt ze boven onze hoofden en ze lijkt daarbij niet te beseffen dat ze slechtgesmeed is. Want wat er soms echt fout gespeld is, is de spelling zelf. Aha, laat ons het daar eens over hebben!

We hebben allemaal moeten leren dat het zelfstandig naamwoord grootte als grootte wordt gespeld en niet als grote. Daar is een goede reden voor. Het bestaat immers uit de stam groot en het woorddeeltje –te, net als breed-te, leng-te en hoog-te. Dat moet je dus maar begrijpen als je niet tot in de diepste laagtes van de achting van Hare Majesteit De Spelling wil vallen.

Ik wil dat best begrijpen. En daarom denk ik ook dat we tachttig zouden moeten schrijven in plaats van tachtig. Want, kijk, tachtigbestaat uit het woorddeeltje t-, de stam acht en het woorddeeltje –tig. Dat het laatste deel –tig is en niet –ig, hoor je duidelijk in vijf-tig, zes-tig, zeven-tig en negen-tig. Dus als we consequent zijn, schrijven we t-acht-tigoftewel tachttig. Kortom, de foute juiste spelling van tachtig is lastig.

Wil ik er nu voor pleiten om voortaan maar tachttigte schrijven? Nee, niet echt. Maar ik wil u er wel op wijzen dat u met een wispelturige pestkop van een koningin te maken heeft die perfectie van u eist terwijl ze zelf haren op haar tepelhof heeft.