Zo lief, zo rustig, zo bloeiend

Door Marc van Oostendorp

Herman Gorter was een meester van het zo. Vooral als hij verliefd was kon hij er wat van: “Zie je ik hou van je, / ik vin je zoo lief en zoo licht — / je oogen zijn zoo vol licht” dichtte hij dan. En ook de liefdesbrieven in de onlangs verschenen bundeling Geheime geliefden staan vol zo‘s. “Daardoor kan ik ook zoo heerlijk bij je zijn,” schreef hij aan Ada Prins, “daardoor is je omgeving en je aanraking zoo veel, zoo iets voor mij wat ik wel voelen maar niet noemen kan, daardoor word ik zoo rustig en zoo bloeiend bij je, en mijn hoofd en mijn lichaam zoo heel anders.”

Wat bedoelde hij daarmee? Hoe rustig en hoe bloeiend werd hij precies?

Meestal betekent zo, volgens het WNT, ‘in een bepaalde mate, of op een bepaalde manier die uit de context blijkt’. Ook in dat zo was Gorter natuurlijk de ongekroonde koning. Als hij in Mei schrijft “zóó wil ik dat dit lied klinkt”, dan is daar een uitgebreide specificatie aan voorafgegaan van hoe dan precies (“als het geluid dat ik eens hoorde op een zomernacht”).

Maar in de liefde ontbreekt die specificatie. Je bent zo lief en zo licht, zonder dat ik erbij zeg hoe dan.

Het is helemaal geen ongebruikelijke manier van zeggen: niet alleen dichters doen het, twitteraars ook:

Natuurlijk wordt zo hier steeds gebruikt om een hoge graad weer te geven, en als een soort synoniem van heel of erg. Toch klinken “Zie je ik hou van je / ik vin je heel lief en heel licht” of “lisa is heel lief man, heel heel heel” heel anders dan het oorspronkelijk – krachtelozer.

Ik denk dat dit zo is doordat zo de lezer of luisteraar er meer betrekt. Wanneer ik jullie nu vertel dat ik heel heerlijk bij jullie ben, dan spreek ik mijn eigen oordeel uit, dat jullie eventueel voor kennisgeving aannemen. Maar wanneer ik zeg dat het zo heerlijk is, ga je toch even op zoek naar vergelijkingsmateriaal en word je gedwongen die heerlijkheid meer voor ogen te zien.

Het is een beetje als het (van) die mensen die dat sommige mensen graag gebruiken (“van die mensen die gaan klappen als het vliegtuig geland is”). Ook die wijst normaal gesproken een bepaalde groep uit waarover de contekst uitsluitsel is gegeven. Maar er wordt bij deze uitdrukking helemaal geen eerder genoemde groep aangehaald. Maar juist door het die wordt een band gecreëerd met de lezer: oh ja, zulke mensen ken ik ook!

Met het creëren van zo’n band is Gorter in correspondentie met zijn geliefden de hele tijd bezig. “Weet je nog…” is een zin die hij ook de hele tijd gebruikt. Zo zet hij op een subtiele manier de hele tijd hun eigen fantasie in werking: ja, ik weet het nog! Ja, zo anders is zijn lichaam! En wat jezelf bedenkt maakt altijd meer indruk.