Schoon geverrefd

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (7)
Het eerste Nederlandse sonnet bestaat 450 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp


Dat je herfst naar believen kunt uitspreken als herrefst en arm als arrem komt de dichters al eeuwen maar al te goed uit. Een tijdje geleden schreef ik over Annie M.G. Schmidt, die regels schreef als pardon, ik ben hier zelf vreemd, waar het heel duidelijk de bedoeling is dat je zellef leest om de regel te laten lopen.

Die ambiguïteit kwam ook Jan van der Noot al goed uit om af en toe een beetje te smokkelen, al deed hij dat precies in de omgekeerde richting van Annie Schmidt, bijvoorbeeld in het volgende beroemde sonnet:

Heur ooghen syn als twee schoon Esmerauden,
  Blinckende claer gheensins om te verlichten
  Fraeykens gheset voor alle mans ghesichten,
  In tweé peerlen de schoonste die bedauden
Aurora oyt alssy d’Oosten verlauden:
  Schoonder dan gout syn die my dick beuichten,
  Heur wynbraukens ende heur suyuer vlichten,
  Soo schoon gheueruft dat sy my dick benauden:
Dan out yuoir syn witter heur schoon tanden,
  Neerstich bewaert met twee coralen randen.
  Dees’ veruwen al, heur soo suyuer vertoonen
In heur aensicht, wel weerdich om te croonen,
  Dat sy my ghants van herten en van sinne
  Verandert nou hebben deur heur reyn minne.

(Haar ogen zijn als twee mooie smaragden, die helder blinken en niet lichter kunnen zijn, mooi gezet voor ieders blik in twee prachtige parels die Aurora bedauwde, toen die ooit het oosten tot leven bracht; mooier dan goud zijn de dingen die mij vaak aangrijpen: haar wenkbrauwtjes en haar fraaie vlechten, zo mooi gekleurd dat ze me dikwijls bij de keel grepen. Witter dan oud ivoor zijn haar mooie tanden, zorgvuldig beschermd door twee koraalranden. Al deze kleuren vertonen zich zo zuiver in haar gelaat, dat het wel waard is om gekroond te worden, dat zij mij geheel veranderd hebben van hart en van zin door reine liefde voor haar.)

Iedere versregel in dit gedicht heeft elf lettergrepen – dat was de Franse praktijk die Van der Noot vaker volgde. Maar om het tellen helemaal precies te krijgen moet je wel aannemen dat gheueruft (geverrefd) en veruwen (verreven) allebei twee lettergrepen tellen en niet drie zoals je op basis van het schrift zou vermoeden. Waar Schmidt één lettergreep (zelf) schreef en er twee bedoelde, schreef Van der Noot er twee (veruf) en bedoelde er één (verf).

Dat hij een u schreef in plaats van een e, heeft misschien te maken met het feit dat de klinker onmiddellijk naast een w stond. Die w (die heel erg lijkt op een heel kort uitgesproken u, probeer het maar) kleurde de toonloze e mogelijk een beetje. Nog steeds is het trouwens zo dat uw in het rijtje me, je, z’n, d’r zou moeten passen.

Kennelijk was Van der Noot (of eventueel de zetter) zo gewoon om die woorden met die extra u te schrijven, dat hij het ook hier bleef doen. Maar tegelijkertijd klonk verruf kennelijk zo sterk als verf, dat hij het maar een keer meetelde om het in het strenge schema van zijn dichtkunst te vangen.

Met dank aan Frank Willaert voor hulp bij de hertaling.