De innerlijke stem…

Door Marc van Oostendorp

Als ik wat mensen onder de hersenscanner zou mogen leggen, dan zou ik geloof ik proberen uit te vinden hoe het zit met de innerlijke stem. Hoe vaak klinkt hij in een mensenhoofd? En vooral: hoe?

We weten inmiddels iets over de innerlijke stem tijdens het lezen, bijvoorbeeld uit Amerikaans onderzoek van een paar jaar geleden. Bij lezen is het natuurlijk het makkelijkst te onderzoeken: je weet welke zin er iemands hoofd binnenkomt en dus waar je naar moet zoeken. Dan blijkt dat tijdens het lezen inderdaad een specifiek hersengebied actief wordt: het gebied dat bedoeld is voor de verwerking van geluid, en nog specifieker dat van spraakgeluid.

Het is natuurlijk heel fijn dat we dat nu alvast weten, maar ik zou verder willen gaan.
Wat is bijvoorbeeld de klank van een leesteken? Ik heb daar heel sterke gevoelens bij, maar die vallen nauwelijks te articuleren. Wetenschappelijk onderzoek zou daar uitkomst moeten bieden, maar zulk onderzoek bestaat jammer genoeg niet.

Studiemateriaal

Neem nu de column die Theodor Holman gisteren schreef in Het Parool. Ik vermoed dat hij deze in betrekkelijk grote haast heeft geschreven. Het staat bijvoorbeeld vol overbodige zinsdelen (‘ik bedoel’, ‘etcetera, etcetera’, ‘in en door onze rechtsstaat’). Hij overtreedt daarmee een paar informele regels voor het gebruik van leestekens, en dat maakt dit stukje juist zulk interessant studiemateriaal.

Zo staan er maar liefst twee beletseltekens in:

  • Dan is hij veilig…
  • Ik wil niet het cliché oprakelen dat het hotels zijn, maar toch…

Goedkoop

Waarom maken zulke beletseltekens toch zo’n suffe indruk? Ze staan duidelijk voor een veelbetekenende stilte: zou je die stilte ook echt in je hoofd horen? Zou bij het lezen van zo’n zin het veelbelovendestiltegebied oplichten? En waarom mag je die stilte dan eigenlijk niet opschrijven? Ik gebruik hem graag wanneer ik bijvoorbeeld college geef, maar zal hem niet snel op het beeldscherm toveren. Het beletselteken ziet er vaak goedkoop uit. Waarom?

Interessant genoeg gebruikt Holman in de column ook een ander leesteken overvloedig – het gedachtestreepje. Dat correspondeert voor mijn gevoel vooral met intonatie, met een toonhoogtebuiging waarvan ik weer heel graag zou willen weten of je hem op een scan kunt zien. En dan vooral in deze

  • Als ze vrij rondlopen, zijn ze doelwit van collega’s – en dus laat een jongen als Dick Vrij – nomen est omen – zich vrijwillig in de gevangenis opsluiten.

Uitkomst

De meeste redacteurs zouden waarschijnlijk vinden dat hier minstens één gedachtestreepje teveel staat, en die dan vervangen door een komma; maar naar mijn gevoel zou de zin dan anders klinken.

Hoe leestekens in je hoofd klinken, dat valt nauwelijks met iemand te delen. Ik zou kunnen proberen het voor te doen, maar dan hebt u toch mijn échte stem en niet mijn innerlijke. Alleen hersenonderzoek kan hier uitkomst bieden. Daar wachten we dus maar op…