Ik help soms af en toe.

Door Marc van Oostendorp

Soms komen de mensen in grote nood naar je toe. Deze keer was het een nicht die ruzie had met haar dochter. In het woordenboek had de nicht gelezen dat af en toe en soms synoniemen van elkaar zijn. Maar haar dochter beweerde dat dit niet klopte, omdat er verschil was tussen de volgende zinnen:

  • De zon laat zich morgen af en toe zien.
  • De zon laat zich morgen soms zien.

De tweede zin klinkt raar. Ik heb hem de afgelopen dagen aan een aantal mensen voorgelegd, en iedereen was het erover eens: zo kun je dat niet zeggen, in zo’n geval kun je beter af en toe gebruiken.

Wat is hier aan de hand?
Helemaal zeker weet ik het niet: de wetenschap zit weer eens met de handen in het haar. Maar misschien kunnen de volgende twee zinnen enig licht werpen in de duisternis:

  • Ik zoek iemand die af en toe wil helpen achter de bar.
  • Ik zoek iemand die soms wil helpen achter de bar.
Die zinnen zijn allebei mogelijk, maar naar mijn gevoel is er een subtiel verschil van betekenis.

In de eerste zin ben ik uit op iemand die (altijd) bereid is om op gezette tijden te helpen. In de tweede zin heeft is die persoon slechts een enkele keer zin heeft om te helpen. In de eerste zin hoort af en toe vooral bij helpen. In de tweede zin hoort soms vooral bij willen.

Het lijkt er dus op dat af en toe bij het dieper ingebedde hoofdwerkwoord zit, en soms bij het hoger ingebedde hulpwerkwoord. Om het nog iets technischer te zeggen: af en toe zegt iets over de handeling (af en toe helpen is als het ware een beschrijving van een bepaalde activiteit, los van tijd en ruimte), soms is een soort tijdsbepaling die iets zegt over de actuele stand van zaken (iemand heeft soms zin).

Vandaar misschien ook het verschil tussen de twee zinnen over de zon. De eerste zin beschrijft wat de zon morgen gaat doen: zich af en toe laten zien. In de tweede zin komt soms in conflict met morgen: gaat dat evenement van de zich vertonende zin nu morgen plaatsgrijpen of soms? Wanneer je morgen weglaat, wordt de zin dan ook onberispelijk:

  • De zon laat zich soms zien.
Mijn collega Hans Broekhuis wijst me er nog op dat er ook een verschil is tussen de laatste twee zinnen in het volgende rijtje:
  • Ik vind het fijn dat jij soms helpt.
  • Ik vind het fijn dat jij af en toe helpt.
  • Ik vind het fijn dat jij soms af en toe helpt.
  • Ik vind het fijn dat jij af en toe soms helpt. [uitgesloten]
De derde zin betekent: wat prettig dat er tijden zijn waarop jij je overgeeft aan de activiteit ‘af en toe helpen’. De zin is goed omdat soms in zekere zin buiten af en toe staat: dat jij (soms (af en toe helpt)). Maar in de laatste zin is het andersom, en dat kan dus niet: er is geen activiteit soms helpen.

Toen ik dat allemaal had uitgelegd was de ruzie tussen mijn nicht en haar dochter bijgelegd.