Bloet en doet in de middeleeuwen

Door Marc van Oostendorp


Hoe klonk het Nederlands in de veertiende eeuw? Om een antwoord op die vraag te geven, hebben we maar weinig gegevens. De meeste sprekers uit die tijd zijn dood, dus we kunnen het hen niet vragen. Er werden nog geen opnamen gemaakt, dus we kunnen niet zelf terugluisteren. Niemand nam in die tijd de moeite in detail op te schrijven hoe hij zijn tong en lippen bewoog, dus we kunnen niets imiteren.

Gelukkig hebben we de dichters. Doordat zij gebruik maken van klankeffecten in hun gedichten, kunnen we soms iets reconstrueren; zoals Johanneke Sytsema, Janet Grijzenhout en Aditi Lahiri doen in een nieuw artikel in The Journal of Comparative Germanic Linguistics

Middelnederlandse dichters maakten bijvoorbeeld gebruik van rijm. Door nu nauwkeurig vast te stellen welke woorden wel of niet op elkaar rijmden, kun je reconstrueren welke letters nu wel of niet dezelfde klank weergeven. Zo rijmde goet op bloet, maar niet op roet. Dat constateerden Sytsema en haar collega’s gedaan in een veertiende-eeuws manuscript dat zich in Oxford bevindt, en dat Marshall 29 wordt genoemd (naar een zeventiende-eeuwse Engelse geleerde die het in Nederland kocht).
Bloot

Op zich is het niet vreemd dat goet wel op bloet rijmde, maar niet op roet. Dat is in het moderne Nederlands nog steeds zo: goed, bloed, dood. Sterker nog, bloet wordt in het handschrift ook gebruikt in de betekenis van bloot en rijmt dan niet op goed maar wel op dood. Bovendien hadden goed en dood ook in véél vroeger tijd andere klinkers: voor goed was dat waarschijnlijk ongeveer een lange o, en voor dood een au. Ook in aan het Nederlands verwante talen zijn de klinkers verschillend: gut, blut, Tod in het Duits, good, blood, death in het Engels.

Aan de andere kant: die woorden werden indertijd wel met dezelfde lettercombinatie geschreven; en er zijn ook (latere) dichters geweest voor wie al die woorden wel hebben gerijmd (ben ik tot in den doet). Die dichters spraken dus een ander dialect. Sytsema denkt dat de e op minstens twee verschillende manieren werd gebruikt: om van een  o en een oe te maken, en om van een korte o een lange te maken.

Doemen

Overigens gebruikten de schrijvers van het handschrift Marshall af en toe ook de lettercombinatie oo, maar alleen voor de klinker die wij nu nog steeds uitspreken met een lange oo. Een keer rijmt oe zelfs op oo:

Daer si deden iammer groet
Menighe kerstinne sloeghen si doot


Een curieuze klinker is die comen (komen), dat meestal geschreven werd met een enkele o, maar een heel enkele keer ook met een dubbele (coomt), maar dat rijmde op (ver)doemen:

Ende sal ten ionxten daghe comen
Alle menschen doemen


Dit is een aanwijzing dat de klinker in comen nog anders was dan die in dood, en meer leek op die in bloed, al was hij waarschijnlijk ook niet precies hetzelfde; want dan zou hij wel consequent hetzelfde geschreven zijn.

Er worden elders op de websites van serieuze kranten vandaag veel belangrijkere kwesties besproken worden – je kunt voortaan je gezondheid meten met je iPhone, van cola light kun je diabetes krijgen. Maar dat bloed, dood en comen in de veertiende eeuw in Brabant verschillende klinkers hadden, dat wilde ik jullie niet onthouden.