Een lijzig gezicht

Door Marc van Oostendorp

Ik vraag me af wat voor plaatje iemand in zijn hoofd krijgt die de volgende zin leest (Hij staat hier, in een artikel van Joris van Casteren.):

Wat later komt een mevrouw met een lijzig gezicht en een bril met dikke glazen op de kraam af.

De vraag is vooral: hoe ziet een lijzig gezicht eruit? Ik heb er niet zo’n duidelijk beeld bij: althans, ik weet wel dat de term vagelijk negatief is en ik zie zelfs wel iets voor me, maar ik heb eigenlijk geen idee of de schrijver ook maar vagelijk hetzelfde heeft gezien.

Online woordenboeken, zoals het WNT en (de betaalde) Van Dale helpen niet: geen enkele betekenis die ze noemen is precies van toepassing op gezichten.

Slungelig

Je kunt er wel allerlei andere dingen uit leren. Lijzig komt van lijs, dat verwant is met het Duitse leise, en dat dus zoveel als ‘traag’ betekent, en naar mijn gevoel betekent dat dan in het Nederlands ‘op het saaie af’. Je kunt daarom spreken van lijzig praten of een lijzige stem. Een ‘traag gezicht’ lijkt me hier niet bedoeld. Daarnaast is het woord volgens Van Dale zoveel als ‘slungelig’ gaan betekenen, maar dat is een woord dat ik vooral associeer met hele lichamen en niet met gezichten.

De vraag is dus: had die mevrouw een saai gezicht? Een lang gezicht? Een beetje van allebei? Dat is, als ik mijn ogen sluit, wel ongeveer de associatie die ik heb, maar zoals gezegd: het zijn vage associaties. Hoe weet ik dat ik dat Van Casteren diezelfde associaties heeft? En maakt een bril met dikke glazen een gezicht al niet automatisch minder saai, en trouwens ook minder lang?

AIVD

Ook Google Afbeeldingen, in dit soort gevallen vaak beter dan het beste woordenboek, biedt geen uitkomst. Het geeft voor lijzig gezicht vooral plaatjes te zien van kapsels. De reden daarvoor is dat in het commentaar bij die plaatjes dan wordt gezegd dat die-en-die coupe het gezicht van de spreekster zo lijzig maakt. Ik vermoed dat dit iets te maken heeft met het lange, en ook het saaie, maar hoe weet je zoiets zeker?

Bovendien wordt lijzig op het internet ook op een andere manier gebruikt, zoals door de journaliste Karin Spaink:

Balkenende piekert niet over excuses. Die jammert liever over nepgaatjes in Verdonks ramen, of trekt een lijzig gezicht over een handjevol Hofstad-jongens die amateurterroristje wilden spelen, en die nota bene deels bewapend lijken te zijn door de AIVD.

Paddeltje

De betekenis hier heeft geloof ik niets met saai te maken, en met lang alleen in de figuurlijke zin (‘hij trekt een lang gezicht’). Deze betekenis heeft zijn weg nog niet gevonden tot de woordenboeken, en is ook niet wat de vrouwen op de pagina’s over kapsels bedoelen, maar er valt niet uit te sluiten dat Van Casteren deze bedoelde, al suggereert de verbinding met de dikke brillenglazen wel een letterlijkere betekenis.

In de DBNL vinden we de term alleen in het jeugdboek Paddeltje uit 1908, waar mij in ieder geval ook weer onduidelijk is wat het precies beschijft: “De meester liep heel het dorp door kwaad te spreken van Paddeltje, de menschen schudden hun bol en kwamen met een lijzig gezicht zeuren en klagen bij vader en moeder.” Dat lijkt me geen saai gezicht, en hooguit lang in de figuurlijke zin, zij het toch weer wat anders dan bij Balkenende. (Hoewel het tegelijkertijd de mogelijkheid opent dat Van Casteren én Spaink allebei ook iets enigszins oubolligs willen laten meeklinken.)

Het laat zien dat taal voor sommige zaken helemaal niet zo’n geschikt communicatiemiddel is, vooral voor lichamelijke ervaringen. Wie weet er hoe een klinker klinkt die ‘dof’ is? Het probleem is dat de woorden die je gebruikt nauwelijks te definiëren zijn. Ze moeten het voor de betekenis hebben van wat vage associaties, en we weten nooit of de ander die associaties wel allemaal met ons deelt.