Over de t in godvert

Door Marc van Oostendorp

Het is nu wetenschappelijk bewezen: vloeken horen ook bij de taal. In een nieuw artikel in het tijdschrift Natural Language and Linguistic Theory gaat de Utrechtse hoogleraar Norbert Corver in op de complexe manier waarop Nederlanders kunnen vloeken – godverdesakkerdeju – en wat dat zegt over de Nederlandse taal. (Het artikel staat ook op Corvers website.)

Een van de vele aspecten die Corver behandelt is de d die opduikt in godverDeju. Wat doet die d daar? Volgens Corver komt hij soms ook voor aan het eind van het woord. Google geeft volgens hem treffers voor godverd en voor godvert: ‘Moeten ze godvert niet gaan staken!’. Die d of t heeft dezelfde functie als de klank aan het eind van sufferd en knoeiert: hij drukt iets ‘expressiefs’ of ‘affectiefs’ uit, al zegt de schrijver er niet duidelijk bij welk gevoel er dan wordt uitgedrukt.

Dat lijkt me ook niet makkelijk vast te stellen. Wat onderscheidt een knoeiert van een knoeier?
Ik geloof niet dat de eerste ernstiger knoeit dan de tweede, zoals je tussen de regels in Corvers artikel zou kunnen lezen. Het gevoel lijkt me er meer een van vertedering, die vormen met een t zeg je eerder tegen kinderen; of anders suggereer je er juist minachting mee: een knoeiert is een knoeier die het onprofessioneel, om niet te zeggen kinderachtig, aanpakt. Ik vind ‘Hij is een suffer’ zonder slot-t een beetje raar klinken, maar dat komt misschien doordat de beschuldiging van suffen bijna vanzelf gepaard gaat met de suggestie van kinderachtig, onverantwoordelijk gedrag.
De vraag is nu of de d in godverde zo’n zelfde gevoel oproept. Corver gaat daar niet op in, maar ik denk eigenlijk van wel: godverdeju en godverd lijken mij gemoedelijker dan godver of godverdomme. Die laatste vorm heeft natuurlijk ook een d, maar omdat die onderdeel is van het grotere geheel domme drukt hij niet apart iets uit.