De zon komt erbij

Door Marc van Oostendorp

Het irritante van taal is dat ze verandert waar je bij staat. Je keek net even de andere kant op en ineens blijkt er zich alweer ergens een nieuwe constructie te hebben gevormd. Zo meldde iemand op Meldpunt Taal deze week ineens het bestaan ‘de zo’n komt erbij’ als equivalent voor ‘de zo’n breekt door’.

Gelukkig hebben we sinds kort Delpher, de zoekmachine waarmee je miljoenen pagina’s gedigitaliseerde boeken, kranten en tijdschriften van de KB kunt doorzoeken. Daarmee hebben we nu ook een prachtige, objectieve formule voor taalverandering: een constructie is nieuw als ze wel via Google gevonden kan worden, maar niet via Delpher.

Volgens die formule is ‘de zon komt erbij’ inderdaad nieuw.

De oudste vindplaats is een weerbericht het Friesch Dagblad van 23 augustus 2006. Daar wordt die uitdrukking wel gebruikt alsof er niets aan de hand is en de journalist van dienst nooit iets anders gezegd heeft. (Ik kan waar ik nu ben niet bij LexisNexis, die onuitputtelijke bron, wie wel?)
De laatste jaren komt het ook buiten meteorologische berichten voor, bijvoorbeeld op een wandelblog van de Groningse taalkundige Gertjan van Noord van een jaar geleden:

Als ik vertrek duurt het maar even of de zon komt erbij. Het is helemaal prachtig. Ik vermaak me volop. Prachtige oude smalle weggetjes door het plassengebied. De eerste acht kilometers is het alleen maar genieten.

Zoals de melder op Meldpunt Taal terecht vraagt: waar komt de zon precies bij? Zijn suggestie dat het gaat om een synoniem voor ‘de zon breekt door’ lijkt me niet helemaal juist. Dat laatste suggereert eerder een plotselinge gebeurtenis: er ligt een dik pak wolken waar de zon zich doorheen worstelt. Als de zon erbij komt, is dat iets geleidelijker, meer iets dat de vreugde van de dag complementeert.

En zoals vaker bij dit soort uitdrukkingen geldt ook hier: wanneer je er eenmaal kennis van neemt, vraag je je af hoe het Nederlands eeuwenlang zonder heeft kunnen doen.