In ’t zuiden wordt niet meer ALS gezegd dan elders.

door Jan Stroop

  
 

Met de conclusie die Hubers en De Hoop trekken kan ik ’t eens zijn. Ze presenteren die aan ’t eind van hun artikel “The effect of prescriptivism on comparative markers in spoken Dutch”, waar Marc van Oostendorp onlangs de aandacht op gevestigd heeft. H&H; hebben ’t Corpus Gesproken Nederlands onderzocht op ’t gebruik van als en dan bij vergelijkingen. Hun conclusie luidt, vrij vertaald:  Zonder de strenge normatieve regel (na een comparatief volgt DAN) zou dat danallang door als vervangen zijn. En dat gaat gebeuren want als is veel geschikter voor de functie van markeerder van de comparatief dan dan. Maar zover is ’t niet. Het Nederlands heeft twee voegwoorden bij een vergrotende trap, die allebei gebruikt worden.


In hun artikel laten H&H; zien dat opvoeding en opleiding bij de keuze tussen als en dan een grote rol spelen. Hoe hoger opgeleid hoe meer men zich aan de dan-norm houdt. Een andere factor is de regio waar men woont. Vandaar dat Marc boven zijn blog kon schrijven:  Als-zeggers zijn lager opgeleid en wonen in het zuiden.”  Nu woon ik dan wel niet meer in ’t zuiden, maar ik kom er wel vandaan en dan trekt zoiets mijn aandacht. Op mijn verzoek is Helen de Hoop zo aardig geweest me ’t artikel onmiddellijk toe te sturen. En nu zit ik er ’n beetje mee. Waarom, dat zal straks blijken.

De aantallen en percentages waarmee H&H; ’t gebruik van als en dan  zichtbaar maken, spreken voor zich. Table 2, die laat zien dat ’t gebruik van alstoeneemt naarmate men lager opgeleid is, overtuigt ook, omdat ’t zo vanzelfsprekend is. Daarbij moeten we trouwens niet vergeten dat de opmars van als ook tegengehouden wordt door de neerbuigende kritiek aan ’t adres van de als-zeggers. 
Maar nu de factor regio. De onderzoekers hebben vier regio’s gedefinieerd: Noord-Nederland,  Midden-Nederland, Zuid-Nederland en Vlaanderen.  Die verdeling wijkt af van de indeling die ’t CGN gebruikt heeft. Maar goed. De regio Zuid-Nederland, mijn regio, omvat Zeeland, Noord-Brabant en Limburg.
De uitkomsten per regio wijken niet erg af van de percentages die te voorschijn komen als je ’t hele CGN doorzoekt. Een opvallende afwijking vertonen de cijfers van Table 1 alleen bij de regio Zuid-Nederland. Zie maar, dit zijn de percentages: Noord-Nederland 13.5%; Midden-Nederland 13.8%;  Zuid-Nederland 40.2%; Vlaanderen 12.8%.  In Zuid-Nederland wordt dus drie keer zo vaak als gebruikt als in de andere regio’s inclusief Vlaanderen. Een opzienbarende en onverwachte uitkomst.   
Dat kan niet waar zijn, dacht ik meteen. Laat ik daarom eens zien wat voor verklaring de auteurs geven. Deze. De Nederlandse dialecten gebruiken bijna uitsluitend als, zoals ’t Brabants dialect (“the Brabantian dialect of Dutch”). In Noord- en Zuid-Holland staan dialect en Standaardtaal dichter bij elkaar en daarom zul je daar minder invloed van ’t dialect (als dus) op de Standaardtaal tegenkomen. 
Deze verklaring kunnen we niet controleren, want Noord- Holland is ingedeeld bij de groep Noord-Nederland, samen met Groningen,  Friesland,  Drente en Overijssel en Zuid-Holland zit bij de groep Midden-Nederland. Zouden die twee Hollanden dan het percentage  als-gebruik in hun groep zo sterk hebben kunnen drukken dat ’t gelijk komt met dat van Vlaanderen? Dat zou ik dan wel eens willen zien. 
Blijft dat wonderlijke percentage van de groep Zuid-Nederland, dat zo afwijkt dat je dat als onderzoeker of als anonieme reviewer meteen gaat controleren en hercontroleren, zou je denken. Ik ben bang dat dat niet gebeurd is. Dat controleren heb ik dan maar gedaan, omdat je toch wilt weten hoe ’t echt zit. ‘Waarheidvinding’, zegmaar.  
Ik zocht in de componenten spontane spraak (a-d) van ’t CGN :
[adj. (vrij, comp. zonder)] onmiddellijk gevolgd door ALS  (dus 0-1 afstand tussen de twee)
[adj. (vrij, comp. zonder)] onmiddellijk gevolgd door DAN(idem)
H&H; hebben de afstand 0-3 genomen, waardoor ze meer hits krijgen dan bij de afstand 0-1, maar toch was hun aantal hits kleiner dan bij mij. Die afstand doet er trouwens niet zoveel toe, want ’t gaat tenslotte om de percentages. Ik heb alle hits stuk voor stuk bekeken op hun relevantie en geëlimineerd wat niet relevant was, dus wat geen voegwoord van vergelijking was, net zoals op ’t plaatje, maar dan andersom. Verder heb ik de groep uitgesplitst in de drie provincies. Dit zijn mijn uitkomsten:
Noord-Brabant
ALS:         31:      14,4%
DAN:      185:      85,6%
Zeeland
ALS:            1:      3,8%
DAN          25:     96,2%
Limburg
ALS:          15:     21,4%
DAN:         55:     78,6%
TOTAAL aantal hits van de regio Zuid-Nederland: 312
ALS            47     15% 
DAN         265     85%
Dat zijn dus ongeveer dezelfde waarden als in de drie overige regio’s gehaald zijn. In elk geval vormt de groep dus geen uitzondering en Noord-Brabant al helemaal niet.
Opvallend is dat H&H; voor deze drie provincies samen maar 127 hits haalden. Dat is ’n vreemd verschil. Hebben ze misschien een andere methode gebruikt, een fout gemaakt, iets over ’t hoofd gezien? Overigens is ’t niet leuk om collega’s op fouten te moeten wijzen, maar ik mag ’t ook niet voor me houden. Dat bedoelde ik met: “En nu zit ik er een beetje mee.”  
Maar misschien zit IK ernaast en blunder ik gigantisch. Als dat blijkt, zal ik dat erkennen. Voorlopig durf ik staande te houden:

Wie “groter als” zegt is niet persé afkomstig uit ’t zuiden.