Genootschap

Waarom het een schande is dat jij geen lid bent van Onze Taal
Door Marc van Oostendorp

Als er nu een onderdeel van de Nederlandse cultuur is die ten onder gaat, en waarvan het erg is dat die ten onder gaat, dan is het de teloorgang van het verenigingsleven. Ooit was dat rijk en bont geschakeerd: het was moeilijk om ’s avonds onverwacht iets te organiseren omdat iedereen maar naar allerlei clubavonden moest. Wat je belangstelling ook was, je organiseerde je.
En nog zoiets: het tijdschriftenwezen. Helaas hebben we nooit een echte kioskencultuur gehad zoals sommige mediterrane bladen, maar ik herinner me toch nog wel dat ik dertig jaar geleden als puber urenlang in de tijdschriftenafdeling van de V&D; rondneusde. En nu wordt als we niet uitkijken een dezer dagen ook nog door buitenlandse machthebbers de Kijk afgeschaft, zonder dat er iemand komt met een Kijkitie!
De doorsnede van het verenigingsleven en het tijdschriftenleven is die van het verenigingsblad. Nederland heeft er zo een op het gebied van taal: een uniek tijdschrift, je vindt letterlijk nergens op de wereld iets dat er ook maar in de verte op lijkt. 

Ik geloof niet dat Onze Taal nu meteen bedreigd wordt. Het heeft als ik het goed zie momenteel ruim 33.000 leden en dat is natuurlijk een gezonde financiële basis. Maar het zijn er ook weleens ruim 45.000 geweest. En het is natuurlijk vooral een schande dat jij geen lid bent.

Ja, jij daar, ik zie je wel zitten, achter je bureau, gratis stukjes scorend op het internet! Maar zo is het niet, makker! Je zegt dat het te duur is, dat het crisis is, dat je wel een tijdje lid bent geweest, dat je hebt moeten bezuinigen. Maar € 34,50 is natuurlijk wel te doen. Je zegt dat je een tijdje een abonnement hebt gehad en dat je merkte dat het blad steeds in het plastic bleef zitten. Maar dan haal je het maar eens uit dat plastic, zoveel moeite is dat toch niet!

Ik heb veel voor Onze Taal gewerkt, dus ik ben bevooroordeeld. Maar ik heb er natuurlijk ook niet zonder reden veel voor gewerkt, of omdat ik niks anders krijgen kon. Het is buitengewoon prettig en belangrijk dat er een vereniging is waarin mensen die geïnteresseerd zijn in taal samenkomen, of ze er nu voor gestudeerd hebben of niet. Wie er wel voor gestudeerd heeft, vindt er bijvoorbeeld een veel dankbaarder publiek dan op de gemiddelde bingo-avond. En iedereen vindt er gelijkgestemden. Wij mensen met belangstelling voor taal zijn niet de meerderheid; maar we vormen wel een grote minderheid, die elkaar hier kan vinden!

Dat alles geldt ook voor het blad dat die club nu al meer dan tachtig jaar maakt. De artikelen gaan natuurlijk niet allemaal over wetenschap, maar ze gaan wel allemaal over taal. En vaak gaan ze ook wel over wetenschap, of toch minstens een beetje. Of ze zijn in ieder geval ‘wetenschappelijk verantwoord’, zoals dat heet. Bovendien: als taalkundige wil je natuurlijk ook best een keer lezen over de worsteling van de recensent om muzikale ervaringen onder woorden te brengen.

Ik werk dus wel voor Onze Taal, maar heb er geen contract. Niemand heeft me opgedragen om de volgende opdracht te doen. Ik doe hem in je eigen belang. Kom, doe niet zo kinderachtig. Meld je aan.