Suffix-sonnet: -er en -aar

De woorden met een achtervoegsel –aar
betekenen ‘degene die zo handelt’ –
een wandelaar is een persoon die wandelt,
en wie voortrijmelt heet een rijmelaar.

Nu is er ook een ‘allomorf’ van –aar
want –er haalt haast hetzelfde trucje uit:
een fluiter ben ik altijd als ik fluit,
een ruimtevaarder als ik ruimten vaar.

 –Aar kies ik als de laatste lettergreep
van het werkwoord een stomme [ə] bevat
en anders kies ik –er. Eenvoudig zat,
tenzij ik leraar u voor ogen sleep.

Als u mij toestaat, zwijg ik dan nog maar
van de gevallen gijzelaar en martelaar.