Meld zich aan!

Door Marc van Oostendorp

We waren gisterenmiddag aan het roddelen over de gebiedende wijs (ja, dat doen wij nu eenmaal graag op vrijdagmiddag), toen we ineens op de volgende puzzel stootten: waarom kun je de eerstvolgende zin wel zeggen, en de tweede niet?
Meld u aan!
– Meld zich aan! [uitgesloten]

 Je kunt de vraag ook op een andere manier stellen: wat voor functie heeft u in de eerste zin? Je zou kunnen denken dat het een onderwerp is, parallel aan gaat u toch weg! 
Maar dat is vermoedelijk niet juist, bijvoorbeeld omdat aanmelden altijd een wederkerend voornaamwoord of een lijdend voorwerp bij zich moet hebben.  Je kunt niet zeggen ‘Ik meld aan’, of althans, wanneer je dat zegt suggereer je dat je een vage of ongenoemde substantie aanmeld, niet jezelf.

Meld aan! kun je dan ook niet zeggen, of in ieder geval ook weer met alleen maar die suggestie dat je anderen of andere dingen aan moet melden. Dus is u in meld u aan een wederkerend voornaamwoord, net als je in meld je aan.

Maar waarom kan meld zich aan dan niet? Je kunt toch naast U meldt u aan minstens evengoed zeggen U meldt zich aan? We konden er in de syntactische literatuur zo snel niets over vinden, maar, niet voor een gat te vangen, bedachten we al snel een hypothese. Twee zelfs, maar de eerste verwierpen we snel: dat zich altijd naar een expliciet genoemd onderwerp moet verwijzen. Dat klopt niet, want je kunt best zeggen Zich aanmelden is verplicht, waar in geen velden of wegen een onderwerp te vinden is. De gebiedende wijs kan alleen gaan over een tweede persoon. Het voornaamwoord u verwijst naar de tweede persoon en kun je daarom gebruiken; maar het voornaamwoord zich verwijst naar de derde persoon. Dat past dus eenvoudigweg niet in een gebiedende wijs.

De vraag is dan wel waarom je wel kunt zeggen Meldt u zich aan naast Meldt u u aan (de laatste vorm is misschien zelfs iets raarder, maar dat komt mogelijk door de botsende u’s.) Zodra je het onderwerp vermeld, wordt zich dus wel mogelijk. Misschien moet je over die vormen zeggen dat ze geen echte gebiedende wijzen zijn. Zodra je het onderwerp expliciet noemt, is de betekenis van de zin nog wel die van een aansporing, maar de vorm niet meer die van een gebiedende wijs.  Je kunt immers ook zeggen Melden de dames en heren zich alstublieft even aan.