Compliment aan de examenmakers

Door Jaap Linde, leraar Nederlands, Grotiuscollege Heerlen

Dit jaar is er, traditiegetrouw, weer een hoop gedoe rond de examens in ons prachtvak Nederlands: de fora rijzen de pan uit, hoogleraren doen van zich spreken en iedereen die zich ertegenaan wil bemoeien, doet naar believen een duit in het zakje. Dat gebeurt volop in de tijd dat wij, correctoren, het werk volgens het correctievoorschrift behoren na te kijken. Ik doe dat altijd getrouw, gewoonweg omdat dat van mij gevraagd wordt, hoewel ik mezelf niet beschouw als een kritiekloos en volgzaam schaap, zoals kritieklozen wel eens worden gekwalificeerd of als een querulant of een zure trut, kwalificaties voor notoire kritiekhebbers.
Tijdens mijn lessen heb ik genoeg gelegenheid om querulant te zijn, een zure trut kan en wil ik nooit worden en een volgzaam schaap ben ik alleen tijdens het toepassen van de correctievoorschriften bij de examens, maar verder nooit, hoor.

Nu even terug naar het vwo-examen en de commotie rond de vraag over de redeneerfout in Matijsens betoog.  De passage gaat over het gegeven dat hooligans het Feyenoordstadion afbreken en dat dat zou kunnen komen door een gebrek aan historisch besef.
Een forumdeelnemer op het internet betoogt, dat de redeneerfout zit in een onjuist verband tussen oorzaak en gevolg. In de logica wordt er een onderscheid gemaakt tussen de modus ponens en de modus tollens: de noodzakelijke en voldoende voorwaarde in gewonemensentaal. Inderdaad, de redenering voldoet aan geen van beide voorwaarden: er is meer dan één noodzakelijke voorwaarde te bedenken en een voldoende voorwaarde voor het afbreken van een stadiontribune is het gebrek aan historisch besef evenmin.
De forumdeelnemer lijkt dus een punt te hebben, maar zijn gedachtegang is mijns inziens onjuist. Er wordt geredeneerd op basis van een voorbeeld, dat is de kwestie. Als je redeneert op basis van voorbeelden, dan zul je al snel te maken hebben met een generalisatie. Immers, wat voor dit voorbeeld zou kunnen gelden, geldt niet noodzakelijkerwijs voor al het andere. Met andere woorden: redeneren op basis van voorbeelden impliceert meer dan eens een generalisatie. Het juiste antwoord op de vraag eist van onze leerlingen dus een hoger abstractieniveau, iets wat we van vwo’ers beslist mogen verwachten, toch?
In NRC Handelsblad [zie ook hier] kwalificeert hoogleraar Marc van Oostendorp Mathijsens redenering als geldig en hij stelt dat ‘volgens de regels van de logica’ Mathijsen gelijk heeft. Hij vat het voorbeeld op als oorzaak. Dat voorbeeld is echter hypothetisch – immers als hooligans tribunes van het Feyenoordstadion slopen, is het gebrek aan historisch besef niet de bewezen (noodzakelijke, noch voldoende) oorzaak van dat fenomeen. Mathijsen formuleert het ook als een voorwaardelijke zin, die in haar tekst begint met ‘Als…’
Ook Marc van Oostendorp gaat kennelijk in zijn artikel voorbij aan het gegeven dat argumentatie op basis van enig voorbeeld heel vaak, op een hoger abstractieniveau gedacht, een generalisatie impliceert.
Ook een lezer met gewoon gezond verstand behoort te begrijpen dat er op basis van een voorbeeld, waarbij de oorzaak-gevolgrelatie nota bene onbewezen is, maar slechts wordt gesuggereerd, van een generalisatie sprake moet zijn. Compliment dus aan de examenmakers voor deze meerkeuzevraag.