Socrates geeft een weblecture

Door Marc van Oostendorp

Omdat ik binnenkort een presentatie moet geven over het inzetten van internetvideo’s voor het onderwijs, heb ik de afgelopen dagen een beetje gebladerd op sites zoals weblectures.nl. Ik ben geïnteresseerd in het onderwerp, maar ik word peilloos treurig als ik teveel zinnen moet lezen als ‘Een goed onderwijsontwerp, dus ook van weblectures, is ‘aligned’: er is een nauwe samenhang tussen beoogde leerdoelen, de leeractiviteiten waarmee die bereikt moeten worden en de feedback op en de toetsing van het leerproces.’ Net zoals ik het al snel heel benauwd krijg als ik naar figuren als de bovenstaande moet kijken (toelichting: ‘Deze infographic laat zien hoe een goede onderwijskundig ontwerp (het ondergrondse deel) vormgeeft aan verschillende vormen van weblectures (de plant).’)

Het probleem is: je hoort in dat soort zinnen niet het krijtje over het schoolbord gaan, je hoort de monotonie van de vergadertafel, het vertrouwen van deskundigen dat het allemaal goed komt als je maar een ‘model’ maakt en dit met een fijne infographic illustreert.

Voor goed onderwijs heb je weinig vergaderingen nodig, maar in plaats daarvan twee zaken: een bevlogen docent en geïnteresseerde studenten. Als ik het goed zie, ontbreken de woorden bevlogenheid én interesse geheel en al op weblectures.nl. In plaats daarvan worden er allerlei ‘onderwijsdoelen’ en ‘motivatieaspecten’ en ‘leerprocessen’ gesteld die zo lekker in de hand te houden lijken.

Terwijl je natuurlijk heus wel goed onderwijs op het internet kunt brengen. Het technische probleem is daarbij: hoe breng je de bevlogenheid van de docent over, en hoe maak je de studenten geïnteresseerd.

Daarvoor kunnen we veel leren van Socrates – de wijsgeer die zelfs lessen op papier verafschuwde en dacht dat kennis alleen in persoon kon worden overgedragen – en vooral van zijn student Plato – die de lessen van Socrates onsterfelijk maakte door ze alsnog op te schrijven.

Volgens weblectures.nl zijn webcolleges een soort opgenomen hoorcolleges, eventueel opgetuigd met wat links naar websites óf ze vereisen heel veel bewerkelijk online-contact, maar wat Plato kon, dat kunnen wij volgens mij ook. Het ideale webcollege wordt, lijkt mij, gegeven door één docent en een stuk of drie of vier geïnteresseerde, enthousiaste en niet al te verlegen studenten. Die studenten moeten het niet erg vinden dat ze gefilmd worden, actief meedoen, en even goed in beeld worden gebracht als de docent. De stof moet in dialoog ontwikkeld worden.

De voordelen zijn: de docent kan door de interesse van de paar aanwezige studenten zijn bevlogenheid steeds verder laten opstuiven, en de studenten die op hun kamertje meekijken kunnen zich identificeren met hun slimme collega’s in beeld. De docent moet natuurlijk niet bang zijn dat hij af en toe op een zijpad geleid wordt en voldoende improvisatievermogen hebben om toch weer terug te komen op het hoofdpad.

Je kunt natuurlijk nog steeds nooit iets beter leren dan in persoonlijke interactie met een briljante leraar, maar dit model komt volgens mij toch een stuk dichter in de buurt.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie met de tags , , . Bookmark de permalink.