Connectives in the work of Harry Mulisch

Nieuwe aflevering van het spannende misdaadfeuilleton ‘De verleden tijd van lijken’

Door Marc van Oostendorp

Veel tijd om na te denken over de vraag welke student hem zo’n raar bericht via Facebook had gestuurd, had Wouter Pieterse, hoogleraar Financiële Letterkunde, niet. Zonder kloppen stond daar ineens Femke Nooitgenoeg midden in zijn kamer, een postdoc die altijd een beetje boos keek en van wie Wouter altijd vergat wat voor onderzoek ze ook alweer precies deed. Iets met de vraag hoe het kwam dat Willem Frederik Hermans in Onder Professoren relatief vaker de letter r gebruikte dan in Uit talloos veel miljoenen. Maar het fijne wist hij er niet van.

“Zeg!” riep Femke, “wat gaan we toch allemaal nou weer bij elkaar krijgen!” Ze keek ongegeneerd op Wouters beeldscherm. “Beetje zitten Facebook’en? Jij hoeft natuurlijk niet te werken, he? Jij hebt je vaste aanstelling binnen.” Femke was voorzitter van het universitaire postdocplatform en dol op cijfers en op politiek.

Femkes proefschrift had geheten Connectives in the work of Harry Mulisch. A Quantitative Approach, en had vooral bestaan uit eindeloze tabellen en grafieken waarin het gebruik van maar, en, want, en of in het werk van de twintigste-eeuwse schrijver uit de doeken was gedaan. Sindsdien was ze begonnen een carrière op te bouwen uit het tellen van van alles en nog wat in het werk van allerlei auteurs en aan het binnendringen Wouters kamer.

Ze kwam meestal minstens een keer of drie per dag binnen, keek dan ongegeneerd op Wouters scherm en op zijn bureau, nam plaats en begon allerlei problemen van de universitaire politiek uit de doeken te doen: wie er de nieuwe decaan moest worden, en wie er de nieuwe decaan wilde worden. Wat er zou moeten gebeuren om de faculteitsraad ervan te overtuigen om een ander standpunt in te nemen over de vraag of er chipkaarten gebruikt moesten worden in de koffieautomaten.

Het ellendige daarbij was dat Femke een grote voorliefde voor politieke manipulatie koppelde aan een volkomen gebrek aan talent ervoor. Zij praatte om te beginnen veel te veel over al haar snode plannen, met iedereen, zodat iedereen op de hoogte was van iedere manipulatie die ze wilde beginnen.

Ze praatte überhaupt te veel, althans tegen Wouter. Hij had nog geen moment vrij, hij wilde net aan zijn onderzoek beginnen, of daar kwam Femke binnen, met een kop groene thee en begon eindeloos uit te wijden.

“Goed, die heidagen, volgende week”, zei ze nu op samenzweerderige toon. “Hoe gaan we die aanpakken?”