‘Op internet zakken dichters weg in hun eigen woordenbrij’

Verslag van ‘De staat van de poëzie’ , Gent, 21 maart 2013

                                                                                                                  Door Bart FM Droog

Op donderdag 21 maart vond te Gent de studiedag ‘De staat van de poëzie’ plaats. Dichters, tijdschriftenmakers, uitgevers, vertegenwoordigers van de boekenbranche, politici en beleidsambtenaren, bibliotheekmedewerkers, literatuurwetenschappers en geïnteresseerde lezers uit Vlaanderen en Nederland deden Gent aan en woonden vanaf 10.00 uur ’s ochtends het programma bij. Deze dag was georganiseerd door het Poëziecentrum Gent en het Vlaaams Fonds voor de letteren.

Een paar highlights: de toespraak van de Vlaamse Minister van Cultuur Joke SchauvliegeJef Maes, hoofd kenniscentrum van Boek.be (de Vlaamse tegenhanger van het CPNB) bracht een intrigerende cijferanalyse over de terugval van de poëziebundelverkoop. Ook noemde hij oplossingen uit de koker van een denktank van Boek.be: bundels sexier maken, meer illustraties in de bundels, betaalde apps, etcetera, etcetera. Stuk voor stuk oplossingen waarvan ik denk: leuk voor vormgevers en app-designers, maar je zal er geen bundel meer om verkopen.

Ook amusant was het gesprek tussen Joost Nijsen (Uitgeverij Podium), Jozef Deleu (Het Liegend Konijn), Thomas Möhlmann (Awater) en Harold Polis (De Bezige Bij Antwerpen). De focus lag daarbij op het ontdekken van nieuw talent en het belang van een goede redactie. Deleu, over een bepaald slag amateurdichters: ‘Op internet zakken dichters weg in hun eigen woordenbrij.’

Krist Biebauw van de Openbare Bibliotheek Gent nuanceerde het cultuurpessimisme van sommige Vlaamse dichters door concrete cijfers te geven van het poëzieaanbod in de Vlaamse bibliotheken – dat (b)leek beduidend hoger dan het aanbod in Nederlandse bibliotheken.

Voor de dagsluiting was Dirk van Bastelaere ingehuurd. In een te lang en in een qua taalgebruik niet te volgen betoog fulmineerde hij tegen ‘de blogidioten’, de ‘dorps- en stadsdichters’ en tegen alle andersdenkenden.

Roel Richelieu de Londersele, voormalig stadsdichter van Gent, gaf hem daarna van katoen: ‘Beste Dirk, we hebben nooit eerder met elkaar te maken gehad. Ik zeg dit dus niet uit rancune. Maar wat jij juist deed is hét voorbeeld van hoe je mensen van de poëzie verjaagt. Zag je dan niet hoe mensen de zaal verlieten of begonnen te praten en te SMS-en? Mensen wegjagen van de poëzie, dat is toch niet de oplossing?’

Wat wél een mogelijke oplossing zou kunnen zijn, is vaker dagen als deze te organiseren. Want ik heb nog nooit een dag meegemaakt waar zo efficiënt en met zoveel mensen viel te netwerken. Ook was het heel prettig om eens ontspannen met collegadichters te praten – doorgaans ontmoet je elkaar op festivals, waar iedereen gespitst is op zijn of haar eigen optreden.

Wie die dichters – naast voornoemden – waren? Simon Vinkenoog zou gezegd hebben: ‘Gerda Berckmoes, Lut de Block, Willem Bongers-Dek, Inge Braeckman, Geert Briers, Serge Delbruyère, Lies van Gasse, Peter Holvoet-Hanssen, Hilde Keteleer, Sylvie Marie, Paul Meeuws, Didi de Paris, Hagar Peeters, Xavier Roelens, Kila van der Starre, Koen Stassijns, Peter Theunynck, Ivo van Strijtem, Hilde Vancautereren, Michaël Vandebril, Toon Vanlaere en vele anderen.’

Om half twaalf ’s avonds bereikten we de NPE-redactiedependance in Twente. Van een dankbare Vlaamse dichter hadden we – NPE-redacteur Jurgen Eissink en ik – een fles champagne gekregen. Die werd toen geopend en we klonken op het Poëziecentrum Gent, op het Vlaamse Fonds voor de Letteren en op allen die te Gent aanwezig waren: ‘Encore!’