Nul bananen of nul banaan

Door Marc van Oostendorp

“We hebben hier een taalprobleem,” schrijft een lezer. “Volgens de volgende stelling is nul (0) namelijk meer dan één (1). Je zegt namelijk nul bananen en één banaan.”

Het blijkt een van de vele onopgeloste kwesties in de Nederlandse taal. De Taaladviesdienst van Onze Taal weet bijvoorbeeld niet veel meer doen dan de handdoek in de ring gooien: “Taal en logica hebben soms weinig met elkaar te maken.” En in het grote recente naslagwerk van Hans Broekhuis wordt de kwestie niet eens genoemd.

Je zou in eerste instantie kunnen denken: het is een bewijs dat kennelijk alleen één met enkelvoud samengaat. Maar zoals Onze Taal zegt, dat klopt ook niet. Je zegt namelijk wel zeveneneenhalve banaan en niet zeveneneenhalve bananen.


Toch is kennelijk het enkelvoud de bijzondere vorm. Bananen betekent: een of andere hoeveelheid vruchten van de bananenboom, het maakt niet uit hoeveel. Alle bananen op de wereld worden door dat woord aangeduid, zonder onderscheid. Het is het woord banaan dat iets bijzonders doet: dat neemt één exemplaar uit die verzameling. Maar wanneer je het hebt over nul bananen, neem je natuurlijk niet een speciaal exemplaar in gedachten.

Ik heb het even nagevraagd en ook in het Engels, Spaans, Catalaans en Italiaans heeft het equivalent van nul een meervoud. Die talen werpen ook een beter licht op de kwestie van de zeveneneenhalve banaan. In andere talen zeg je namelijk seven bananas and a half. Er is dus wel een meervoud, maar dat staat onmiddelijk na het hele telwoord.

Een halve banaan

Je zou dus kunnen denken dat al die uitdrukkingen eigenlijk afkortingen zijn van zeven bananen en een halve banaan. Omdat we niet van verdubbeling houden, laten we een van de twee keren het zelfstandig naamwoord weg. In het Nederlands is dat normaal gesproken de eerste (hoewel je wel kunt zeggen zeven bananen en een halve) en in de andere talen de tweede.

De vraag is dan waarom je bij breuken, zoals een halve het enkelvoud gebruikt. Maar die vraag is eigenlijk ook al beantwoord. Bij een halve banaan stel je je een concrete banaan voor, waar je vervolgens de helft van hebt genomen. Dat kan dus niet anders dan in het enkelvoud.

Geen bananen

Nog een aardige twist biedt het woord geen. Dat kan in sommige gevallen met zowel een meervoudig als met een enkelvoudig zelfstandig naamwoord gecombineerd worden:

– Er liggen geen bananen op de schaal.
– Er ligt geen banaan op de schaal.
– Ik eet geen bananen.
– Ik eet geen banaan.

Maar merkwaardigerwijs kun je geen meervoudsvorm gebruiken als het onderwerp vooraan in de zin staat:

– Geen mens zou dat doen.
– Geen mensen zouden dat doen. [uitgesloten]