‘Het is naar ons zin’. Ons?

Door Marc van Oostendorp

Ik heb een vriendin die taaladviseur is in hart en nieren. Terwijl we thee drinken, zit ze nog e-mails te beantwoorden van mensen die worstelen met allerlei vragen over of je dit wel kan zeggen, of dat. Gisterenavond was ze bezig met iemand die zich afvroeg of je moet zeggen ‘het is naar ons zin‘ of ‘het is naar onze zin‘.

Tja, wat is daar nu weer het antwoord op?
Ik zal u zeggen: het interesseert me geen biet. Je kunt met allebei die zinnen voor de dag komen, en daarmee uit. Maar er zitten eigenlijk allerlei heel interessante kwesties aan, zo liet mijn vriendin zien. Zo wordt in de onovertroffen Onze Nederlandse Spreektaal opgemerkt dat de volgende zinnen allemaal heel goed kunnen:

Daar zaten we dan, met een cola voor ons neus; 
Niemand thuis, dus we kunnen ons gang gaan; 
We hebben een ontzettend pak op ons donder gehad.

Mijn vriendin bedacht zelf nog ‘We zaten ermee in ons maag’. En dat alles terwijl cola, gang, maag en donder natuurlijk de-woorden zijn. Ze sloeg er ook nog de beroemde grammatica van Schönfeld op na, die erop wijst dat mensen ook al heel lang ‘ons vader’ zeggen (tegenwoordig gebeurt dat vooral in het zuid-oosten van ons taalgebied.

Wat is hier allemaal aan de hand? Onze is natuurlijk het enige bezittelijke voornaamwoord dat verbogen wordt:

Mijn boeken, jouw boeken, zijn boeken, onze boeken, …

In de negentiende eeuw werd ook nog wel mijne boeken geschreven, maar volgens mij ook al niet meer gezegd. Ik denk dat uwe boeken het nog ’t langst heeft volgehouden. Dat komt misschien doordat de uitgang in onzeeen wat andere oorsprong heeft dan in de andere bezittelijk voornaamwoorden. Het hoorde daar oorspronkelijk bij de stam van het voornaamwoord en niet bij de verbuiging — zoals we nog kunnen terugzien in het Duitse woord unser. Op een bepaald moment werd het misschien alsnog als een uitgang beschouwd, zodat het kon worden weggelaten in ons kind. Maar de aanwezigheid was lange tijd te sterk om helemaal te verdwijnen.

Inmiddels is dat kennelijk alweer aan het veranderen, en langzaam slijt ook die e in onze af, om te beginnen in min of meer vaste uitdrukkingen zoals de genoemde. Zodra je er een verbogen bijvoeglijk naamwoord bij zet werkt het al niet meer:

Daar zaten we dan, met een cola voor ons warme neus. [uitgesloten] 

Er is trouwens één constructie waarin alle persoonlijk voornaamwoorden verbogen worden:

Dat is de mijne / de jouwe / de zijne / de hare / de onze / de uwe / de hunne.

Allemaal? Ik heb uit het bovenstaande rijtje er één weggelaten: jullie. Dat woord is een soort omgekeerd ons: je kunt het helemaal niet verbuigen, ook niet in deze constructie. Je kunt het in deze constructie helemaal niet gebruiken; je moet het anders zeggen (Die is van jullie, of zo.). Ik denk dat het komt doordat het ’t enige tweelettergrepige voornaamwoord is. Op de een of andere manier past na de onbeklemtoonde ie geen uitgang, meer.