Zo word je een gekke professor

De gekke professor is ook niet meer wat hij geweest is. Vroeger wilde zo iemand nog weleens in een donkere kelder broeden op plannen om de wereld over te nemen of anders te vernietigen, ondertussen onbegrijpelijke formules knersend.

Daarmee vergeleken is zelfs een moderne wetenschappelijke topcrimineel als Diederik Stapel maar een armzalige krabbelaar: onderzoeksgegevens verzinnen! Daarmee kun je misschien een onterechte salarisverhoging bedingen, maar de wereld komt er niet mee aan je voeten te liggen.


Dit weekeinde werd de lezer van NRC Handelsblad getrakteerd op een verhaal van drie hele pagina’s over een jonge psychologe die mogelijk enkele misstappen heeft begaan: ze had gegevens over traumatische patiënten laten slingeren, was onzorgvuldig geweest bij de publicatie van een artikel en had in de krant meer gesuggereerd over een nieuwe therapie dan ze waar kon maken.Wat moeten we ervan vinden dat de krant zoveel aandacht aan de kwestie besteedt? De onderzoekster heeft de afgelopen jaren vaak de publiciteit gezocht en gekregen. Ze heeft geprobeerd het spel te spelen dat in sommige kringen ‘wetenschap’ heet: publiceren in top journals, maatschappelijk relevant onderzoek doen, de zaken uitleggen voor een breed publiek. Nu blijkt dat ze vals heeft gespeeld bij dat spel. Dat is dus nieuws.

Het voelt een beetje aan als een bericht over een wielrenner die op doping is betrapt (of laten we zeggen op sporen van een maskerend middel, al kan het ook nog een hoestdrank zijn). Iemand speelt vals. Goed, dan mag hij niet meer meedoen aan het spel. Maar moet de politie er daarom bij gehaald worden?

De visie op wetenschap die de psychologe én de journalisten vertegenwoordigen rechtvaardigt de vergelijking met topsport. Het is er een waar de onderzoeker vooral aan een heel pakket regels voldoet. Als je de experimenten precies uitvoert, en de statistische technieken onder de knie hebt, en alles keurig opschrijft, kun je rekenen op een publicatie. Als je genoeg publicaties hebt, word je professor. Of je maatschappelijk relevant bent valt eveneens uit te rekenen: zo-en-zo-veel interviews in de Volkskrant, zo-en-zo-veel euro’s geld uit de derde geldstroom. De doping is in dit geval : je data masseren, je resultaten net wat beter voorstellen dan ze zijn.

De oplossing die her en der wordt voorgesteld is: de regels aanscherpen, strenger controleren. Volgens mij is dat een heilloze weg.

De wetenschap ís geen topsport, geen spel met regels die leiden tot succes. De wetenschap gaat over dingen die we niet weten. We weten daarom ook niet hoe we ze te weten kunnen komen en zelfs niet of we ze ooit willen weten. Het probleem met Stapel en nu ook weer de jonge onderzoeker is niet alleen dat ze vals spelen, maar dat ze denken dat ze moeten winnen.

Natuurlijk mag je daarbij niet bedriegen en de zaak bedotten, maar als de wetenschap goed in elkaar zat, was er over iedere bevinding discussie. Als wetenschap geen individuele topprestatie is, maar het resultaat van open debat, is er geen reden om vals te spelen, want er valt niets te winnen.