Gezocht: intuinzinnen

Intuinzinnen worden ze wel genoemd: zinnen waarbij er op een bepaald moment even iets knarst in je hoofd omdat je erachter komt dat je hem verkeerd aan het ontleden was. Hier zijn er een paar die ik her en der van het internet geplukt heb:

  • De raad geeft een opsomming van leerstoelen Nederlands en Neerlandistiek is hierbij niet als afzonderlijke studie geteld.
  • Experimenten met regen maken lijken succesvol.
  • Jan legt het snoep op tafel in de kast.
  • Jan vertelde het meisje dat de hond beet dat de man was weggegaan.
  • Schepen vergaan in een storm zijn zelden verzekerd.
Bij minstens een paar van deze zinnen moet u op een bepaald moment even hebben een klein schokje hebben gevoeld. Dat schokje is zelfs in experimenten met hersenscans vaststelbaar. In de zin ‘Jan legt het snoep op tafel in de kast’ voelde u het waarschijnlijk net na het woordje in.

Wat was er aan de hand? Zodra je de eerste woorden van een zin hoort of leest, begin je de zin te ontleden. Na het werkwoord leggenweet je: er moeten nu twee zinsdelen komen: een lijdend voorwerp dat aanduidt wat er gelegd word, en een plaatsaanduiding die aangeeft waar dat ding komt te leggen.

Vervolgens hoor je ‘het snoep’ en het is duidelijk dat je het lijdend voorwerp te pakken hebt. Het volgende woord is opdat makkelijk een plaatsaanduiding kan vormen, dus maak je de structuur:
Koos legt (het snoep) (op tafel)

Nu kom je bij het woord inen daar begint de verwarring. Waar moet je dat aanhechten? Het zou bij tafelkunnen horen; strikt genomen is een mogelijke betekenis van deze zin dat er een tafel in de kast staat, en dat Koos daar het snoep op legt. Maar dat is een weinig plausibele interpretatie. 

Wat is er wel aan de hand? Dit is het moment dat je hersenen even oplichten, omdat ze koortsachtig proberen de fout te herstellen. Dan komen ze erachter dat de structuur die je tot dan toe hebt opgebouwd, misschien wat te haastig was gemaakt: ‘op tafel’ hoort niet bij leggen, maar bij ‘het snoep’. Je moet daarvoor de zin opnieuw structureren, zodat je krijgt:

– Koos legt (het snoep op tafel) (in de kast)

Iets soortgelijks is bij al die zinnen aan de hand: bij al die zinnen kom je op een bepaald moment op een woord waar je merkt dat het geen logische plaats meer heeft in de interpretatie van de zin die je tot op dat moment had opgebouwd, en moet je terug. De zinnen worden daarom ook wel intuinzinnengenoemd: je bent erin getuind. (Het werkt trouwens nog iets beter wanneer je mensen de woorden een voor een laat zien, zodat ze geen overzicht hebben over wat er nog moet komen.)

Nu ben ik op zoek naar meer van dit soort intuinzinnen. Weet iemand er nog een?