Klankencyclopedie van het Nederlands (19): [ʏ]

[ʏ] Mensen kunnen het over bijna alles oneens zijn. Bijvoorbeeld over wat precies het symbool moet zijn voor de klinker in woorden als hut en stuk. Er zijn minstens drie scholen: sommige mensen schrijven [hɶt], anderen [hʌt] en ik behoor tot de (meerderheids-)school die [hʏt] schrijft.

Je maakt die klinker door je lippen te ronden, de voorkant van de tong een beetje omhoog te tillen (niet te veel, dan krijg je de klinker uit Ruud). Bovendien moet je hem niet te lang aanhouden om niet te eindigen bij de [ø] van leuk. De klinker is daarmee in zekere zin de ingewikkeldste om te maken – hij komt ook niet in veel talen voor.
Door al die toeren komt hij ergens in een moeilijk te determineren gebied terecht. Bovendien zijn er eigenlijk maar heel weinig woorden met die [ʏ]-klank. Vandaar dat het zo moeilijk te bepalen is welk symbool je eigenlijk het best zou kunnen gebruiken om het op te schrijven.

En dan is er ook nog verwarring mogelijk met de stomme e van [modə]. Klinkt die eigenlijk wel zoveel anders? Daar hebben taalkundigen in het verleden zich ook nog weleens het hoofd over gebroken.
Een klassiek voorbeeld om te laten zien dat de twee klanken verschillen zijn is dat katterig en kattenrug verschillend klinken. Het probleem daarmee is: die woorden hebben ook verschillende klemtonen. De hoofdklemtoon ligt weliswaar in allebei de woorden op de eerste lettergreep, maar in het tweede geval is er nog een soort bijklemtoon op rug.

Je zou daardoor kunnen denken dat de [ʏ] eigenlijk een beklemtoonde [ə] is. Het rare is dan dat die laatste klinker dan weer te boek staat als de eenvoudigst denkbare – het is de klinker die je maakt door je mond open te doen en lippen en tong in een soort ruststand te houden. Merkwaardig genoeg komen de lastigste en de eenvoudigste klinker uiteindelijk in klankvorm dus heel dicht bij elkaar in de buurt.