Klankencyclopedie van het Nederlands (17): [h]

[h] De [h] maak je door je keel tijdens het uitademen een beetje dicht te knijpen, waardoor de lucht tegen de wand schuurt. Dat licht schurende geluid is de [h].

De [h] is lastig te horen, zeker na een klinker. Het betrekkelijk zachte geluid wordt gemakkelijk overstemd door andere klanken. Dat is de reden waarom hij in het Nederlands alleen gebruikt wordt voor een beklemtoonde klinker. Wanneer je een woord als aha ziet, weet je dat de tweede a beklemtoond is. Er zijn geen Nederlandse woorden die klinken als béhen, póher of luiher, en zulke woorden zullen ook niet zo gemakkelijk ontstaan.

Er zijn natuurlijk ook veel dialecten waarin de [h] helemaal niet voorkomt. Een voorbeeld hiervan is het (traditionele) dialect van Gouda. Daar zei men dus ant voor hand en êêl voor heel. A.P.M. Lafeber schrijft erover in zijn boek Het dialect van Gouda uit 1967.

Hij vertelt ook dat woorden die met zo’n ‘stomme’ (niet uitgesproken) h begonnen toch nog net een beetje anders werden uitgesproken dan woorden die echt met een klinker begonnen. Zo wordt een toonloze e (sjwa) niet uitgesproken voor een woord dat met een klinker begint:

– nââ d’ overkant 

Maar als het volgende woord met een stomme h begint, blijft de sjwa staan:

– nââ d[ə] ôôge kant 

Bij mijn weten heeft sinds 1967 tot vandaag niemand het nooit over deze ontdekking van Lafeber gehad. Het interessante is dat zich in het Frans precies hetzelfde verschijnsel voordoet – voor die taal is het wel uitgebreid gedocumenteerd. Ook in die taal wordt de [h] niet uitgesproken, en de sjwa voor een klinker ook niet, maar wel voor zo’n stomme h:

– l’école-l[ə] héros