Een langere Afsluitdijk, een bungelend Limburg

Je ziet wel eens van die kaarten waarop sommige landen wanstaltig opgeblazen zijn, terwijl andere zich nét op een paar pixels weten te handhaven. Op bijgaande wereldkaart bijvoorbeeld is Nederland nou eindelijk eens makkelijk te vinden, maar Eritrea – hoewel veel groter – nauwelijks. Dat komt doordat Nederland veel meer kooldioxide de lucht in blaast dan Eritrea, want dat is wat deze kaart in beeld brengt.

Klassieke cartografen als Mercator en Blaeu draaien zich om in hun graf, maar ik vind zulke kaarten – zoals trouwens de meeste kaarten – erg leuk. En ik denk dat er taalkundig meer mee te doen is dan ik tot nu toe heb gezien, op minstens twee manieren.

Een van die manieren ligt zo voor de hand dat het me verbaast dat ik zo’n kaart niet tevoorschijn gegoogeld krijg. Net zoals je landen groter en kleiner kunt afbeelden op basis van hun bevolkingsomvang, zou je dat ook met talen kunnen doen. Dit plaatje van de Europese talen komt een heel klein beetje in de buurt, maar jammer genoeg is het geen káárt: er wordt geen poging tot geografische weergave gedaan.

Omdat we de vorm van veel taalgebieden niet zouden herkennen, is het waarschijnlijk beter om op zo’n kaart gewoon landen af te beelden, afgeslankt of vetgemest om hun bevolkingsomvang aan te duiden, en vervolgens elke taal met een kleur weer te geven. Het aantal Nederlandstaligen zou dan dus gesymboliseerd worden door een flinke pakweg groene vlek die een tamelijk zwaarlijvig Nederland en Noord-België zou omvatten. Het Noorse taalgebied zou er veel tengerder uitzien, omdat veel minder mensen Noors spreken dan Nederlands – zie Noorwegen op het kaartje hierboven. Het zou trouwens nog te overwegen zijn om het Noors bijna dezelfde kleur te geven als het Deens, omdat die twee zo op elkaar lijken.

Die laatste suggestie brengt me op de andere manier waarop dit soort ‘verwrongen’ kaarten iets zinnigs over taal zouden kunnen vertellen. Er bestaan methodes om te meten hoezeer dialecten van elkaar verschillen. De cijfers die dat oplevert, kun je omzetten in kilometers. En die ‘taalkilometers’ zou je kunnen weergeven op een kaart. Mijn meetkundige en cartografische kennis zijn lang niet toereikend om te beoordelen hoe moeilijk of makkelijk dat is. Mijn taalkundige kennis (recent verworven, met dank aan Charlotte Gooskens van de RUG) doet me vermoeden dat in ieder geval voor Nederland en Vlaanderen zo’n kaart best mogelijk is, want de gegevens zijn er al – dit kaartje van de RUG en het Meertens Instituut is erop gebaseerd.

Als ik me beperk tot Nederland, vermoed ik dat West-Nederland choquerend zou krimpen, want de verschillen tussen de dialecten zijn er vrij gering. De Zeeuwse eilanden zouden wat verder uit de kust komen te liggen, de Afsluitdijk zou lang worden (en de Tjonger of Kuinder tamelijk breed) en het toch al hangerige Limburg zou ergens ter hoogte van Luxemburg komen te bungelen.
Of bestaan zulke kaarten al (en misschien nog wel spannendere)? Des te beter! Waar kan ik ze vinden?

****

Ik herinner me ooit een handgetekende fantasiekaart van Nederland te hebben gezien waarop Limburg inderdaad extreem ver doorliep naar het zuidoosten. En ik meen me te herinneren dat die tekening verband hield met het boek In de bergen van Nederland van Cees Nooteboom. Weet iemand waar die afbeelding te vinden is?