Schrijfwijzer (4): Tussenbalans

De afgelopen dagen heb ik enkele van mijn belangrijke bezwaren tegen de nieuwe Schrijfwijzer geïllustreerd aan de hand van een paar video’s op de Schrijfwijzer-website: Renkema propageert een ouderwetse norm, hij biedt steun aan mensen die geen steun verdienen (bijvoorbeeld omdat ze schrijvers van rouwberichten uitlachen), en hij legt de regels onnodig onduidelijk en onjuist uit.

Ik experimenteer ondertussen met de vorm van live recenseren. Mij bevalt het wel, omdat u als lezer op mijn vingers kunt meekijken en ook nog wat kunt terugzeggen. U bent gelukkig ook kritisch (op mij) terwijl u tegelijkertijd beleefd blijft (tot nu toe). Dat gebeurt veel te weinig, als het over taalzaken gaat, discussiëren op niveau. Beter gezegd: dat gebeurt eigenlijk niet, meestal bralt men maar wat.
Ook Renkema heeft zelf gereageerd, zij het vooralsnog alleen via Twitter. Ik hoop dat hij het ook nog uitvoeriger wil doen, Neder-L staat voor hem open, maar hij kan het natuurlijk ook doen op zijn eigen website.


Liever geen discussie

De Schrijfwijzer is natuurlijk in veel opzichten – al is het maar in termen van verkoopcijfers – hét taalboek van de afgelopen 35 jaar geweest. Het verdient daarom extra aandacht. Uit dat succes kunnen we allicht wat destilleren over hoe er met taal wordt omgegaan, hoe er over taal wordt gedacht. Bijvoorbeeld dat mensen er meestal liever niet over discussiëren.
Het gebrek aan discussie is een van de hoofdkenmerken van de Schrijfwijzer. Wie dat boek openslaat, treedt de wereld van Jan Renkema binnen. Er bestaan geen andere meningen dan de zijne. 

Een voorbeeld. Op de Schrijfwijzer-site staat een afdeling met taaladviezen (de ‘Taalvragen top 33’). Naar andere, veel grotere, websites met taaladviezen (die van de Taalunie en van Onze Taal) wordt in het geheel niet verwezen. Dat vind ik vreemd: waarom zou je de bezoeker die service niet bieden? Maar het is een kenmerk van Renkema’s stijl: ook in het boek verwijst hij nooit naar een ander. (Nooit. Er is geen bibliografie.)


Niet problematisch

Ik ben bang dat die andere sites soms echt wel iets te melden hebben wat Renkema mist. Neem bijvoorbeeld de kwestie van het woordgeslacht. Is woord X een de-woord of een het-woord? Dit is wat Renkema erover zegt:

De regels voor de of het zijn helaas niet altijd duidelijk, en vaak is een woordenboek nodig om vast te stellen of een woord mannelijk of vrouwelijk is.

De Taalunie zegt precies het omgekeerde:

Het woordgeslacht van de meeste woorden is niet problematisch.

Het standpunt van de Taalunie lijkt me juist. Sprekers (moedertaalsprekers, want over hen hebben we het) hebben voor de meeste woorden helemaal geen probleem met vast te stellen of ze de of het als lidwoord dragen en zijn ook helemaal niet op zoek naar regels dienaangaande.

Helderder

Dat is maar goed ook, want de regels die Renkema wil hebben zijn niet zozeer ‘onduidelijk’, ze bestaan simpelweg niet. Je moet voor vrijwel ieder woord uit je hoofd leren welk woordgeslacht ze hebben. Er zijn een aantal gevallen waarover onzekerheid kan bestaan – er is een handjevol notoire probleemgevallen (afval), en ook die worden bij de Taalunie helderder behandeld dan bij Renkema.

De komende dagen even wat anders, hier op Neder-L. Zaterdag gaan we weer verder.