Met de KLM naar de V.A.E. v.v.: 10.000 km

Hoe schrijf je afkortingen? Liefst met mate, mijns inziens, want e.a., a.d.h.v. en i.h.a. kunnen best, ja zelfs beter, voluit worden geschreven. Maar goed, je komt lang niet altijd om afkortingen heen. En dan moet je als speller twee keuzes maken: Schrijf je hoofdletters, kleine letters of een combinatie daarvan? En plaats je meerdere punten, alleen een punt aan het eind of helemaal geen?


Als ik spellingregelgever was, dan wist ik het wel. Om met de punten te beginnen: jazeker, die plaatsen we. Ze onderscheiden afkortingen van andere woorden, en vormen zodoende een nuttig signaal, al zou een uniek afkortingsteken nog handiger zijn – een wat hoger geplaatste punt bijv. Zo’n signaal is van belang omdat er een groot verschil is tussen zat en z.a.t. (zorgadviesteam), tussen log en log. (logaritme), tussen ai (een uitroep of een zoogdier) en a.i. (ad interim), enz.. (De rare regel dat op een afkortingspunt geen eind-van-de-zinpunt volgt, zou ik afschaffen.) De regel zou wat mij betreft luiden: als de laatste letter van het woord(groepje) in de afkorting staat, komt er uitsluitend een punt achteraan (drs., ca., dhr.) en anders komt er een punt na elke letter(groep): bijv. of b.v., t.v., dhr., pl.m.. (De heer, teevee en ± kunnen natuurlijk ook.) 

Geen uitzonderingen? Jawel, eenheden en andere afkortingen die de wetenschap gebruikt. Het blijft ‘1 kg’, niet ‘1 k.g.’ en koolzuur blijft CO2, niet C.O.2 of c.o.2. Dat zijn internationale afspraken, en juist door de cijfers die er vaak voor of in staan, vormen ze een herkenbare groep.

Dan de hoofdletterkwestie. Ook eenvoudig: woorden die voluit met een hoofdletter worden geschreven, worden dat in de afgekorte versie ook. Dus E.U., P.K.N. (Protestantse Kerk in Nederland) en W.m.o. (Wet maatschappelijke ondersteuning), maar a.d.h.d., n.b. en l.o.l.. (Afkortingen die als zodanig eigennamen zijn, zoals ANWB en sp.a, vallen buiten het bereik van spellingregelaars.) Toegegeven, de puntjes hebben minder nut bij afkortingen die helemaal uit hoofdletters bestaan, dus we zouden ook zonder kunnen. Omwille van de consequentie stel ik voor om ze erin te houden.

Een paar hoofdregels en twee eenvoudige uitzonderingen, veel meer is er dus niet nodig. Hoogstens nog een definitie, om te voorkomen dat alledaagse woorden die als afkorting te beschouwen zouden kunnen zijn, zoals info en horeca, opeens met een of meer puntjes geschreven zouden moeten worden.

Maar hoe is de praktijk? Complex, om niet te zeggen chaotisch. Mijn gids en leidsman op spellinggebied, het Witte Boekje, heeft ruim 3 pagina’s nodig om alle regels en richtlijnen op te sommen – nog meer dan die voor de beruchte tussen-n. Het houdt rekening met de uitspraak van de afkorting en de lengte van de afkorting, het kijkt naar de mate van inburgering en de mate van herkenbaarheid, het onderscheidt tussen zelfstandig gebruik (Vinex) en gebruik in een samenstelling (vinexwijk), het spreekt behoedzaam van ‘sommige’, ‘meestal’, ‘heel soms’ en ‘bijzonderheden’. Kortom, de makers van het Witte Boekje laten me welbeschouwd in de kou staan. Hier kan een taalgebruiker niks mee.

Het toppunt is wel dat ze zelf klagen dat ‘de dagelijkse praktijk grillig is’. Zeg, regelgevers, niet van dat softe – geef ons van de dagelijkse praktijk eens gauw regels! Eenvoudige, goed te onthouden regels, waarmee te werken valt. De mijne bijvoorbeeld, van hierboven. Betere is ook goed.