Iemand nieuws ontmoeten

Ook op Facebook wordt inmiddels over taal gediscussieerd. De Amsterdamse taalkundige Jan de Jong schreef gisteren:

Lees in de rechterkolom van FB de suggestie – datingsite – om ‘iemand nieuws’ te ontmoeten. Wat vinden wij van deze constructie, taalkundig gezien?

Zoals taalkundigen zijn: niemand gaf antwoord op die vraag en in plaats daarvan begon men te googlen:

iemand nieuw ontmoeten 102 resultaten
iemand nieuws ontmoeten 88 resultaten
‎een nieuw iemand ontmoeten 350 resultaten

Met andere woorden: iemand nieuws en iemand nieuw gaan een beetje hand in hand. De Groningse taalkundige Jack Hoeksema merkte op:

In Vlaams Nederlands kun je iemand in deze constructie gebruiken, heb ik begrepen. Misschien speelt ook de associatie met iemand anders mee.

Dat de constructie specifiek Vlaams is heb ik niet kunnen achterhalen: op internet zijn in ieder geval heel makkelijk voorbeelden uit Nederland te achterhalen, zowel van iemand nieuw als van iemand nieuws. Dat de associatie met iemand anders een rol speelt is een interessante gedachte, maar ik weet niet zo goed hoe hij te testen is. (Het is misschien ook kenmerkend voor een gezelschap van taalkundige dat niemand met de suggestie komt dat het weleens de invloed van het Engelse zou kunnen zijn: somebody new. Taalkundigen zijn geneigd om te denken dat dit soort constructies niet zo snel geleend worden.)

Voor de hand ligt natuurlijk om te denken dat de constructie een uitbreiding is van iets nieuws of iets nieuw. Die laatste constructie is in ieder geval volgens de Algemene Nederlandse Spraakkunst, al vind ik ook hiervoor makkelijk allerlei Nederlandse vindplaatsen. Misschien is het een verschijnsel dat sinds 1997 van Vlaanderen naar Nederland getrokken is.

De constructie is sowieso een studie waard. Volgens de ANS is het eerste woord “iets, niets, velerlei, allerlei, wat, veel, weinig, meer, minder, genoeg, voldoende of de combinatie wat voor“. Die wordt dus nu uitgebreid van zaken (waarnaar al die woorden verwijzen) naar personen. Overigens heb ik geen niemand nieuw kunnen vinden, behalve in niet-terzake doende constructies als ‘dat is voor niemand nieuw’.