Het p-boek komt eraan

“We spreken vanmiddag met Renske Koster, technologisch letterkundige aan de Universiteit van Haarlem, over een innovatie die we binnenkort in onze huiskamer kunnen verwachten. Dat mag ik toch zo zeggen, mevrouw Koster?”
“Jazeker, ik verwacht inderdaad dat het p-boek op het punt van doorbreken staat.”
“Het p-boek gaat het oude vertrouwde boek verdrijven.”
“Ho, nou, dat hoort u mij niet zeggen. Ik verwacht dat er mensen zullen blijven die liever van een tablet lezen, uit gewoonte of uit een zeker bibliofiel snobisme. Maar het p-boek wordt het dominante leesmedium.”
“Waarom verwacht u dat? Wie zit er op p-boeken te wachten?”
“Te wachten niemand, en dat is meestal zo met innovaties. Maar het p-boek heeft zo veel voordelen voor zo veel partijen, dat gaat een keer doordringen. Voor de lezer is het grote voordeel dat elke tekst voortaan zijn eigen fysieke drager heeft. Het p-boek is makkelijk te herkennen, makkelijk terug te vinden en je vergeet niet dat je ermee bezig was want het lígt daar gewoon, op je salontafel, op je nachtkastje, vol in het oog. Je bouwt met het p-boek een sterkere band op dan met het traditionele boek, ook omdat p-boeken meer van elkaar verschillen: in uiterlijk, in handgevoel, zelfs in geur en geluid.”
“Een p-boek is een lekker ding waar je van gaat houden, zeg maar.”
“Precies, maar dat niet alleen. Doordat de lettergrootte vastligt, blijft de tekst steeds op dezelfde plek op dezelfde pagina staan, waardoor we hem beter onthouden. En doordat er geen links in de tekst staan, kun je je als lezer beter concentreren. Het oude probleem dat je van link naar link springt en je hele boek vergeet, daar zijn we met p-boeken van af.”
“Maar dat betekent dus ook: je kunt niet even snel een moeilijk woord opzoeken.”
“Dat is waar, maar dáár hebben p-boekproducenten intussen iets op bedacht. Ze komen binnenkort met speciale woordzoek-p-boeken.”
“Een woord zoeken in een heel boek, met het blote oog, zonder zoekfunctie? Dat is toch de spreekwoordelijke speld in een hooiberg!”
“Dat valt erg mee. De woorden worden niet willekeurig door elkaar geplaatst. Er is een vernuftig systeem bedacht om ze snel te kunnen vinden: de qwertylogische volgorde. Elk woord heeft dan zijn eigen plek.”
“Lijkt me lastig, maar goed. Iets ander dan: je hoort nogal eens dat p-boeken niet prettig zouden lezen als gevolg van dat materiaal, dat, eh… peper.”
“Het peper, of papier met een Nederlands woord, dat was in de eerste p-boeken inderdaad vaak of te glad, wat de ogen irriteerde, of te ruw, waardoor letters er wel eens misvormd uitzagen. Maar dat waren echt kinderziektes. We zijn intussen technisch veel verder. Dat komt niet meer voor.”
“Nog andere voor- of nadelen?”
“Vooral voordelen, te veel om op te noemen! Boekontwerpers bijvoorbeeld kunnen met een p-boek veel meer dan met een traditioneel boek. Ze kunnen zowel de voor- en de achterkant als de rug helemaal…”
“Sorry, de achterkant en de rug? Dat is toch hetzelfde?”
“Nou, eh, nee, de rug is, zeg maar, die smalle strook van extra dik papier waarmee de voorkant aan de achterkant vastzit. En al die dingen kunnen ontwerpers dus aantrekkelijk maken, en zelfs de tekstpagina’s kunnen ze naar eigen inzicht vormgeven, zonder de technische beperkingen die nu eenmaal in de traditionele leestabletten ingebakken zaten. Ten opzichte van de tablet met zelfverlichting, zoals de iPad 17, heeft het p-boek dan ook nog het voordeel dat ie de aanmaak van melatonine in de hersenen niet onderdrukt, zodat je ook ’s avonds laat nog kunt lezen, zonder daarna wakker te liggen.”
“Als u dat allemaal zo vertelt, ga je je bijna afvragen waarom we al die tijd boeken hebben gelezen op onze tablet.”
“Er was niks beters! Mag ik ook nog even de milieuvriendelijkheid van p-boeken noemen. Ze worden grotendeels gemaakt van hout…”
“Van peper toch?”
“Ja, en dat weer van hout, van bomen dus die gewoon weer bijgroeien. De productie kost natuurlijk energie, maar het gebruik niet. Voor de tablet is niet alleen bij de productie energie nodig, en schaarse metalen, maar die blijft zijn hele leven stroom verbruiken, meestal uit fossiele brandstoffen. Ik spreek daarom graag van een ‘fossiel medium’.”
“Toch willen uitgevers er nog niet aan, zegt u, aan dat p-boek. Ze kijken de kat uit de boom.”
“Klopt. Ik denk dat ze bang zijn voor auteurs die nu zelf hun boeken kunnen gaan distribueren. Elke schrijver kan zijn eigen boek in Wordz vormgeven, even printen en hopla, het gaat kant-en-klaar naar de geïnteresseerde lezer. Geen gedoe met allemaal verschillende tabletten met hun eigen bestandsformaten, met tekens die niet ondersteund worden en plaatjes die op de verkeerde plek belanden. Gewoon een clean p-boek, meteen bruikbaar, zonder gedoe.”
“Zijn uitgevers ook niet bang dat hun handel inzakt? Ik bedoel, als we over een paar jaar bij een vriend een mooi boek zien liggen, kunnen we dat gewoon van hem lenen. Het zal wel illegaal zijn, maar dat gaat geheid gebeuren. En niemand verdient daar een cent aan.”
“Dat líjkt inderdaad een commercieel nadeel van het p-boek. Maar als u het geleende boek de moeite waard vindt, dan praat u er weer over met andere mensen en die kopen hem misschien wel zelf. Meelezers zijn ook een vorm van reclame!”
“Gewone gesprekken zijn een vorm van reclame. Dat heb ik dan ook weer geleerd van dit interview. Mevrouw Koster, mag ik u hartelijk bedanken.”
“Graag gedaan.”
“We voerden een gesprek over hightech in de huiskamer met Renske Koster, technologisch letterkundige aan de Universiteit van Haarlem. En op haar verzoek draaien we nu Book of Dreams van Suzanne Vega. Ja, laat die naald maar zakken, Marcel!”