Ove: In memoriam Anton D. (Ton) Leeman

Door Jaap Wisse (Newcastle)

Op 5 augustus 2010 is rustig overleden Anton Daniël (Ton) Leeman, emeritus hoogleraar Latijnse Taal en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, geboren 9 april 1921. Zijn inspirerend pionierswerk op het gebied van de de antieke retorica heeft een belangrijke invloed gehad zowel op de historische Nederlandse letterkunde als op de taalbeheersing. Na zijn proefschrift over Cicero’s opvattingen over de roem (Gloria, 1949) werd hij al in 1952, net in de 30, hoogleraar. Hij publiceerde eerst een aantal mooie artikelen vooral over de Romeinse historiografie, en in 1963 verscheen een boek dat nog steeds tot de retorische klassiekers behoort: Orationis Ratio, een veelomvattende studie over ‘the stylistic theories and practice of the Roman orators, historians and philosophers’. Helder en nog steeds toegankelijk (alle Latijnse teksten zijn voorzien van vertalingen), geeft Leeman de lezer inzicht in, en feeling voor, de interactie tussen retorische theorie en Latijns proza. Aandacht voor retorica – het is ondertussen moeilijk voor te stellen – was in die dagen een zeldzaamheid, en samen met onder andere George Kennedy’s eerste handboek The Art of Persuasion in Greece, uit hetzelfde jaar, heeft Orationis Ratio de retorica weer op de kaart helpen zetten.

Ook in andere vakken dan klassieken begon men in die tijd weer naar de retorica te kijken, en Leeman behoorde in 1977 tot de oprichters van de ISHR (International Society for the History of Rhetoric); in de jaren 1981-1983 was hij voorzitter. De tweejaarlijkse internationale congressen van de ISHR zijn inmiddels uitgegroeid tot een ontmoetingsplaats voor retorici van verschillende snit en achtergrond, waarbij klassieke retorica ook nog altijd een centrale rol speelt. De Nederlandse tak van de ISHR leidde in de jaren ’80 en ’90 een bloeiend bestaan, met jaarlijkse interdisciplinaire bijeenkomsten waarin vooral ook Neerlandici een grote rol speelden. In 1999 werd het internationale congres gehouden aan de VU in Amsterdam, onder het voorzitterschap van Marijke Spies, toentertijd hoogleraar Nederlandse letterkunde tot 1770.

Inmiddels, in 1981, was de eerste band gepubliceerd van ‘Leeman-Pinkster’, een commentaar op Cicero’s grote werk Over de (ideale) redenaar (De oratore), begonnen in de jaren ’60 (!) samen met Harm Pinkster, en pas onlangs, in 2008, afgerond met de publikatie van de vijfde band. In 1989 verscheen de onder zijn hoede vervaardigde Nederlandse vertaling van ditzelfde werk door H. W. A. van Rooijen-Dijkman, waardoor Cicero ook voor Neerlandici toegankelijk werd (4e druk in 2006). Ook de prachtige analyse van Cicero’s getructe verdedigingsrede voor Murena mag hier niet onvermeld blijven (1982). Maar de meest tastbare blijk van Leemans belang voor de Neerlandistiek is waarschijnlijk het met Toine Braet geschreven handboek uit 1987, Klassieke retorica: haar inhoud, functie en betekenis. En met Braet is ook het verband gelegd met de bloei van de (uiteindelijk sterk ‘retorische’) Nederlandse taalbeheersing.

Hoewel zijn meest invloedrijke werk aldus op het gebied van de retorica lag, was Ton Leeman ook actief op andere gebieden. Mooie analyses, van proza maar ook van poëzie (bijvoorbeeld Catullus), zijn te vinden in de gebundelde selectie van artikelen, Form und Sinn. Voor het middelbaar onderwijs produceerde hij, naar het verhaal gaat in een opwelling en één zomer, de enthousiasmerende bloemlezing Romanitas, voor mij indertijd een eye-opener en één van de redenen om uiteindelijk klassieken te gaan studeren. Zijn gevoel voor humor zal velen zijn bijgebleven, al was het alleen maar door zijn college over Cato’s ‘Hooglied van de kool’, of door zijn (vaak herdrukte) vertaling van Petronius’ Satyricon. En wie had gedacht dat je, zoals hij deed in ‘Julius Caesar, the Orator of Paradox’, Caesar’s ene woord Quirites, gesproken tot zijn soldaten, kan analyseren als een complete redevoering, met proloog, narratio, argumenten en epiloog?

Ton Leeman: retorica, literatuur, eruditie, humor, paradoxen, en niet te vergeten een humanitas die ik, met zijn vele andere leerlingen, niet zal vergeten.

Genoemde titels, in chronologische volgorde:

Gloria. Cicero’s waardering van de roem en haar achtergrond in de hellenistische wijsbegeerte en de romeinse samenleving (Diss. Leiden; Rotterdam 1949)
Orationis Ratio. The Stylistic Theories and Practice of the Roman Orators, Historians and Philosophers (2 vols, Amsterdam 1963; repr. 1 vol., 1986)
– Petronius, Satyricon (1e druk als Schelmen en tafelschuimers, Amsterdam 1966; herziene versie 1972, herdrukt o.a. in de serie Salamander Klassiek, Amsterdam 2004)
Romanitas: synthematische bloemlezing uit de Latijnse litteratuur (Amsterdam 1973)
– Anton D. Leeman, Harm Pinkster, Hein L. W. Nelson, Edwin Rabbie, Jakob Wisse, Michael Winterbottom, Elaine Fantham, M. Tullius Cicero De oratore libri III. Kommentar/A Commentary (5 banden; Heidelberg 1981-2008)
– ‘The Technique of Persuasion in Cicero’s Pro Murena’, in: Éloquence et rhétorique chez Cicéron. Entretiens sur l’antiquité classique XXVIII (Vandœuvres-Genève 1982), 193-236
Form und Sinn. Studien zur römischen Literatur (1954-1984) (Frankfurt am Main etc. 1985)
– A. D. Leeman- A. C. Braet, 1987, Klassieke retorica: haar inhoud, functie en betekenis (Groningen 1987)
– H. W. A. van Rooijen-Dijkman & A. D. Leeman (vert.), Cicero, De ideale redenaar (1e druk als Drie gesprekken over redenaarskunst, Amsterdam 1989, 4e druk in de serie Salamander Klassiek, Amsterdam 2006; oorspr.)
– ‘Julius Caesar, the Orator of Paradox’, in: C. W. Wooten (ed.), The Orator in Action and Theory in Greece and Rome. Essays in Honor of George A. Kennedy (Leiden 2001), 97-110