De gouden bergen van de naamkunde

Wat is in een naam? Voor sommigen vooral een zak met geld. Vorige week kreeg ik een brief onder ogen van een Noors namenbedrijf. In de brief vroeg het bedrijf aan het instituut waar ik werk om de tienduizend frequentste achternamen. Die bedrijven wilde het laten vastleggen als zogenoemde Internetdomeinnamen: jansen.nl, devries.nl, delange.nl, vanoostendorp.nl en nog zoveel mogelijk andere.

Het wordt steeds populairder om je eigen website en je eigen e-mailadres te hebben. Een e-mailadres als Gerrit@Komrij.nl klinkt niet alleen als een klok, maar kun je ook gemakkelijk meenemen als je van werkgever of van Internetaanbieder verandert. Dat adres kun je, net als je naam zelf, je leven lang meenemen. Het eindigt weliswaar op .nl, maar zolang je je wortels niet verloochenen wil, kun je het ook meenemen als je emigreert.

Het is dus erg aantrekkelijk om zo’n adres te hebben. Dat heeft het bedrijf van wie ik de brief las kennelijk ook begrepen, en er duiken her en der meer van dat soort bedrijfjes op. Wie nu het adres verkruijsse.nl weet te reserveren kan immers in de toekomst Piet@Verkruijsse.nl, Joop@Verkruijsse.nl én Marie@Verkruijsse.nl allemaal een prachtig e-mailadres aanbieden. Hij kan daar dan geld voor vragen, maar hij kan die adressen zelfs ook gratis aan de naamdragers aanbieden en ze af en toe vertroetelen met een advertentie. Omdat hij inzicht heeft in de e-mailcorrespondentie kan hij de advertenties nog op maat snijden ook. Wie veel berichten schrijft waarin gewag wordt gemaakt van auto’s, krijgt op een goede dag een prachtige aanbieding van de firma Citroën in de elektronische brievenbus.

Daar komt nog bij dat zo iemand in één klap een groot aantal namen voor websites ter beschikking heeft (http://www.piet.verkruijsse.nl/), die eventueel ook met allerlei advertenties kunnen worden opgetuigd. Het is daarvoor niet nodig dat degene die die Internetnamen registreert zelf ook maar enige connectie onderhoudt met iemand die Verkruijsse heet. Hij hoeft alleen maar de eerste te zijn die op het idee komt de namen vast te leggen. Vandaar dat het bedrijfje waarvan ik die brief onder ogen kreeg zoveel belangstelling had voor de frequentste 10.000 namen in Nederland.

Natuurlijk is het instituut waar ik werk niet op het voorstel ingegaan: onderzoeksinstellingen zijn er niet om bedrijven aan een monopolie te helpen. De brief heeft mij trouwens meteen wel een interessant avondje surfen bezorgd, toen ik van zoveel mogelijk kennissen, vrienden en collega’s probeerde te achterhalen of ik hun naam nog kon kopen. Neem mijn mederedacteuren. De adressen http://www.verkruijsse.nl/ en http://www.salemans.nl/ zijn nog vrij; http://www.kuiper.nl/ behoort aan een bureau voor ruimtelijke ordening; http://www.coppen.nl/ is al wel vergeven maar het is nog niet helemaal duidelijk aan wie. En wie aanspraak denkt te maken op een e-mailadres dat eindigt op vanOostendorp.nl kan deze tegen kostprijs van een paar gulden verkrijgen bij
Marc@vanOostendorp.nl

Voorbeelden van namenbedrijfjes: http://www.basenames.nl/, http://www.internetadres.nl/, http://www.nameplanet.com/, http://www.realnames.com/.