Neder-L, no. 9901.c: tijdschriftenoverzicht

Subject: Neder-L, no. 9901.c: tijdschriftenoverzicht
From: BJP Salemans
Reply-To:Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
Date:Sun, 31 Jan 1999 23:40:31 +0100
Content-Type:TEXT/PLAIN
                           *********************
*-Zevende-jaargang--------- Neder-L, no. 9901.c -----------ISSN-0929-6514-*
|                                                                         |
|      ************************************************************       |
|      * Neder-L, elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek *       |
|      ************************************************************       |
|                                                                         |
| Maandelijks tijdschriftenoverzicht:                                     |
| ===================================                                     |
| (1) Tyd: 9901.22: De Boekenwereld, jrg. 15, no. 1, oktober 1998         |
| (2) Tyd: 9901.23: De Boekenwereld, jrg. 15, no. 2, december 1998        |
| (3) Tyd: 9901.24: Mededelingen van de stichting Jacob Campo Weyerman,   |
|                   jrg. 21, no. 3, december 1998                         |
| (4) Tyd: 9901.25: Meesterwerk, no. 13, september 1998                   |
| (5) Tyd: 9901.26: Meesterwerk, no. 14, januari 1999                     |
| (6) Tyd: 9901.27: Onze Taal, jrg. 68, no. 1, januari 1999               |
| (7) Tyd: 9901.28: Queeste, jrg. 5, afl. 2                               |
| (8) Tyd: 9901.29: Taalbeheersing, jrg. 20, no. 4, november 1998         |
| (9) Tyd: 9901.30: Tabu, jrg. 28, no. 2, 1998                            |
|(10) Tyd: 9901.31: Vonk, jrg. 28, no. 2, november-december 1998          |
|(11) Tyd: 9901.32: Lijst redacteurs tijdschriftenoverzicht Neder-L       |
|(12) Informatie over Neder-L                                             |
|                                                                         |
*--------------------------                     --------------------------*
                           *********************

(1)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9901.22-=-=
DE BOEKENWERELD, jaargang 15, nummer 1, oktober 1998.
ISSN 0168-8391.
Door: Marja Smolenaars.
Boskoop, 26 januari 1999.

Speciale uitgave: Lithografie in Nederland

  • H.C.M. Marres-Schretlen i.s.m. R. Meijer.
    Ontstaan en opkomst van de lithografie in Nederland. Blz. 8-33.
  • M. Keyser.
    De stangenpers. Blz. 34-35.
  • J. A. Brongers.
    Vroege lithografie in het Rijksmuseum van Oudheden. Blz. 36-38.
  • D. de Vries.
    Vroege steendrukken in de verzameling ‘Prenten Nederland’ van Bodel Nijenhuis. Blz. 39-42.
  • A.G. van der Steur.
    Een steendrukkersatelier in 1822. Blz. 43.
  • R. Meijer.
    Jonkheer Hendrik Johan Caan: pleitbezorger van het geheel gelithografeerde Nederlandse boek. Blz. 44-56.
  • R. Meijer.
    Papyrografie plus draagbaar lithopersje: Een tweevoudige uitvinding die niet aansloeg. Blz. 58-67.
  • R. Meijer.
    Een vroege toepassing van de ‘steendrukplaat’ door ’t Nut. Blz.
    68-77.
  • J. Tholenaar.
    De steengravure. Blz. 78-79.
  • A.G. van der Steur.
    Porseleinkaartjes. Blz. 80-81.
  • R.E.O. Ekkart.
    Johann Peter Berghaus en zijn litho’s naar foto’s. Blz. 82-83.
  • A.G. van der Steur.
    De achterkanten van ‘carte-de-visite’-foto’s. Blz. 84-85.
  • J. van Waterschoot.
    ‘Een totale schipbreuk’: Boekhandelaar Suringar en lithodrukker Bogaerts en de kaart van Nederland. Blz. 86-87.
  • C.H. Slechte.
    Johan Braakensiek: Spottekenaar op steen. Blz. 88-90.
  • K. van Ommen.
    Een gladde steen. Blz. 91.
  • A.G. van der Steur.
    Onbekende tijdgenoten van Jan Veth. Blz. 92.
  • A.G. van der Steur.
    De kinderwagen van Jan Veth. Blz. 93.
  • C. Greven.
    De Gebroeders Braakensiek. Blz. 94-95.
  • L. Tibbe.
    De keuze voor een ‘stil en eerzaam ambacht’: R.N. Roland Holst (1868-1938) en de lithografie. Blz. 96-110.
  • A.G. van der Steur.
    De gebroken lithosteen van Jan Mankes. Blz. 111.
  • Kleurenkatern. Blz. 113-128.
  • J.A. Brongers.
    Lithografie en de detectiveroman. Blz. 129-130.
  • K. van Ommen.
    Wendingen. Blz. 131.
  • J.F. Heijbroek & H.C.M. Marres-Schretlen.
    In gesprek met Gert Jan en Martijn Forrer: Een steendrukkerij in bedrijf. Blz. 132-139.
  • F.W. Kuyper.
    De Winkler-collectie onder de hamer. Blz. 140-141.
  • H.C.M. Marres-Schretlen en R. Meijer.
    Steendrukkers werkzaam in Nederland voor 1840. Blz. 142-146. Steendrukkerijen in het ‘Adresboek van den Boekhandel’. Blz. 147.
  • Voorlopige bibliografie. Blz. 148-160.
  • Over de auteurs. Blz. 161-162.
  • Register van persoonsnamen. Blz. 163-166.

(2)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9901.23-=-=
DE BOEKENWERELD, jaargang 15, nummer 2, december 1998.
ISSN 0168-8391.
Door: Marja Smolenaars.
Boskoop, 26 januari 1999.

  • J. Spoelder en R.J.A. te Rijdt.
    Bij de voorplaat. Blz. 170-174.
    (Het portret van Isaac Schull (1684-1760) en prijsboeken op de Latijnse school.)
  • L. Buijnsters-Smets.
    H.P. Oosterhuis, een veelgevraagd illustrator van kinderboeken in de negentiende eeuw. Blz. 176-189.
  • R.J.A. te Rijdt.
    Bijschriften bij illustraties. Naar aanleiding van ‘Den Haag, je tikt er tegen en het zingt’. Blz. 191-193.
  • Uit de tijdschriften. Blz. 194-197.
  • Boekbesprekingen. Blz. 198-207.
    . <Door: B. de Graaf:> G. Jaspers. De zestiende eeuw in de Stadsbibliotheek Haarlem, Amsterdam, De Buitenkant & Stadsbibliotheek Haarlem, 1997.
    . <Door: P. Altena:> J. Mateboer. Bibliografie van het Nederlandstalig Narratief Fictioneel Proza 1701-1800, Bibliotheca Bibliographica Neerlandica XXXI, Nieuwkoop, De Graaf Publishers, 1996.
    . <Door: L. Kuitert:> P. Schneiders. Nederlandse Bibliotheekgeschiedenis. Van librije tot virtuele bibliotheek, Den Haag, NBLC Uitgeverij, 1997.
    . <Door: W. Heijting:> J. Witteveen en B. Cuperus. Bibliotheca gastronomica. Eten en drinken in Nederland en Belgie 1471-1960, 2 delen, Amsterdam, Linnaeus Press, 1998.
  • Verschenen boeken, op blz. 208-209.
  • Catalogi, op blz. 210.
  • Verschenen catalogi, op blz. 211-215.
  • Veilingen, op blz. 216-218.
  • Berichten, op blz. 218-221.
  • Agenda (Veilingen, Beurzen en Tentoonstellingen), op blz. 222-223.
  • Vraag en Aanbod, op blz. 223.
  • Over de auteurs, op blz. 224.

(3)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9901.24-=-=
MEDEDELINGEN VAN DE STICHTING JACOB CAMPO WEYERMAN, jaargang 21,
nummer 3, december 1998.
ISSN 0167-4609.
Door: Marco de Niet, Koninklijke Bibliotheek.
Den Haag, 29 december 1998.

  • Pieter Breman.
    Dirk Kuipers (1733-1796), onverbeterlijk kunstenaar. Blz. 65-86.
    (Dirk Kuipers was in de ogen van zijn familie een “gemakzuchtige, verwende, zelfzuchtige, trouweloze en onevenwichtige losbol”. Maar de gedichten van deze maatschappelijke mislukkeling roepen toch ook een zekere sympathie op bij de 20ste-eeuwse lezer.)
  • Peter Altena.
    “Geen stervling deed ooit zulk een’ smak”, Dirk Kuipers en ‘De Historie en het Einde der Luchtbollen’ (1786). Blz. 86-94.
    (In zes gedichten verwoordt Dirk Kuipers zijn afkeer van de modieuze ballonvaart. Als mens moge Kuipers dan origineel en tegendraads zijn geweest, als denker was hij zeker niet verlicht.)
  • Jan Bruggeman.
    De betekenis van het woord ‘theebriefje’. Blz. 95-100.
    (Causerie van de voorzitter van de Stichting JCW, naar aanleiding van het voorkomen van het woord ‘theebriefje’ in Weyermans “Den opkomst en den val van een koffihuys nichtje”.)
  • Signaleringen, op blz. 101-104:
    . <Door: A. Hanou:> Verschenen: Gerrit Paape, De Bataafsche Republiek. Bezorgd door P. Altena. Nijmegen 1998.
    . <Door: M. van Vliet:> Verschenen: A.W.A. Boschloo, The prints of the Remondinis. Amsterdam 1998.
    . <Door: M. de Niet:> Verschenen: P.J. Buijnsters en L. Buijnsters-Smets, Bibliografie van Nederlandse school- en kinderboeken 1700-1800. Zwolle 1997.
    . <Door: J. Leenes:> J. Sinnighe, Boeven en bezetenen.

(4)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9901.25-=-=
MEESTERWERK, Periodiek van het Peeter Heynsgenootschap, no. 13, september 1998.
ISSN 1380-5118.
Door: Els Ruijsendaal.
Amsterdam, 25 januari 1999.

  • Van de redactie. Blz. 1.
  • M.C. van den Toorn.
    De oude MO-opleiding en het taalkunde-onderwijs. Blz. 2-6.
    (In zijn terugblik op de aloude MO-tijden haalt Maarten van den Toorn herinneringen op aan de sfeer rond de massale MO-examens van weleer.)
  • H. Jansen.
    Een beknopte geschiedenis van het tijdschrift De (Drie) Talen. Blz. 7-18.
    (In zijn bijdrage geeft Hans Jansen een kwantitatief en kwalitatief beeld van het vaktijdschrift De Drie Talen (gestart in 1885; vanaf 1988 gecontinueerd onder de naam De Talen, toen naast Frans, Duits en Engels het Spaans erbij kwam.)
  • Minne G. de Boer.
    Een Italiaanse syntaxis voor Coenraad van Beuningen. Blz. 19-29.
    (Minne de Boer bespreekt een van de voorgangers van de Italiaansche Spraakkonst van Lodewyk Meyer uit 1672: J.F. Roemers Institutiones linguae Italicae uit 1649.)
  • J. Posthumus.
    Nolst Trenit’e als onbekend auteur van een befaamd gedicht. Blz. 30-39.
    (In zijn bijdrage over Nolst Trenit’e/Charivarius, de laatste uit een vierluik, gaat Jan Posthumus nader in op Nolst Trenit’e’s wereldwijd bekende gedicht “The Chaos”. De definitieve versie van deze “struikelblokken van de Engelsche uitspraak” op rijm, is door Posthumus integraal, met de nodige tekstkritische opmerkingen en aanvullingen, afgedrukt in dit nummer van Meesterwerk.)
  • P. Loonen & F. Wilhelm.
    Bronnen voor de bestudering van de geschiedenis van de MO-LO-opleidingen voor de moderne talen. Blz. 40.
  • P. Loonen.
    Boekbespreking van Groenboers Koloniale taalpolitiek (1997). Blz. 41-42.
  • Op de schoolbank …
    Minne G. de Boer.
    Jeroen leert Italiaans voor de Grand Tour: Over de Linguae Italicae Compendiosa Institutio van Carolus Mulerius. Blz. 43-47.
    (Minne de Boer bespreekt een bijzonder leerboek, dat op de Idus van 1631 uitkwam en de bedoeling had iemand die de Latijnse school had afgemaakt en zich opmaakte voor de ‘Grand Tour’ naar Italie, als reisgezel te dienen.)
  • (En verder op blz. 47-52:)
    Publicaties.
    Verslag van de studiedag.
    Berichten en aankondigingen.

(5)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9901.26-=-=
MEESTERWERK, Periodiek van het Peeter Heynsgenootschap, no. 14, januari 1999.
ISSN 1380-5118.
Door: Els Ruijsendaal.
Amsterdam, 25 januari 1999.

  • Van de redactie. Blz. 1.
  • Jos’e de Bruijn-van der Helm.
    ‘Godt geve u goeden dach’ / ‘Dio vi dia il buon giorno’ Italiaans leren door Nederlanders in de zestiende eeuw. Blz.
    (De eerste sporen van het Italiaans als vreemde taal in de Lage Landen zijn te vinden in een vijftalig woordenboek uit 1534, waarin de woorden binnen zestig thema’s behandeld worden.) Blz. 2-13.
  • Henk de Groot.
    Shizuko Tadao, innovator of Dutch language study in 19th century Japan. Blz. 14-18.
    (Zoals menigeen weet, stond de Japanse overheid enkele eeuwen geen enkel contact met Europa toe, met ‘e’en uitzondering: Holland. En dat contact had ook gevolgen op taalkundig terrein.)
  • Op de schoolbank …
    Suzanne van den Nieuwendijk.
    Inleiding tot de studie der letterkunde. J.L. Horsten en de appel van het paradijs. Blz. 19-21.
    (In de rubriek ‘Op de schoolbank …’ wordt wederom een opvallend schoolboek uit het begin van deze eeuw besproken.)
  • Els Ruijsendaal.
    1598-1998: De grammaticus Peeter Heyns herdacht. Blz. 22-28.
    (Tekst van de lezing op 23 oktober 1998 in Haarlem gehouden ter gelegenheid van het feit dat Peeter Heyns, de naamgever van ons genootschap, 400 jaar geleden in die stad gestorven is.)
  • (En verder op blz. 29-32:)
    Publicaties.
    Uit de tijdschriften.
    Berichten en aankondigingen.

(6)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9901.27-=-=
ONZE TAAL, jaargang 68, nummer 1, januari 1999.
ISSN 0165-7828.
Door: Jac Aarts, Hogeschool Larenstein.
Arnhem, 24 januari 1999.

  • Erik van der Spek.
    Allemansvriend jaarverslag. De vertrossing van de accountantsbrief. Blz. 4-6.
    (Jaarverslagen zijn niet langer alleen interessant en leesbaar voor accountants en andere cijferaars. Klanten en medewerkers komen vaker in beeld; emotie en visie komen meer naar voren. Als gevolg daarvan wordt het stijlregister veel breder: een jaarverslag kan opgesteld zijn in de taal van de reclame, als nieuwsbericht, als hormonenblad Story/Priv’e of zelfs als Internet-locatie.)
  • Reacties (Door Claudia Calberson e.a.:)
    (Opmerkelijk in deze rubriek lezersreacties is deze keer de brief van Claudia Calberson (Antwerpen), hoofdbestuurslid van de VAN (Vereniging Algemeen Nederlands). Zij sluit zich in grote lijnen aan bij de strekking van Van den Toorns omstreden artikel ‘Misvattingen over taal’, dat gepubliceerd werd in het oktobernummer en waarin deze o.a. de onkunde van vele ‘schrijvers’ over taal aantoonde.. Wel voegt ze eraan toe dat de taalkundige uit zijn ivoren toren moet komen. De gewone taalgebruiker moet inspraak krijgen in bijvoorbeeld spellingwijzigingen. In een naschrift benadrukt de redactie dat Vanden Toorn beslist niet de gewone taalgebruiker in de hoek wilde zetten. Integendeel: hij pleitte juist voor beter taalkundeonderwijs, zodat die gewone taalgebruiker zijn mening kracht zou kunnen bijzetten.)
  • Taaladviesdienst:
    . 172 andere woorden voor hand-out’. Blz. 10.
    (Je krijgt het bij elke lezing of congres van enige diepgang, maar niemand heeft er een goed Nederlands woord voor: een ‘hand-out’.’Bijsluiter’, ‘uitreiksel’, ‘uitdeler’, ‘bijdehandje’: geen enkele vondst is echt helemaal geschikt.)
    . Ander woord voor ‘assessment’. Blz. 10.
    (De psychologisch verantwoorde procedure die aan moet geven welke kandidaten geschikt zijn voor de beschikbare functie: hoe noem je dat in het Nederlands?)
  • Vraag en antwoord (door: Taaladviesdienst).
    De etymologie van ‘ezelsbruggetje’, Een geval van foutieve samentrekking, Overhemdbloes of -blouse, Op- of met vakantie. Blz. 11.
  • Jan Erik Grezel.
    Het laatste voer hooi ? (Prof.dr. A.A. Weijnen en de dialectogie). Blz. 12-14.
    (Al 89 jaar en nog immer actief: prof. Weijnen,autoriteit op het gebied van de dialectgeografie. “Die andere, sociologische kant van de dialecten interesseert mij niet zo.” Weinig belangstelling voor woorden die met een p beginnen (want die komen uit het Keltisch), dansen met Jo Daan, de Europese taalatlas, het homoniem ‘schoer’ en de etymologie van het Zuid-Hollandse ‘neutje’: van alles passeert de revue. Ook komt de’taalbiologie’ van leermeester Van Ginneken nog even ter sprake. Deze stelde zich blijkbaar op als Gods plaatsvervanger in Nijmegen: hij wilde op hetb laatste moment nog dat Weijnen de tekst van zijn dissertatie in de oude spelling zou omzetten. Hij gaf maar toe.)
  • Hans Aniba.
    ‘Gabbercorrectie’ verbreidt zich. Blz. 15.
    (Hij is directeur van het taleninstituut Linguarama Nederland en signaleert het oprukken van hypercorrecte z, v en b. In ‘Hedenlands’ (1996) sprak Jan Kuitenbrouwer van de ‘gabbercorrectie’: om niet meteen met zijn scherpe s, f en p door de mand te vallen ging de Amsterdammer alle woorden zacht uitspreken, ook die woorden die toch echt een scherpe klank hebben. ‘De son in de see sien sakken’ was fout, dus sprak hij voortaan ook van ‘perzoon’ en ‘veldvles’. Deze articulatie is nu al niet meer beperkt tot de Randztad.
  • Redactie.
    WNT na 147 jaar voltooid. Blz. 15.
    (Het WNT is dan nu eindelijk klaar. Koning Albert en koningin Beatrix krijgen het eerste en het laatste deel symbolisch uitgereikt.)
  • Battus.
    Geheime verbanden. Blz. 16.
    (In zijn serie alternatieve lessen over de Nederlandse grammatica is nu voor Battus het uur van de waarheid aangebroken: niet langer houdt hij zijn studenten voor de gek. Hij confronteert ze nu met mysterieuze regels die er bijvoorbeeld toe leiden dat tante in bepaalde plaatsen van Nederland nooit nat is: “Tante in Epe niet nat”. Een toch normale zin als ” ‘Mooie zepen in Epe!’ zei oom” blijkt bij ontkenning gevolgd te moeten worden door tweemaal het onbepaalde lidwoord in zijn ontkende vorm. Hiermee doelt hij uiteraard op de negatieve zin: “Nee, geen mooie zepen in Epe!”, zei oom, “nee geen!” Als dit alles u verrast, bent u waarschijnlijk geen liefhebber van palindromen.)
  • Jules Welling.
    Zandlopers. Blz. 17.
    (Een piramide is nog niet zo ingewikkeld: de beginletter is gegeven (bv. r), er komt steeds een letter bij en die moet tot een aanvaardbaar woord leiden. Voor echte woordpuzzelaars is de zandloper ideaal: een dubbele piramide, en dan nog gespiegeld.)
  • Marinel Gerritsen, Marinel, Inge Gijsbers, Hubert Korzilius & Frank
    van Meurs.
    Engels in Nederlandse tv-reclame (2). Hoe denken consumenten erover en wat begrijpen ze ervan? Blz. 18-20.
    (De onderzoekers zijn verbonden aan de Studierichting Bedrijfscommunicatie, Katholieke Universiteit Nijmegen, Center for Language Studies. Uit een onderzoek onder Helmondse tv-kijkers blijkt dat het Engels vele proefpersonen voor problemen stelt. Seiko-horloges (“lifetime precision without a battery” ??), Lion, Fa, Nationale Nederlanden,Studio Line en Twix (“one break is never enough” ??) kunnen hun voordeel doen met het idee dat Engels voor het imago van hun product misschien helemaal niet zo goed is. In het algemeen gesteld: een juist begrip van de boodschap komt bij slechts een derde van de proefpersonen over.)
  • Marc van Oostendorp.
    Een leugendetector aan de telefoon. Blz. 21-22.
    (Te koop in de computerwinkel: ‘Truster’, een handige leugendetector voor thuisgebruik die het stemgebruik van je gesprekspartner analyseert om vast te stellen of die wel de waarheid spreekt. Deskundigen zijn zeer sceptisch. Kun je uit spraakgeluid veel afleiden over iemands persoonlijkheid of gemoedstoestand ? Nee, aldus taal- en spraaktechnoloog Lou Boves. “Zelfs hoe oud iemand is, of hoe groot, valt aan zijn of haar stem nauwelijks te horen.”)
  • A.K.S. Polderman.
    Erkennen, herkennen of onderkennen. Blz. 22.
    (Deze woorden worden weleens door elkaar gehaald. Misschien komt dat door de invloed van het Engelse ‘to recognize’ dat al deze drie betekenissen kan hebben. ‘Onderkennen’ wordt minder gebruikt dan de andere twee, maar beleeft nu een opmerkelijke comeback, en wel in de (verkeerde) betekenis ‘onderschatten’.)
  • Het proefschrift van:
    <Door: Marc van Oostendorp:>
    Luuk Lagerwerf: hoewel. Blz. 23.
    (Zijn ongetrouwde vrouwen meestal lelijk ? Nee, u weet wel beter, maar deze suggestie in een krantenartikel deed vele lezers van de Volkskrant boos naar de pen grijpen, toen hierin werd bericht over de dood van Greta Garbo. In de necrologie stond de zin: “Hoewel Greta Garbo de maatstaf werd genoemd voor schoonheid, is zij nooit getrouwd geweest.” Welke complexe veronderstellingen er schuil kunnen gaan achter eenvoudig lijkende voegwoorden als ‘hoewel’, blijkt uit het proefschrift dat de taalkundige Luuk Lagerwerf hierover schreef (“Causal Connectives have Presuppositions; Effects on Coherence and Discourse Structure”). Lezers lezen meer in een tekst dan er feitelijk staat; schrijvers weten dat en maken daarom niet alles expliciet.)
  • Frank Jansen.
    Wie zegt dat ? Over de lusten en lasten van stemversluiering. Blz. 24-26.
    (Journalisten mogen in hun citaten alleen woorden opnemen die letterlijk zo zijn uitgesproken. Dat bepaalde de rechter in de zaak-Huijbregtsen (dec ’98). In dit artikel wordt met voorbeelden getoond welke andere middelen een schrijver ook kan gebruiken om aan te geven wie er aan het woord is: bronvermelding, verandering van de werkwoordtijd, ‘zegt hij’-formules en synoniemen daarvan. Ook wordt beschreven hoe het niet moet. Volgens tekstonderzoeker Niels van der Mast wordt ongewenste inbreng van belangengroepen in ambtelijke nota’s aangeduid in voorwaardelijke bijzinnen (‘Indien zich ontwikkelingen voordoen die ..’). Er kan volgens Janssen ook sprake zijn van “buiksprekerij” d.w.z. de eigen mening wordt naadloos vermengd met die van een autoriteit. Dit artikel werd in oktober 1998 bekroond met de jaarlijkse prijs van de LOT (Landelijke Onderzoekschool Taalwetenschap) voor het beste Nederlandse populair-wetenschappelijke taalkundeartikel.
  • Riemer Reinsma.
    Neude. Blz. 27.
    (Lang geleden was de Utrechtse Neude een inham van de Rijn. De precieze betekenis van ‘neude’ of noide’ <uitspr.: lange o> is dan ook: een laag gelegen haven of geul. Van verlanding was al sprake in de 12e eeuw.)
  • Ewoud Sanders.
    Professor Akkermans. Blz. 28-29.
    (Populair typetje van tv-cabaretiers Van Kooten en De Bie: de publiciteitsbeluste prof.dr.ir. P. Akkermans. Alleen de rector van de Rotterdamse universiteit, die toevallig een bijna gelijkluidende naam heeft, kon er niet echt om lachen. De naam is overigens toevallig.)
  • Tamtam. Taalberichten:
    <Door: redactie, op blz. 30:>
    Kamerleden tegen Engels, Niet-dialectsprekende sollicitante afgewezen, Utrecht wint ABC taaltrofee.
  • Hans Heestermans.
    Slim. Blz. 31.
    (De grondbetekenis van ‘slim’ is: scheef, krom,schuin. Uit de negatieve betekenissen die zich ontwikkelden (‘gemeen, slecht’), kwam tenslotte ‘vlug van begrip’ tevoorschijn: de misdaad moet immers lonen. Je moet je slechtheid te gelde kunnen maken door trucs en listen.)
  • Uit de jaargangen:
    <Door Redactie (1938):>
    Tweeerlei standpunt. Blz. 31.
    (De redactie dient objectief te zijn en mag zich alleen laten leiden door het streven naar het ‘onderling beoefenen van zuiver Nederlandsch’; voor lezers en schrijvers echter ligt dat anders: zij geven hun persoonlijke mening.)
  • InZicht:
    (Deze door Raymond No”e samengestelde rubriek licht u in over nieuwe boeken, congressen en lezingen in taalkundig Nederland. Blz. 32-34. Deze keer over:)
    . Dirk van Delft, “De wijde wereld van de kleine talen”
    (Interviews met 25 onderzoekers van talen waarmee slechts weinig onderzoekers zich bezighouden: IJslands, Mixteeks, Berber, Armeens)
    . Dirk van der Heide, “Groot schimpnamenboek van Nederland”
    (Locofaulismen: scheld- en schimpnamen voor inwoners van een bepaalde plaats of streek.)
    . Ewoud Sanders & Rob Tempelaars, “Krijg de vinkentering!”
    . Enkele spreekwoordenboeken: Jan Meulendijks en Bart Schuil, “Spreekwoordelijk Nederlands”; Riemer Reinsma, “Gezegden” (over herkomst); Driek van Wissen, “Groot verkeerde-spreekwoordenboek”
    . Madeline Lutjeharms (red.), “Feminisering van beroepsnamen: een juiste keuze?”
    (Belgie kiest nog vaak voor masculiene namen, Nederland meer voor neutralisering)
    . “Ik <houd van> taal”, cd-rom met leerzame taalspelletjes voor kinderen
    . Elektronische naslagwerken (cd-rom): “Kramers Nederlandse taal cd-rom”, J.H.J. van de Pol, “Elektronische Taalwijzer” (J.H.J. van de Pol), “Elektronisch Groene Boekje”, “Het elektronische Stijlboek ” (Volkskrant), “AND Vertaalwijzer” (Bedrijfscorrespondentie: Ned.,E-F-D, Spaans, Italiaans)
    . W.G. Klooster, H.J.W.M. Broekhuis, E.H.C. Elffers-van Ketel en J.P.A. Stroop (red.), “Eerste Amsterdams colloquium Nederlandsetaalkunde”
    . “Van Dale scrabblewoordenlijst”
    . P. van Koningsveld en A. Haye, “Wil je nog thee, muts?” (Verzameling woordspelingen.)
    . Jef Anthierens, “Synoniemen handboek”
    . Aankondiging: OKW Taaldag, “Dier en taal” (waarom kunnen dieren wel communiceren, maar hebben ze geen taal ontwuikkeld zoals de mens die kent)
    . (In de subrubriek Tijdschrift een wat uitvoeriger beschrijving van een taaluitgave in tijdschriftvorm: de Taalbrief. Deze richt zich vooral op de drukbezette maar taalbewuste kantoormens.)

(7)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9901.28-=-=
QUEESTE, Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden, jaargang 5 (1998), afl. 2.
ISSN 0929-8592.
ISBN 90-6550-283-1.
Door: Willem Kuiper, Universiteit van Amsterdam.
Amsterdam, 19 januari 1999.

Comburg-nummer

  • Herman Brinkman, Hans van Dijk en Janny Schenkel.
    Ten geleide. Blz. 97.
  • Herman Brinkman.
    Het Comburgse handschrift en de Gentse boekproductie omstreeks 1400. Blz. 98-113.
    (This article considers the conditions under which books were produced in Ghent around 1400 and the following decades. The question is raised to what extent the so-called ‘Comburg-manuscript (Stuttgart, Wuerttembergische Landesbibliothek, Cod. poet. et phil. 2-o-22) may have originated there. Special attention is given to the workshop of the scribe and book-trader Jan de Clerc, as well as to the activities of the Ghent poet Everaerd Taybaert. A number of public scribes, united in the course of the fifteenth century in the corporation called ‘ghesellen van den Ringhe’ appear to have been active in the production of literary texts.)
  • Janny Schenkel.
    Tekstcollecties: willekeurig of weloverwogen? Een verkenning naar aanleiding van de ‘Comburg-collectie’. Blz. 114-159.
    (The Comburg manuscript is a composite volume, with six parts. Five of these six parts contain more than one text. This article deals with the question whether the content of each of these six parts exhibits coherence, or results merely from chance. In order to answer this question, I have, for each separate text, examined the textual tradition in other manuscripts. In this way one sees in what other contexts the textst from the Comburg manuscript appear. From this it emerges that the textual cohesion of each of the six parts of the Comburg manuscripts is not always obvious, but that – when considered as a group – the combination of the six parts indeed shows coherence.)
  • Jos A.A.M. Biemans.
    Hand I: kopiist of bezitter? Suggesties vanaf de zijlijn. Blz. 160-171.
    (In the new edition of the texts in ‘Comburg=, Hand I is more or less considered a copyist and corrector. The question is raised, whether Hand I should be recognised as that of an owner of several manuscripts in ‘Comburg=. In addition, one cannot exclude the possibility that he was not only the owner of these sections, but also commissioned these manuscripts.)
  • Willem Kuiper.
    De filoloog als patholoog-anatoom. Blz. 172-180.
    (This contribution focuses on a set of three medieval manuscripts purchased at an auction sale in The Hague by the 18th century Dutch philologist Balthazar Huydecoper. Two of them – Leiden, University Library, Ltk. 191 and 195 – are convolutes which contain 6 (Ltk. 191) and 2 (Ltk. 195) Dutch manuscripts. User traces and identical sewing patterns reveal that (some of) these manuscripts must have been in one hand before AD 1400. The second manuscript in Ltk. 191 is Diederic van Assenede’s (Flemish) translation (XIV-3?) of Version I of the Old French romance Floire et Blancefloir. This manuscript consists of an ‘old part’ and a ‘new part’, written by another (younger) hand who, considering some open spots and suspect verses, was not always able to read his exemplar. The generally accepted explanation is that the older part somehow got damaged and was copied by the younger hand. Word for word analysis of variant readings due to different dialects of author and copiists does not confirm this thesis. It is more likely that the newer part was copied from a third manuscript.
    See also text no. 2 in Neder-L: http://baserv.uci.kun.nl/~salemans/archieven/kuiper/ )
  • W.P. Gerritsen.
    Het verzamelhandschrift in de litteratuurgeschiedenis. Blz. 182-188.
    (In the historiography of Middle Dutch literature miscellanies are rarely discussed. In many cases, however, the selection and the arrangement of the texts brought together in a miscellany can be shown to have been well-considered. Following the example of recent work on Middle Dutch and Middle High German literature it is argued that Middle Dutch miscellanies deserve to be studied in their own right, as sources of information on the literary ‘biotopes’ in which the text they contain functioned.)
  • H. van Dijk.
    Verzamelhandschriften en literatuurgeschiedschrijving. Verslag van een forumdiscussie. Blz. 189-198.
  • Herman Pleij.
    Het Comburgse handschrift bestaat niet (Naar aanleiding van: Het Comburgse handschrift, ed. Herman Brinkman en Janny Schenkel. Hilversum 1997.). Blz. 199-203.
  • Reindert van Eekelen.
    Register op de jaargangen 1-5 (1994-1998). Blz. 204-208.

(8)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9901.29-=-=
TAALBEHEERSING. Driemaandelijks Tijdschrift, jaargang 20, nummer 4, november 1998.
ISSN 1384-5853.
Door: Louise Cornelis, Amsterdam.
Amsterdam, 23 december 1998.

  • Agnes Verbiest.
    Hoe eng is redelijkheid? Naar een argumentatietheoretische blikverruiming. Blz. 289-303.
    (Feministische kritiek toegepast op de redelijkheidseisen van de pragma-dialectiek, waarbij wel degelijk genderkritische kanttekeningen zijn te plaatsen.)
  • Eveline Feteris.
    Wat ging er mis in de balpenzaak? Een analyse en beoordeling vanuit het perspectief van een redelijke discussie. Blz. 304-319.
  • Johan M”onnink.
    Samen een zin produceren. Blz. 320-330.
    (Het afmaken van een zin door de gespreksgenoot kan gezien worden als monitoring en ondersteuning van de eerste spreker. Ook begint de andere spreker systematisch op enkele syntactisch te onderscheiden plaatsen, behalve als ‘nood breekt wet’.)
  • Eveline Feteris, Rob Grootendorst en Peter Houtlosser.
    Bibliografie Argumentatietheorie 997. Blz. 331-343.
  • Boekbeoordelingen:
    . <Door: Frank Jansen, op blz. 344-348:> Geert Jacobs. Preformulating the news. An analysis of the metapragmatics of press releases. Dissertatie UI Antwerpen. 1997.
    . <Door: Gijs Mulder, op blz. 348-352:> Per van der Wijst. Politeness in requests and negotiations. Proefschrift KU Brabant. 1996.
    . <Door: Leo Lentz, op blz. 352-357> R.J. Brockmann. From millwrights to shipwrights to the twenty-first century. Explorations in a history of technical communication in the United States. Cresskill: Hampton Press. 1998.
  • Signaleringen, op blz. 358-364:
    . <Door: Fons Maes:> M. Steehouder en C. Jansen. Handleidingenwijzer. Handboek voor effectieve softwarehandleidingen. Den Haag/Antwerpen: Sdu/Standaard. 1997.
    . <Door: Rinke Berkenbosch:> R. Hoppe, M. Jeliazkova, H. Graaf en J. van de Grink. Beleidsnota’s die (door)werken. Handleiding voor een geslaagde beleidsvoorbereiding. Bussum: Coutinho. 1998.
    . <Door: Francisca Snoeck Henkemans:> L. Brouwer & F. Claes (red.) Het juiste woordd. Betekeniswoordenboek. Antwerpen/Den Haag: Standaard/Sdu. 1997.
    . <Door: Jos’e Plug:> Susanne Gerritsen. Schrijfgids voor economen. Bussum: Coutinho. 1998.
    . <Door: Paul van de Hoven:> E.T. Feteris, H. Kloosterhuis. H.J. Plug en J.A. Pontier (red.) Op goede gronden. Bijdragen aan het tweede symposium juridische argumentatie. Rotterdam 14 juni 1996. Nijmegen: Ars Aequi Liri. 1997.
    . <Door: Peter Houtlosser, blz. 365-370:> Uit de tijdschriften.
    (Een overzicht van de meest recente afleveringen van enkele neerlandistische tijdschriften.)
  • Nieuws uit het vakgebied. Blz. 371-372.
    (Met promoties, congresen en symposia, benoemingen en de aankondiging dat Agnes Verbiest de 10e Leidse Annie Romein-Verschoorlezing houdt (Leiden, 8 maart).)
  • Jaarinhoud 1998. Blz. 373.

(9)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9901.30-=-=
TABU, Bulletin voor Taalwetenschap, jaargang 28, nummer 2, 1998.
ISSN 0165-9200.
Door: Ton van der Wouden, NWO/Nederlands RUG en ATW RUL, vdwouden@let.rug.nl.
Oegstgeest, 24 december 1998.

  • Ron van Zonneveld.
    Soorten partikelverplaatsing. Blz. 57-71.
    (Over “Op gaat de zon in het oosten” enz. vs. “Op belt hij zijn moeder te weinig” etc. “Partikelverplaatsing en Deelwoordverplaatsing zijn verschillende instantiaties van hetzelfde proces, zij het dat de condities waaronder partikels en deelwoorden verplaatst kunnen worden niet helemaal hetzelfde zijn.” “Niet aan de orde gesteld is de vraag waarom partikels aan verplaatsing doen […] Niettemin is dat een bijzonder interessante vraag, gegeven het feit dat partikels in dit opzicht uniek lijken.”)
  • Kirsten Romijn.
    EH: Substitutie- en aarzelingsinterjectie. Blz. 72-87.
    (“Eh” wordt in conversaties op twee manieren gebruikt: als aarzelingsinterjectie, waarbij “eh” aangeeft dat er wordt nagedacht over wat volgt, en als substitutie-interjectie, waarbij “eh” in de plaats komt dat door de spreker om onduidelijke redenen niet geexpliciteerd wordt. De twee onderscheiden “eh”s blijken ook verschillende distributiepatronen te hebben.”)
  • Eric Hoekstra.
    Nomenincorporatie en finitiete werkwoordsvormen en de methodologie van het vragen stellen. Blz. 88-97.
    (Nomenincorporatie is in het ABN alleen mogelijk in nominalisaties: “zij vindt dat tandenpoetsen maar vervelend”. In een infinitief is het niet best (“zij probeert te tandenpoetsen”) en in een finiete vorm nog veel slechter (“zij tandenpoetst te veel”). In het Fries zijn alle drie de varianten mogelijk, in het Gronings de eerste twee.)

(10)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9901.31-=-=
VONK, Tijdschrift van de Vereniging voor het Onderwijs in het Nederlands vzw, jaargang 28, nummer 2, november-december 1998.
ISSN 0770-2086.
Door: Rita Rymenans, vakgroep didactiek Nederlands, Universiteit Antwerpen (UIA).
Antwerpen, 29 januari 1999.

  • Marc Stevens.
    Kretologietijd. Blz. 3-12.
    (“Om een interessante term te construeren, neemt u een toevallig woord uit de eerste kolom en u verbindt dat met een toevallig woord uit de tweede kolom en een uit de derde kolom.” Zo eenvoudig is het, volgens Marc Stevens, om een groot ‘windbluffer’ te worden. Hij illustreert zijn bewering met een zestal gonsgeneratoren of kretologiemixers die tot tal van taalbeschouwelijke activiteiten in verband met het gebruik van registers aanleiding kunnen geven. Wie er maar niet genoeg van krijgt, kan verder grasduinen in de ronkende referenties of zich laten verleiden tot een buzzword-bingo op het Internet.)
  • Jan Van Maele & Rita Devos.
    C/cultuur door video in een beginnerscursus Nederlands voor anderstaligen. Blz. 14-20.
    (Wie van zijn (anderstalige) leerlingen intercultureel communicatief vaardige taalgebruikers wil maken, kan veel profijt halen uit een leergang die videomateriaal bevat. Jan Van Maele en Rita Devos maken deze stelling hard aan de hand van een analyse van de interculturele component in de video bij Vanzelfsprekend, een basisleergang Nederlands voor hooggeschoolde anderstaligen. Daarbij onderscheiden ze drie benaderingen van cultuur: cultuur als kennis van land en volk, cultuur als conceptueel systeem, en cultuur in de taal.)
  • Ronald Sledsens.
    Tips voor het gebruik van video in de klas. Blz. 21-23.
    (Rubriek ‘Spiekerskorner’.)
  • Katrijn Hillewaere.
    Sociale integratie van anderstalige nieuwkomers. Blz. 24-32.
    (Katrijn Hillewaere gaat op zoek naar kenmerken van de klasomgeving die een vlotte sociale integratie van anderstalige nieuwkomers op school bewerkstelligen. Op basis van een evaluatieonderzoek uitgevoerd door het Steunpunt ICO van de Universiteit Gent, komt ze tot de vaststelling dat reguliere leerkrachten hierbij een cruciale rol spelen. Het is immers tijdens deze lessen dat de leerlingen in contact komen met hun Vlaamse leeftijdgenoten. De auteur zet een aantal efficiente handelingen op een rijtje, die evenzeer gelden voor de onthaalleerkracht. Goed observeren is de boodschap.)
  • Gilbert Deketelaere.
    Internet en het vak Nederlands. Drie Internet-projecten in het Sint-Godelievecollege in Gistel. Blz. 33-42.
    (Rubriek ‘Spiekerskorner’.)
  • Luc Vercoutter.
    SchoolNET-website. Blz. 43-45.
    (Rubriek ‘Interkl@s’.)
  • Ronald Soetaert.
    Vader, waarom leren wij? Moeder, waarom leven wij? Blz. 46-49.
    (Rubriek ‘Grof geschud’.)
  • Boekbesprekingen (Rubriek ‘Ingeboekt’):
    . <Door: Wouter Brandt, op blz. 50-52:> Peter M. Nieuwenhuijsen. Het verschijnsel taal. Een kennismaking. Coutinho, Bussum, 1995.
  • Ingeblikt. Blz. 53-54.
    (Korte inhoud van: Het Schoolvak Nederlands 1998, Moer 1998/5, Leesgoed 1998/4, Spiegel 16/1, SLO-publicaties voor PABO-docenten.)
(11)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9901.32-=-=

*-------------Redacteurs--tijdschriftenoverzicht--Neder-L-----------------*
| Amsterdamer Beitraege    Tanneke Schoonheim                             |
|                                          <Tanneke@rulxho.LeidenUniv.nl> |
| de Achttiende Eeuw:      ??? nieuwe redacteur gezocht                   |
| de Boekenwereld:         Marja Smolenaars <msmolenaars@compuserve.com>  |
| Cahiers voor een Lezer:  Reinder Storm <Reinder.Storm@konbib.nl>        |
| Driemaandelijkse Bladen: Harrie Scholtmeijer                            |
|                                  <Harrie.Scholtmeijer@meertens.knaw.nl> |
| Gramma/TTT:              Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.kun.nl>      |
| Leuvense Bijdragen:      Hans Smessaert                                 |
|                                    <Hans.Smessaert@arts.kuleuven.ac.be> |
| Literatuur:              Jose Rekers <jjrekers@hotmail.com>             |
| Literatuur Zonder        Bea Ros <Bea@Zunneberg-Ros.nl>                 |
|   Leeftijd:                                                             |
| Mededelingen Stichting   Marco de Niet <Marco.deNiet@konbib.nl>         |
|   Jacob Campo Weyerman:                                                 |
| Meesterwerk:             Roland de Bonth <deBonth@let.kun.nl>           |
| Millennium:              Paul Wackers <wackers@let.kun.nl>              |
| Moer:                    Herman Giesbers <H.Giesbers@let.kun.nl>        |
| Over Multatuli:          Reinder Storm <Reinder.Storm@konbib.nl>        |
| Naamkunde:               Tanneke Schoonheim                             |
|                                          <Tanneke@rulxho.LeidenUniv.nl> |
| Nederlandse Letterkunde: Karel Bostoen <bostoen@rullet.leidenuniv.nl>   |
| Nederlandse Taalkunde:   Luuk Lagerwerf <l.lagerwerf@wmw.utwente.nl>    |
| Neerlandica Extra Muros: Olga van Marion <ovmarion@rullet.leidenuniv.nl>|
| de Negentiende Eeuw:     Jan Stroop <J.Stroop@mail.uva.nl>              |
| Ons Erfdeel:             Jaap van Veen <Jaap_van_Veen@compuserve.com>   |
| Ons Geestelijk Erf:      Thom Mertens <csp.mertens.t@alpha.ufsia.ac.be> |
| Onze Taal:               Jac Aarts <Jac.Aarts@inter.NL.net>             |
| de Parelduiker:          Wieneke 't Hoen <Wieneke.t.Hoen@chi.knaw.nl>   |
| Queeste:                 Willem Kuiper <W.Kuiper@hum.uva.nl>            |
| Spiegel der Letteren:    Betty van Wonderen                             |
|                                         <Betty=van=Wonderen@uba.uva.nl> |
| Taal en Tongval:         Roland de Bonth <deBonth@let.kun.nl>           |
| Taalbeheersing:          Louise Cornelis <lcornelis@compuserve.com>     |
| Taalschrift:             Ewoud Sanders (via:) <secr@ntu.nl>             |
| Tabu:                    Ton van der Wouden <vdwouden@let.rug.nl>       |
| TNTL:                    Andre Bouwman <bouwman@rulub.leidenuniv.nl>    |
| Trefwoord:               Els Ruijsendaal <ruisdaal@cistron.nl>          |
| Tydskrif vir Nederlands  Jean Jordaan <rgo_anas@rgo.sun.ac.za>          |
|   en Afrikaans:                                                         |
| Vaktaal:                 Marcel Uljee <uljee-en-jansen@hetnet.nl>       |
| Volkskundig Bulletin:    Theo Meder <Theo.Meder@meertens.knaw.nl>       |
| Vonk:                    Rita Rymenans <rymenans@uia.ua.ac.be>          |
| Vooys:                   Michiel Ruijgrok <mruijgrok@theo.uu.nl>        |
| de Zeventiende Eeuw:     Ton Harmsen <harmsen@rullet.leidenuniv.nl>     |
*-------------------------------------------------------------------------*


(12)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=

*-------------------------------------------------------------------------*
|                                                                         |
| Informatie over Neder-L:                                                |
| ========================                                                |
| Algemene informatie opvragen over Neder-L: stuur mail naar              |
|   listserv@nic.surfnet.nl met daarin de boodschap: GET NEDER-L INFO     |
| Abonnement nemen op Neder-L: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl    |
|   met als boodschap: SUB NEDER-L uw-voornaam/voorletters uw-achternaam  |
| Neder-L op het web/WWW: Neder-L-nummers zijn vanaf januari 1997 in      |
|   web-formaat te lezen via: http://baserv.uci.kun.nl/~salemans/         |
|   Nadere informatie over Neder-L in web-formaat: zie artikel 9706.01    |
|   Er is ook een WWW-archief met alle e-mailversies van Neder-L sinds    |
|   juni 1992, dat ook op trefwoord doorzocht kan worden; de URL van dit  |
|   listserv-archief: http://listserv.surfnet.nl/archives/neder-l.html    |
| Neder-L wordt ook verspreid via de Internet-newsgroup bit.lang.neder-l  |
| Oude Neder-L-bulletins opvragen: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl|
|   met daarin een boodschap als: GET NEDER-L LOG9206                     |
|   (resultaat: logboek met Neder-L-artikelen van juni '92 wordt gestuurd)|
|   Of maak gebruik van het listserv-archief (zie enkele regels hierboven)|
| Bijdrage voor Neder-L opsturen: stuur mail naar neder-l@nic.surfnet.nl  |
| Contact met redactie: stuur mail naar Salemans@baserv.uci.kun.nl, naar  |
|   Willem.Kuiper@hum.uva.nl, naar Piet.Verkruijsse@hum.uva.nl (voor de   |
|   evenementenagenda), naar Oostendorp@rullet.leidenuniv.nl (voor        |
|   neerlandistiek op het Web), of naar P.A.Coppen@let.kun.nl             |
*-------------------------------------------------------------------------*

*-Einde------------------- Neder-L, no. 9901.c ---------------------------*