Neder-L, no. 9805.a

Subject: Neder-L, no. 9805.a
From: BJP Salemans
Reply-To:Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
Date:Fri, 8 May 1998 01:35:26 +0200
Content-Type:TEXT/PLAIN
                           *********************
*-Zesde-jaargang----------- Neder-L, no. 9805.a -----------ISSN-0929-6514-*
|                                                                         |
|      ************************************************************       |
|      * Neder-L, elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek *       |
|      ************************************************************       |
|                                                                         |
| Onderwerpen in dit bulletin:                                            |
| ============================                                            |
| (1) Rub: 9805.01: Evenementen-agenda, met:                              |
|                   - Tentoonstelling over Cornelis de Bruijn, 13 juni -  |
|                     13 september (A'dam)                                |
|                   - Tentoonstelling Een vredesmonument na tachtig jaar  |
|                     oorlog, 7 juni - 6 september (idem)                 |
|                   - Expositie Abraham Ortelius, 12 juni - 21 aug. (idem)|
|                   - Tentoonstelling Boeken van Oranje Nassau, t/m 9     |
|                     augustus (Den Haag)                                 |
|                   - Boekenveiling Bubb Kuyper, 27 - 28 mei (Haarlem)    |
|                   - Boekenveiling Burgersdijk & N., 19 - 20 mei (Leiden)|
| (2) Vac: 9805.02: Vacatures Nederlands Persmuseum; deadline: 1 juni 1998|
| (3) Sym: 9805.03: Aankondiging: TABU-dag op 19 juni te Groningen        |
| (4) Med: 9805.04: Herinrichting magazijnen UB-VU: 11 mei - half juli    |
| (5) Med: 9805.05: Literair festival Zoetermeer op 24 mei                |
| (6) Med: 9805.06: Brieven aan de toekomst                               |
| (7) Lit: 9805.07: Pas verschenen: Aernout van Overbeke. Buyten gaets.   |
|                   Twee burleske reisbrieven. [Uitg.] door M. Barend-Van |
|                   Haeften en A.J. Gelderblom                            |
| (8) Lit: 9805.08: Pas verschenen: Jaco Schouwenaar. Frederik van Sorge  |
|                   en de Vlissingsche Courant                            |
| (9) Lit: 9805.09: Pas verschenen: Antiquariaat Forum. Catalogue 105     |
|(10) Lit: 9805.10: Pas verschenen: Haarlemse Doelenreeks, dl. 1-2        |
|(11) Col: 9805.11: Column Marc van Oostendorp: NederNed, no. 21: Waar    |
|                   wachten we nog op?                                    |
|(12) Col: 9805.12: Column Willem Kuiper, no. 38: Helena van              |
|                   Constantinopolen                                      |
|(13) Rub: 9805.13: Boekenrubriek, no. 10: De bibliotheek van het Teylers |
|                   Museum                                                |
|(14) Informatie over Neder-L                                             |
|                                                                         |
*--------------------------                     --------------------------* 
                           *********************

(1)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Sat, 2 May 1998 17:37:42 +0200
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
Subject: Rub: 9805.01: Evenementenagenda

==================
Evenementen-agenda
==================

AMSTERDAM, Allard Pierson Museum, Oude Turfmarkt 127.

Tentoonstelling over Cornelis de Bruijn, 13 juni – 13 september 1998, di.-vr. 10-17 uur, za.-zo. 13-17 uur.
Expositie over de kunstschilder en reiziger Cornelis de Bruijn, die 300 jaar geleden een boek uitgaf over zijn reis door Turkije, Egypte en Palestina. Het publiek kan op deze tentoonstelling voor het eerst kennismaken met het bijzondere exemplaar van zijn ‘Voyage au Levant’ dat in 1997 door de UB is aangeschaft. Het is het eerste boek met gegraveerde prenten in kleurendruk.


AMSTERDAM, Koninklijk Paleis, Dam, 020-6248698, 6204060.

Een vredesmonument na tachtig jaar oorlog, 7 juni – 6 september 1998, 10-18 uur (van 6 juni-2 augustus), 12.30-17 uur (3 augustus – 6 september).
Aan de hand van het originele traktaat kan men kennis nemen van de betekenis van de Vrede van Munster voor Amsterdam. De tentoonstelling toont vooral dat deze vrede tot een ‘feest van de kunsten’ heeft geleid.


AMSTERDAM, Universiteitsbibliotheek, Singel.

Abraham Ortelius, 12 juni – 21 augustus 1998.
In de expositie Abraham Ortelius (1527-1598), aartsvader van onze atlas, staan de vele uitgaven van het ‘Theatrum orbis terrarum’ centraal.


DEN HAAG, Museum van het Boek / Meermanno-Westreenianum, Prinsessegracht 30, 070-3140911.

Boeken van Oranje Nassau, t/m 9 augustus 1998, di. t/m vr. 11-17 uur; za., zo. & feestdagen 12-17 uur.
Thema van deze tentoonstelling, onderdeel van het jubileumprogramma ‘750 jaar Den Haag’, is de bibliotheek van de Graven van Nassau en Prinsen van Oranje in de 15de en 16de eeuw.


HAARLEM, Bubb Kuyper, Jansweg 39, 023-5323986

Boekenveiling, 27 – 28 mei 1998, beide dagen om 11 en 19 uur.
Auctie van o.a. de bibliotheken van S.L. Hartz en H.A. Diederiks. Belangrijke collectie Willem Pijper-brieven uit het archief van Simon Vestdijk (nr. 1379), kinderboeken (nrs. 1025-1225), Nederlandse letterkunde, incl. brieven en manuscripten van o.a. Emmy van Lokhorst, Du Perron, A. Roland Holst en M. Vasalis (nrs. 1226-1384), prenten, grafiek en kaarten (nrs. 1715-2532), brieven en manuscripten (nrs. 2773-2812). Geillustreerde catalogus f.30,-. Kijkdagen: 22-25 mei, 10-16 uur.


LEIDEN, Burgersdijk & Niermans, Nieuwsteeg 1, 071-5121067, 5126381.

Boekenveiling, 19 – 20 mei 1998, beide dagen om 14 en 19 uur.
Auctie van o.a. de bibliotheken van Th.J. Meyer (klassieke en Indo-Europese talen), A. Peddemors (archeologie) en B. Vreede (maritieme geschiedenis). Verder een belangrijke collectie werk van W.F. Hermans (nrs. 964-1009) en kinderboeken (nrs. 1103-1267). Geillustreerde catalogus f.17,50. Kijkdagen: 15-16 mei, 10-17 uur; 17 mei, 12-17 uur; 18 mei, 10-17 uur.

(2)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 5 May 1998 19:31:18 +0200
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
Subject: Med: 9805.02: Vacatures Nederlands Persmuseum; deadline: 1 juni 1998

===============================
Vacatures Nederlands Persmuseum
===============================

Het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) richt zich op het verzamelen, beheren en ter beschikking stellen van collecties op het gebied van de sociale geschiedenis. Het Nederlands Persmuseum is sedert 1989 gehuisvest in het IISG, waarmee het zeer intensief samenwerkt. Het museum beheert een omvangrijke collectie met betrekking tot de Nederlandse pers, waaronder losse bijzondere nummers van periodieken (1600-heden), reclamedrukwerk van kranten en tijdschriften, foto’s, archieven en (originele) politieke tekeningen.

Het Persmuseum krijgt in de loop van 1999 de beschikking over een zelfstandige expositieruimte waar een vaste presentatie over de geschiedenis van de krant zal worden ingericht en twee wisselende tentoonstellingen per jaar zullen plaatsvinden. In de vaste presentatie wil het museum tonen hoe de krant tegenwoordig wordt gemaakt en hoe zij in vroeger tijden in Nederland tot stand kwam. Dit gebeurt aan de hand van vijf ijkpunten, te weten de jaartallen 1600, 1700, 1800, 1900 en 2000.

Ten behoeve van de inrichting van de vaste presentatie worden met ingang van 1 september 1998 gevraagd

DRIE JUNIOR ONDERZOEKERS (M/V)
32 uur per week (incl. ADV)
voor de duur van 6 maanden

1 voor ijkpunt 1600 en 1700, 1 voor ijkpunt 1800 en 1 voor ijkpunt 1900.

Functie-informatie:

Het onder leiding van de museumstaf en op basis van het reeds geformuleerde tentoonstellingsconcept opsporen, selecteren en bewerken van relevant materiaal ten behoeve van het uiteindelijke tentoonstellingsdraaiboek.

Functie-eisen:

  • afgestudeerd (pers)historicus, gespecialiseerd in een van de drie genoemde tijdvakken;
  • aantoonbare belangstelling voor (de geschiedenis van) de pers;
  • ervaring met geautomatiseerde verwerking van teksten en data;
  • goede schriftelijke en sociale vaardigheden;
  • ervaring met het voorbereiden van tentoonstellingen is een pre.

Honorering:

Maximaal schaal 10.0 RWOO (f.3.911,- bruto per maand bij een volledige werkweek).

Reactie:

Gelieve uw sollicitatie (brief met VC) voor 1 juni 1998 te zenden aan de Stichting IISG, t.a.v. mevrouw M.J. Cornelissen, Cruquiusweg 31, 1019 AT Amsterdam. Telefonische inlichtingen worden verstrekt door mevrouw drs. M. Wolf (conservator) en drs. S. Severt (assistent-conservator), 020-6685866.
Voor deze vacatures wordt tegelijkertijd intern (KNAW-instituten) en extern (faculteiten geschiedenis, communicatiewetenschap, journalistiek en neerlandistiek) geworven.

(3)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Wed, 22 Apr 1998 17:09:47 +0200
From: "W. Jansen" <W.Jansen@let.rug.nl>
Subject: Sym: 9805.03: Aankondiging: TABU-dag op 19 juni te Groningen

================================
TABU-dag op 19 juni te Groningen
================================

De TABU-dag is een jaarlijkse lezingendag waarop taalkundigen uit het gehele land verslag doen van hun onderzoekingen. Dit jaar zal de TABU-dag worden gehouden op vrijdag 19 juni in het Harmoniegebouw te Groningen, waar de Faculteit der Letteren is gevestigd. Als gastsprekers treden dit jaar op Dr. Tilman Hoehle (Tuebingen) die een lezing zal geven over zijn recente werk in de formalisatie van de fonologie, en Prof. Stig Johansson (Oslo), wiens voordracht als titel heeft ‘Contrastive linguistics in a new key’.

De TABU-dag kan beschouwd worden als de noordelijke tegenhanger van de TIN-dag. Een punt van overeenkomst is bijvoorbeeld dat ook op de TABU-dag geen selectieprocedures worden gevolgd, hetgeen inhoudt dat iedereen die een lezing wil houden dat ook kan doen. Wilt u van de gelegenheid gebruik maken om de resultaten van uw onderzoek te presenteren, stuur dan voor 5 juni a.s. een samenvatting (10 a 15 regels) van uw lezing (eventueel per e-mail) naar het onderstaande adres. De lezingen duren een half uur, waarvan de laatste vijf minuten bestemd zijn voor vragen.

Met vriendelijke groet,

Wouter Jansen en Esther Ruigendijk

Organisatoren TABU-dag 1998
Afdeling ATW
Postbus 716
9700 AS Groningen

Telefoon: 050-3635935
email: w.jansen@let.rug.nl

(4)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Sat, 2 May 1998 17:37:42 +0200
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
Subject: Med: 9805.04: Herinrichting magazijnen UB-VU van 11 mei tot half juli 1998

==============================
Herinrichting magazijnen UB-VU
==============================

De magazijnen van de afd. Handschriften en Oude Drukken van de Vrije Universiteit worden heringericht. Tijdens de duur van de werkzaamheden van 11 mei tot half juli 1998 zijn de boeken niet opvraagbaar. De studiezaal met de handbibliotheek blijft wel open en ook het bezit van het Bilderdijk-Museum en van het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme blijft opvraagbaar. Gebruikers die kunnen voorzien welke literatuur uit de te verbouwen magazijnen zij in de genoemde periode willen raadplegen, wordt aangeraden deze te laten reserveren: 020-4445184, fax 4445259, e-mail: odr@ubvu.vu.nl.

(5)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Sat, 2 May 1998 17:37:42 +0200
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
Subject: Med: 9805.05: Literair festival Zoetermeer op 24 mei

======================================
Literair festival Zoetermeer op 24 mei
======================================

Op 24 mei 1998 organiseert BZZTOH in samenwerking met boekhandel Ribberink, de gemeente Zoetermeer en stichting Floravontuur voor de derde achtereenvolgende keer de boekenmarkt: de Mandelabrug te Zoetermeer verandert die dag in de Boekenbrug. Daar zijn alle bekende Nederlandse uitgevers vertegenwoordigd. Zij stellen gratis boeken ter beschikking voor een veiling waarvan de opbrengst gaat naar Amnesty International. Op de Boekenbrug zijn optredens van schrijvers, muziek en literair cabaret. In het Vertelhotel (de lounge van het Best Western Hotel) lezen bekende schrijvers voor uit eigen werk. Bij de bar van het Golden Tulip Hotel de Plaza treden enkele van ’s lands grootste dichters op: ‘Dichterbij de Bar’.

Alle evenementen, waaronder ook vele voor kinderen, vinden plaats in de buurt van het NS-station Driemanspolder. Het festival begint om 12 uur en duurt tot 17 uur. Programmaboekjes zijn beschikbaar. Inlichtingen: Hens ’t Hart, 079-3417848 of Jitta Reddingius 020-6764519.

Het voorlopige programma ziet er als volgt uit:

Boekenbrug (Mandelabrug):
12.00 Opening
12.15 Boekenveiling
13.30 Schrijvers en dichters lezen voor uit eigen werk (Marjan Berk, Wieteke van Dort, Gerard Firet)
14.30 Literair cabaret

Vertelhotel:
14-16 Schrijvers dragen voor uit eigen werk: Tim Krabbe, Helga Ruebsamen, Manon Uphoff, Koos van Zomeren.

Dichterbij de Bar:
14-16 Dichters dragen voor uit eigen werk: Halil Guer, Elma van Haren, Anton Korteweg, Frans Pointl.

Plein der Verenigde Naties:
13-16 Jeugdrommelmarkt; sprookjes voorgelezen door Lies Faber.

Kinderen van Versteegplein:
13-16 Workshop voor het tekenen van megastrips; reuzenformaat Scrabble.

(6)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Sat, 2 May 1998 17:37:42 +0200
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
Subject: Med: 9805.06: Brieven aan de toekomst

=======================
Brieven aan de toekomst
=======================

Archieven hebben heel veel documenten bewaard, maar die gaan vaak over officiele gebeurtenissen en bekende mensen. Over bakerpraatjes, bijgeloof, taboes en emoties vind je bijvoorbeeld nauwelijks iets opgetekend. En als je er iets over vindt dan is het vaak nog opgeschreven omdat men het afkeurde of opmerkelijk vond. Voor de mensen vroeger waren veel gewoonten en gebruiken waarschijnlijk zo vanzelfsprekend dat ze er niet bij nadachten en het zeker niet opschreven. Ze zijn zo gewoon dat het lijkt alsof ze altijd al bestaan hebben en nooit zullen verdwijnen.

De stichting Brieven aan de Toekomst, waarin participeren het Nederlands Centrum voor Volkscultuur, het Meertens Instituut, het Nederlands Openluchtmuseum en PTT Post BV, wil voorkomen dat mensen later niet weten wie wij waren en hoe wij leefden. Daarom wil de stichting – met uw hulp – het dagelijks leven laten opschrijven door de belevers zelf. Wij vertellen aan de toekomst hoe ons leven er op 15 mei 1998 uitziet. En omdat je natuurlijk niet alles in een dag kunt beleven en ook niet alles in een brief kunt zetten, hoopt de stichting op heel veel brieven. Hoe meer mensen meedoen, des te beter is het resultaat.

Degene die een brief wil schrijven op 15 mei 1998 kan dit op veel verschillende manieren doen: handgeschreven, getypt, digitaal, ingesproken of in braille. Het leukst is om de brieven met de eigen naam te ondertekenen en van een pasfoto te voorzien. Wilt u echter de toekomst iets vertellen wat absoluut geheim moet blijven, stuur dan de brief anoniem of zet boven de brief ’50’, dan weet de stichting dat uw brief pas over 50 jaar toegankelijk is voor onderzoek. Niemand mag voor die tijd uw brief lezen.

Boven de brief moet altijd wel duidelijk vermeld worden: man of vrouw; geboortedatum; geboorteplaats; burgerlijke staat; woonplaats; beroep. U mag lange en korte brieven schrijven. U mag van minuut tot minuut bijhouden wat u doet en voelt; u mag ook een belangrijk moment uit de dag kiezen en daar over schrijven. U kiest zelf wat u aan de toekomst wilt laten weten. De brieven worden bewaard in het nationale archief van Brieven aan de Toekomst.

De brieven kunnen tot twee weken na 15 mei worden opgestuurd aan: Brieven aan de Toekomst, Postbus 15598, 3503 AZ Utrecht, e-mail: brieven@openluchtmuseum.nl. Vermeld altijd linksboven op de enveloppe de postcode; dit is belangrijk om de brieven goed op te kunnen bergen. Voor meer informatie: Nederlands Centrum voor Volkscultuur, Lucasbolwerk 11, 3512 EH Utrecht, 030-2319997, fax 2334047.

Ineke Strouken, voorzitter van de Stichting Brieven aan de Toekomst

(7)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Sat, 2 May 1998 17:37:42 +0200
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
Subject: Lit: 9805.07: Pas verschenen: Aernout van Overbeke. Buyten gaets. Twee burleske reisbrieven. [Uitgegeven] door M. Barend-Van Haeften en A.J. Gelderblom

=====================================================================
PAS VERSCHENEN:
Aernout van Overbeke. Buyten gaets. Twee burleske reisbrieven. [Uitgegeven] door Marijke Barend-Van Haeften en Arie Jan Gelderblom. Hilversum: Verloren, 1998 (Egodocumenten, 15).. 125 blz.; ills.; f.25,-; ISBN 90-6550-153-3.
====================================================================

Op 12 april 1668 vertrok de 35-jarige Aernout van Overbeke naar Indie als opperkoopman op het VOC-schip Zuidpolsbroek. De dichter-jurist had in het vaderland een vrolijk leventje geleid; geldgebrek dreef hem naar de Oost en in Batavia wachtte hem een lucratieve betrekking in het hoogste rechtscollege, de Raad van Justitie.

Over zijn reis schreef hij twee brieven, een aan een groep mannelijke kennissen en een aan vier vrouwen. Stijl en inhoud zijn aan de geadresseerde aangepast. In de ‘mannenbrief’ worden meer erotische grappen gemaakt, terwijl de ‘vrouwentekst’ taliger is en speelser van toon. De twee teksten worden hier voor het eerst samen gepresenteerd. Tegen de achtergrond van de reeel gemaakte reis getuigen ze van een uitzonderlijk schrijftalent. Van Overbeke is persoonlijk en gevat. Hij beheerst een ingenieuze, door literaire opvattingen gevoede vorm van humor. Die humor fungeerde, behalve als communicatief spel, ook als medicijn tegen de melancholie, het onvermijdelijke resultaat van een celibatair leven in de weinig luxueuze omstandigheden aan boord. Zijn brieven behoren tot de meest literaire teksten die in VOC-verband zijn geschreven.

M. Barend-Van Haeften / A.J. Gelderblom

(8)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Sat, 2 May 1998 17:37:42 +0200
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
Subject: Lit: 9805.08: Pas verschenen: Jaco Schouwenaar. Frederik van Sorge en de Vlissingsche Courant

====================================================================
PAS VERSCHENEN:
Jaco Schouwenaar. Frederik van Sorge en de Vlissingsche Courant. Middelburg: Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, 1998 (Werken, 9). 142 blz.; ills.; f.34,-; ISBN 90-70534-22-3.
====================================================================

In deze publicatie belicht Schouwenaar de merkwaardige positie van de Vlissingsche Courant en haar hoofdredacteur Frederik van Sorge. Van Sorge slaagde er door de scherpe stellingname in zijn artikelen in om zijn krant in de jaren 1839-1843 een toonaangevende positie te geven in de landelijke journalistiek. Van Van Sorges meningen werd kennis genomen door o.a. Thorbecke en Donker Curtius.

In het kader van de persgeschiedenis en het historisch leesgedrag is de uitspraak van Van Sorge, dat niet de kwantiteit maar de kwaliteit van de kopers en lezers van een krant beslist over haar waarde, bijzonder interessant.

P.J. Verkruijsse

(9)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Sat, 2 May 1998 17:37:42 +0200
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
Subject: Lit: 9805.09: Pas verschenen: Antiquariaat Forum. Catalogue 105

=======================================================================
PAS VERSCHENEN:
Antiquariaat Forum. Catalogue 105: What a wonderful world! Manuscripts, Printed Books, Globes. Travels, voyages, discoveries, atlases, natural history, architecture & gardens, navigation & related fields. ’t Goy-Houten: Antiquariaat Forum, 1998. 200 blz.; ills.
=======================================================================

Deze fraai uitgevoerde verkoopcatalogus van Sebastiaan S. Hesselink biedt 752 nommers op de op het titelblad aangegeven terreinen. De tweede Franse editie van de atlas van Blaeu wordt aangeboden (prijs op aanvraag) naast de bekende werken van Lucas Jansz Waghenaer, Claas Compaan, James Cook, de uitgaven van de Linschoten-Vereeniging, de reizen van Van Spilbergen, van het schip de Gouden Buys, van J.G. Stedman, twee edities van Bontekoe, de beschrijvingen van Montanus en Nieuhof, van Van Overbeke en Rumphius, van Pelsaert en Pieter van Woensel.

Alle nummers in de catalogus zijn voorzien van bibliografische verwijzingen en soms uitvoerige toelichting. Er zijn indices op auteurs, kunstenaars, binders, drukkersplaatsen en geografische namen. Bestellingen: 030-6011955, fax 6011813, e-mail: hesselink@forum-hes.nl; internet: http://www.forum-hes.nl/

P.J. Verkruijsse

(10)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Sat, 2 May 1998 17:37:42 +0200
From: P.J. Verkruijsse <piet.verkruijsse@hum.uva.nl>
Subject: Lit: 9805.10: Pas verschenen: Haarlemse Doelenreeks, dl. 1-2

====================================================================
PAS VERSCHENEN:
Haarlemse Doelenreeks; schetsen uit Haarlems verleden. Deel 1-2. Haarlem: Stadsbibliotheek Haarlem & Uitgeverij Arcadia, 1998.
====================================================================

De nieuwe serie Haarlemse Doelenreeks is een initiatief van de Stadsbibliotheek Haarlem en Kalander, stichting voor Cultuurhistorische Projecten. De redactieraad bestaat uit drs. G. Beekman, drs. G.M.E. Dorren, H.J. Duijzer, prof. dr. E.K. Grootes, drs. V.D. Roeper, A.F. Skolnik-Kooiman, C. Spook, A.G. van der Steur en drs. G. Verhoeven.

Deel 1 in de serie is samengesteld door Gabrielle Dorren: Het Soet Vergaren; Haarlems buurtleven in de zeventiende eeuw (96 blz.; ills.; f.22,50; ISBN 90 6613 005 9). Met behulp van archivalia en gedrukte bronnen als een buurtstatuut, resoluties en literaire teksten schetst Dorren een levendig beeld van de Haarlemse buurtgemeenschappen in de 17e eeuw. Hoe belangrijk en ook hoe onontkoombaar burenhulp was in die tijd blijkt uit tal van gegevens. De individuele overlastbezorger moest het altijd afleggen tegen verenigde buren.

Veel gebuurten waren georganiseerd als ambachtsgilden. Zij richtten op gezette tijden feesten aan die soms dagen duurden en begeleid werden door vreugdedichten (waarvan er vijf in dit boek zijn geediteerd), en uiteraard ook door uitspattingen. Tegen die laatste kwam de dichter Gilles Jacobsz Quintijn vanuit Den Haag in het geweer in zijn ‘De Hollandsche Lys met de Brabandsche Bely’ (1629), maar wellicht is deze kritiek ingegeven door rancune over zijn Haarlemse verleden. Uiteindelijk ging de overheid, daartoe aangespoord door de predikanten, steeds strenger optreden: van gezelligheidsverenigingen werden de gebuurten langzamerhand overheidsinstellingen.

Deel 2 is van de hand van Nop Maas: De Opregte Haarlemsche Courant in negentiende-eeuwse literatuur en karikatuur (96 blz.; ills.; f.22,50; ISBN 90 6613 004 0). Vanaf 1656 was de OHC de trots van Haarlem tot in het laatste kwart van de 19e eeuw het verval intrad. Nop Maas heeft een flink aantal 19e-eeuwse literatoren en karikaturisten opgespoord die in hun werk de Opregte Haarlemsche bezongen en bespot hebben.

Zo passeren Jonathan (J.P. Hasebroek), de Drenten H. Boom en A.L. Lesturgeon, de Oude Heer Smits (Mark Prager Lindo), Busken Huet, Multatuli en Flanor (Carel Vosmaer) de revue. Zetfouten, formaatwijziging en advertenties blijken onderwerpen waarop voor- en tegenstanders zich storten.

P.J. Verkruijsse

(11)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Wed, 06 May 1998 09:53:22 -0700
From: Marc van Oostendorp <oostendo@euronet.nl>
Subject: Col: 9805.11: Column Marc van Oostendorp: NederNed, no. 21:
Waar wachten we nog op?

=========================================
NederNed, no. 20: Waar wachten we nog op?
=========================================

Om te zien wat de toekomst van de neerlandistiek is, heb ik tijdens de laatste koninginnedag langs de Oudegracht in Utrecht gewandeld. Dat viel niet mee: er waren veel meer mensen op hetzelfde moment langs dezelfde gracht aan het wandelen, al had ik niet de indruk dat die mensen allemaal vooruitgestuwd werden door de vraag wat unbidan we nu.

In het centrum van Utrecht woont en werkt Arjan den Boer. Hij heeft er een appartementje waarin hij naast het aanrecht een groot bureau heeft staan met een snelle computer, een groot beeldscherm, twee luidsprekers en een scanner. Achter dat bureau maakt hij cd-roms en websites voor musea, voor kunsthandelaren en voor archeologische verenigingen. Heel mooi, vind ik het werk van Den Boer: smaakvol vormgegeven en technisch knap.

Nu heeft hij een nieuw plan: hij wil een cd-rom maken met Nederlandse literatuur; een ruime bibliotheek met teksten van Van Veldeken tot en met de Tachtigers, aangevuld met veel afbeeldingen, portretten, illustraties en een uitgebreid geluidsarchief: een uur lang Nederlandse liederen op muziek, en een uur lang door een prominente literatuurkenner of acteur voorgelezen teksten. Van de meeste teksten zullen er goede samenvattingen te vinden zijn. Voor Sinterklaas moet die cd er zijn en ik denk dat dat het Den Boer gaat lukken. Zoals het er nu naar uitziet, heeft hij in de loop van deze maand een contract met een grote uitgever die ook multimedia-titels voert, en de bekende Nederlandse stem heeft hij ook al geregeld. Ik ging naar Utrecht omdat Den Boer het meeste materiaal van de Coster-site (http://www.dds.nl/~ljcoster/) wil overnemen. Dat krijgt hij, maar op de cd komt drie of vier keer zoveel te staan. Degene die dit schijfje koopt krijgt in een keer meer literatuur op zijn computer dan er op papier in leesedities in de boekwinkel te vinden is. Dit wordt misschien wel de grootste Nederlandse tekstenverzameling die er ooit te koop is geweest.

Ik weet ook hoe de neerlandistiek zal reageren: niet. Er verschijnt misschien een stukje in Noordzee over dat de edities onbruikbaar zijn voor wetenschappelijk onderzoek en een berichtje in Nederlandse Letterkunde, ook over hoe slecht de edities zijn, en hoe groot het verlangen is van de auteur van het stukje naar betere edities. Het probleem is dat goede edities alleen door vakmensen gemaakt kunnen worden en dat die vakmensen geneigd zijn nog een beetje te unbidan als het niet door NWO of door de Taalunie gesubsidieerd wordt. Ik hoop ook een keer op een cd met echt fraaie edities. Maar voor het zover is, wil ik het de komende tien jaar nog wel met dit product doen.

En zo komt de belangrijkste uitgave op dit vakgebied niet van enig academisch instituut, niet van een grote uitgever, maar van een appartementje aan de Oudegracht, waar een man die is afgestudeerd bij Algemene Letteren in zijn eentje tot stand brengt wat ons allemaal niet is gelukt: een aantrekkelijke cd maken over de Nederlandse literatuur die straks hopelijk een groot publiek bereikt. Arjan den Boer heeft nog mensen (bijvoorbeeld studenten) nodig die hem tegen vergoeding willen helpen met het scannen en controleren van teksten. Waar wachten we nog op?

Marc van Oostendorp (oostendorp@rullet.leidenuniv.nl)

Het e-mailadres van Arjan den Boer is post@ab-c.nl; WWW: http://www.ab-c.nl/

(12)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 04 May 1998 13:51:36 +0200
From: Willem Kuiper <Willem.Kuiper@hum.uva.nl>
Subject: Col: 9805.12: Column Willem Kuiper, no. 38: Helena van Constantinopolen

=========================================================
Column Willem Kuiper, no. 38: Helena van Constantinopolen
=========================================================

Het nieuwe Over Amstelse Meertens Instituut – eerst excentriek en nu excentrisch – heeft dankzij de aankleding en verlichting van de architect op de begane grond iets weg van een rood paleis, terwijl een-hoog weer doet denken aan een eigentijdse penitentiaire inrichting voor kortgestraften. Maar het gebouw heeft ook zijn voordelen: kamer 38 bijvoorbeeld – waarin het Repertorium van Eigennamen in Middelnederlandse Literaire Teksten gehuisvest is – beslaat zo’n 25 vierkante meter. Een zee van ruimte vergeleken met het o zo knusse, maar wel heel kleine kamertje aan de Keizersgracht.
Met zo veel werkplek tot mijn beschikking achtte ik de tijd rijp voor een specialisatie-werkgroep steden- en landennamen in de Legenda Aurea. De meeste persoonsnamen in deze Gouden Gids van kerkelijke feesten, apostelen, heiligen, martelaren en maagden laten zich gemakkelijk opzoeken in het A-Z repertorium Van Afra tot de Zevenslapers, maar waar ligt wat in deze wereld van voor de val van het Romeinse Rijk?
Mede met het oog op de een dezer jaren te bezorgen editie van de Zuidmiddelnederlandse vertaling van de Legenda Aurea wilde ik nagaan wat de Brusselse vertaler van omstreeks 1360 met de toponiemen gedaan heeft die hij in zijn Latijnse voorbeeldtekst aantrof. Die waren namelijk niet, zoals nu gebruikelijk is, met een hoofdletter geschreven en daarom als zodanig niet altijd even goed herkenbaar. De manier waarop de vertaler zich door de steden- en landennamen heen werkte – welke hij correct vertaalde, welke hij wegliet en welke hij verkeerd begreep – geeft ons zicht op zijn literaire horizon en zijn referentiekader.

We zijn nu een paar weken bezig en de pap heeft de eerste krenten prijsgegeven.
Om te beginnen twee onnozele corrupties. Tussen ronde haken uitleg en tussen rechte haken de lezing van de Latijnse editie-Graesse.

Peter de nuwe martelare was vander predecaren ordennen (orde
der dominicanen) een vroom kimpioen ende hi was gheboren
vander steden nerou [Verona].

Benedictus was uter provincien van mirsia [Nursia] gheboren.

In het middeleeuwse schrift bestaat er een minimaal onderscheid tussen de ‘n’ en de ‘u’, combinaties van beide, en voor ‘m’ en ‘i’ geldt hetzelfde. Om dit verschil te discrimineren zetten sommige kopiisten een schrap – onze punt – op de ‘i’, maar anderen op de eerste schacht van de volgende letter, wat heel verwarrend kon werken. De praktijk leert dat een kopiist die geconfronteerd wordt met een woord dat hij niet kent, vaak fout kiest.

Minder eenvoudig zijn:

Een ander iuliaen was van edelen gheslechte ute almaendien
[Alvernia] maer hi was edelre van begheerten.

Brueder ian van boloenien [Johannes Polonus] doe hi te
bolonien [Bononiam] den vierden dach rede (koorts) hadde ende
hi op sente peters dach den clercken predeken soude

Het lijkt me niet onmogelijk dat de Middelnederlandse vertaler ‘Bolonus’ in zijn legger las en dacht dat daarmee de havenstad Boulogne-sur-Mer in Noord-Frankrijk bedoeld werd, terwijl het om Johannes de Pool gaat en het Italiaanse Bologna.
De verlezing van Alvernia (Auvergne) door Almania is minder makkelijk te verklaren: alu’nia > almania? Bekende namen worden echter niet of nauwelijks verlezen, en Alvernia moet toch een tamelijk bekende naam geweest zijn.

Minder problematisch is:

Men seit vanden vleessche der besnidinghen ons heren dat
dinghel gods brachte den coninc karlen [Carolus]. ende dat
hijt leide taken [Aquisgrani] in onser vrouwen kerke. maer men
leest dat hijt namaels voerde te carosien [Carosium] maer nu
seit men dat het tandwerpen [Romae] es in onser vrouwen kerke.

Dit fameuze relikwie wordt blijkbaar door meer dan een kerk geclaimd. Jacobus lokaliseert het in Rome, onze vertaler te Antwerpen. Hij haakt hierbij aan bij een al bestaande traditie, immers Jacob van Maerlant spreekt in zijn Scolastica in Dietsche ook over Antwerpen als bewaarplaats van het ‘caro dominis’. Merk het woordspel! Het caro – vlees in het Latijn – wordt eerst aan Carolus – Karel de Grote – gegeven en vervolgens aan Carosien – naar ik vermoed de door Karel gestichte abdij te Charroux in Frankrijk.

En wat te denken van:

Pancratius was van alte edelen gheslechte gheboren ende doe in
vrieslant [Phrygiam] sijn vader ende sijn moeder doot waren so
wert hi ghelaten onder d[D]yonijs sijns oems hoede.

Doe dit h[H]elena c[C]onstantijns moeder die in britaendien
[Bethania] was hoorde so prees si in letteren haren sone.

Is Phrygie – het noordwesten van Turkije, waar ooit Troje lag – werkelijk verlezen als Frisia of was de heilige Pancras inmiddels zo nauw verbonden met (West-)Friesland dat de vertaler corrigerend optrad?
Tenslotte Helena van Constantinopel, de vindster van het heilig Kruis. Al vrij vroeg ontstond er religieus toerisme naar het Heilig Land. De weduwe Paula bijvoorbeeld, sponsor van bijbelvertaler Hieronymus, woonde jarenlang in de geboortegrot te Bethlehem. Helena, de moeder van keizer Constantijn, bezocht Bethania, waarvan er overigens twee zijn: Bethania bij Jeruzalem (Marcus 11:1), waar Simon de Melaatse woonde bij wie thuis Maria Magdalena Jezus’ voeten zalfde (Matthaeus 26:6, Marcus 14:3) en Bethania aan de overzijde van de Jordaan, waar Lazarus uit de dood werd opgewekt (Johannes 11:1). Bethania is eigenlijk te bekend om verlezen te kunnen worden.

Terwijl ik hierover mijn gedachten laat gaan krijg ik van collega Rob Resoort een diskette met daarop een prozaroman geheten … Helena van Constantinopolen, naar de oudst bewaard gebleven druk van: Broer Jansz, woonende op de Nieu-zijds Achter-burghwal, inde Silvere Kan, by de Brouwerije vande Hoybergh. 1640. Volgens Debaene, die van deze tekst geen samenvatting geeft, gaat het om een tekst die, naar hij vermoedt, van na 1540 is. Dat zal de reden geweest zijn dat ik hem niet kende.
Tot mijn niet geringe verbazing gaat deze roman helemaal niet over de Helena van Constantinopel, de vindster van het Kruis waaraan Jezus van Nazareth stierf, maar vertelt hij hoe koning Anthonis van Constantinopolen na de dood van zijn echtgenote zijn dochter Helena als vrouw begeert. Door zijn zwager, paus Clements, te helpen in de strijd tegen de Turcken in ruil voor een ‘bede’ (wens), perst hij diens toestemming af. Helena echter blijft weigeren en vraagt haar kamenierster Clarisse om haar te doden. Die adviseert Helena er met een schip vandoor te gaan, wat lukt. Zo belandt zij in Vlaenderen, maar moet daar vluchten voor de avances van de heer van Sluys. Weer op zee valt haar schip ten prooi aan zeerovers die iedereen verzuipen behalve haar. Als de roverhoofdman zijn buit wil consumeren, bidt Helena tot God, die een noodweer ontketent dat alleen zij overleeft. Zo spoelt zij aan in de boomgaard van Henrick, koning van Engeland, die haar zeer tegen de zin van zijn moeder huwt. Als Henrick van huis is om op zijn beurt de paus te helpen, bevalt Helena van een tweeling jongetjes. De boze schoonmoeder weet dankzij valse zegels en brieven de indruk te wekken dat Helena van twee honden bevallen is en daarom verbrand moet worden. Zo groot is de druk die zij uitoefent op de regent, de hertog van Clocestre, dat diens nicht Maria uit medelijden Helena’s plaats op de brandstapel inneemt, nadat haar eerst als bewijs – evenals bij Helena – een hand is afgehakt. Helena wordt samen met haar zoontjes en wat proviand in een bootje gezet en van de kant geduwd.
Als zij in Bretagne voet aan land zet, is zij zo uitgeput dat een wolf en een leeuw haar kinderen kunnen stelen. Gelukkig kan de heremiet Felix tussenbeide komen. Het kind dat de hand van zijn moeder in een koffertje om zijn nek draagt, noemt hij Arm, en het kind dat hij de leeuw ontfutselt Lyon. Zestien jaar lang zorgt hij voor hen. Als de jongens horen dat zij vondelingen zijn, gaan ze op zoek naar hun ouders. Via Bayviers komen ze aan het hof van de bisschop van Tours, die hen doopt als Martijn en Brixius en in dienst neemt als bottelgier en clerc.
Ondertussen is koning Henrick achter het verraad gekomen en heeft koning Anthonis van Constantinopolen zich bij de zoekenden naar Helena geschaard. Zij echter is er vast van overtuigd dat de heren het op haar leven gemunt hebben en vlucht. Na jarenlange omzwervingen wordt zij door een knecht van koning Henrick herkend en meegenomen naar het hof van Tours en daar met haar man, zonen en vader verenigd. Martijn zet haar hand er weer aan en wordt bisschop van Tours. Brixius huwt met de erfdochter van Schotland en wordt koning van Constantinopolen.

Ik heb het verhaal een beetje ingekort, net als Broer Jansz. of diens voorganger, want gelet op de afgebroken verteldraden is er flink gerooid ten opzichte van het origineel, de veertiende-eeuwse roman Helene de Constantinople.
Doet er ook even niet toe. Veel belangrijker is dat de variant Bethania – Britaendien niet teruggaat op een corrupte legger, noch op een verlezing en evenmin op een vertaalfout, maar op literaire contaminatie. Als ik mij niet vergis, heeft de vertaler gedacht dat de dolende Helena van Constantinopolen dezelfde was – een verhaal over haar jeugd? – als de latere Kruisvindster. Hij moet deze roman gekend hebben, anders had hij dit, van de brontekst afwijkende toponiem, nooit op deze plaats in zijn vertaling opgenomen.
En nu maar hopen dat ook de nieuwe directeur m/v van het Meertens Instituut inziet dat het systematisch inventariseren, indexeren en annoteren van eigennamen in Middelnederlandse literaire teksten een wezenlijke en onmisbare bijdrage levert aan de kennis van de Nederlandse taal en cultuur.

Willem.Kuiper@Hum.UvA.NL

Literatuuropgave:

  • Luc. Debaene, De Nederlandse volksboeken. Ontstaan en geschiedenis van de Nederlandse prozaromans, gedrukt tussen 1475 en 1540. Antwerpen 1951.
  • Louis Goosen, Van Afra tot de Zevenslapers. Heiligen in religie en kunsten. Nijmegen [SUN] 1992.
  • Th. Graesse, Jacobi a Voragine Legenda Aurea vulgo Historia Lombardica dicta. Osnabrueck 1969 (reprint 1890).

(13)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Fri, 1 May 1998 11:11:23 -0400
From: Marja Smolenaars <msmolenaars@compuserve.com>
Subject: Rub: 9805.13: Boekenrubriek, no. 10: De bibliotheek van het Teylers Museum

============================================================
Boekenrubriek, no. 10: De bibliotheek van het Teylers Museum
============================================================

Pieter Teyler van der Hulst werd in 1702 in Haarlem geboren als zoon van Isaac Teyler, een rijke zijdehandelaar. Pieter trad in het voetspoor van zijn vader en vergaarde grote rijkdom door, behalve in zijde, ook te handelen in geld. Als doopsgezinde kwam hij niet in aanmerking voor een overheidsambt, maar hij was een sociaal bewogen mens en deed als particulier veel voor de minderbedeelden in de samenleving. Behalve in het bekende Teylers Museum, leeft zijn naam ook voort in het Teylers hofje.

De doopsgezinden speelden, zeker in de tweede helft van de achttiende eeuw, een belangrijke rol in het culturele leven. Zij behoorden tot de meer vrijzinnigen in de Republiek en velen van hen maakten zich al snel de tolerantie-ideeen van o.a. John Locke eigen. De veel radicalere ideeen van de Franse filosofen spraken hen minder aan dan die van de “Christelijke Verlichting” waarin de openbaring een grote rol speelde en waarin de fysico-theologie het godsbewijs leverde. Een van de eerste Nederlanders die dit natuurlijke godsbewijs uitwerkten was de Purmerendse arts Bernard Nieuwentijt. Zijn boek “Het regt gebruik der wereldbeschouwingen ter overtuiginge van ongodisten en ongelovigen” (Amsterdam, 1715) werd ongekend populair. In zijn boek werd de empirische wetenschap gebruikt om het bewijs te leveren dat God bestond en het beste voorhad met de mensheid. Vooral dit laatste punt maakte opgang onder de dissenters die door vertalingen van buitenlandse fysico-theologische literatuur veel hebben gedaan voor de verspreiding van deze ideologie. Men vond de natuurwetenschap zo’n belangrijk onderdeel van de religie dat aan het in 1735 opgerichte doopsgezind seminarie vanaf het begin al direct natuurkunde werd onderwezen.

De hoeveelheid informatie die door al dit onderzoek ter beschikking kwam, werd in grote kring verspreid d.m.v. encyclopedieen, tijdschriften, leesgezelschappen en genootschappen. Zo werd in Haarlem in 1752 de Hollandse Maatschappij der Wetenschappen opgericht. En hier komen we terug bij Pieter Teyler; als doopsgezinde kon hij niet toetreden tot de bovenste regentenlaag, maar om toch zijn steentje bij te dragen aan de verbreiding van de wetenschap (en de godsdienst) bepaalde hij in zijn testament uit 1756 dat na zijn dood zijn vermogen moest worden ondergebracht in een Stichting die als doelstelling zou hebben het bevorderen van de godsdienst, kunsten en wetenschappen, en het verlenen van bijstand aan hulpbehoevenden. Er moesten twee genootschappen worden opgericht, een Godgeleerd en een Tweede – wetenschappelijk – Genootschap. Jaarlijks zouden deze genootschappen een prijsvraag moeten uitschrijven. Het woonhuis van Teyler moest als bewaarplaats voor zijn particuliere verzameling en bibliotheek dienst gaan doen.

Pieter Teyler overleed in 1778 en het testament werd uitgevoerd. De directeuren van de Stichting besloten om achter het woonhuis een ‘boek- en liefhebberyzaal’ te bouwen. De Amsterdamse steenhouwer Leendert Viervant kreeg de opdracht voor deze Ovale Zaal. Nog voor de voltooiing van het museum werden er prestigieuze werken aangekocht, zoals in 1780 de Encyclopedie van Diderot en d’Alembert: het Verlichtingsmonument bij uitstek. In 1784 kreeg Martinus van Marum opdracht om de bibliotheek in te richten. Hij koos voor een driedeling in het aanschafbeleid: 1) Griekse en Latijnse auteurs, waaronder de Kerkvaders; 2) natuurhistorische werken inclusief reisverslagen; 3) natuurwetenschappelijke tijdschriften. De opvolgers van Van Marum hebben zich min of meer aan dit uitgangspunt geconformeerd met uitzondering van de eerste categorie die vanaf de 19e eeuw niet verder werd aangekocht.

Heden ten dage vormt de bibliotheek van het Teylers Museum een ongekend rijke verzameling op natuurhistorisch gebied. Van Marum schafte speciaal die werken aan die de portemonnee van de meeste liefhebbers te boven gingen, zodat zij toch op eenvoudige wijze van deze kostbare werken kennis konden nemen. Dit verklaart waarom er in de huidige collectie zoveel royale en rijk geillustreerde werken zitten. De deelverzameling van de systematische plant- en dierkunde is waarschijnlijk uniek in Nederland. De belangstelling voor een systematische weergave van de voortbrengselen der natuur vindt zijn oorsprong in de al genoemde fysico-theologie. Leibniz constateerde al dat de harmonie in de natuur door God bedoeld was ten dienste van de mens. Het catalogiseren en onderbrengen in systemen van de natuur beschouwde men als het doorvorsen van Gods bedoelingen. Was het systeem niet helemaal perfect, dan lag dit niet aan God, maar aan het falen van de mens om Gods Almacht te begrijpen.

De wetenschappelijke tijdschriften maken ongeveer vier-vijfde deel uit van het totale bezit van de bibliotheek. Dit is ook het gedeelte dat nog steeds wordt aangevuld. De boeken worden nauwelijks aangevuld en vormen zo een afgeronde verzameling van voornamelijk 18e- en 19e-eeuwse werken. De tijdschriften worden zoveel mogelijk verkregen door ruiling met andere instituten, universiteiten en musea. Enkele daarvan lopen al enige eeuwen, zoals die van de Royal Society te Londen en Academie des Sciences te Parijs, die teruggaan tot 1665. De bibliotheek heeft voor deze ruilingen de beschikking over de verhandelingen van de twee Teylergenootschappen en over het Netherlands Journal of Zoology dat mede wordt uitgegeven door de Hollandse Maatschappij. Opmerkelijk is dat Pieter Teyler in deze maatschappij geen leidersrol kon vervullen vanwege zijn geloof. Tijden veranderen en als we het Teyler zouden vragen zou hij het zeker een wending ten goede hebben genoemd. Gelijkstelling van de dissenters met de heersende kerk was tot 1796 een heikel punt in de Nederlanden.

De bibliotheek organiseert ook geregeld tentoonstellingen uit eigen bezit, zoals vorig jaar “Van verre planten: botanische boeken uit eigen bezit” en “Daken van de wereld: over alpentourisme”. Momenteel is er in het Teylers Museum een grote overzichtstentoonstelling te zien van het werk van Maria Sybille Merian met natuurlijk de exemplaren van haar boeken en prenten die het Teylers zelf in bezit heeft, zoals “Over de voortteeling en wonderbaerlyke veranderingen der Surinaamsche insecten …” (1705). De tentoonstelling loopt t/m 31 mei en is, behalve op maandag, iedere dag geopend. De bibliotheek zelf is alleen op afspraak te bezoeken, maar boeken uit de collectie lenen via het interbibliothecair leenverkeer gaat natuurlijk ook prima.

Marja Smolenaars.

Literatuur:

  • P. Bouman en P. Broers, Teylers ‘Boek- en Konstzaal’. Den Haag, 1988.
  • ‘Teyler’ 1778-1978. Studies en bijdragen over Teylers Stichting naar aanleiding van het tweede eeuwfeest. Haarlem/Antwerpen, 1978.
  • http://www.teylersmuseum.nl/nederlands/ruimtes/bibliotheek/start.html
(14)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=

*-------------------------------------------------------------------------*
|                                                                         |
| Informatie over Neder-L:                                                |
| ========================                                                |
| Algemene informatie opvragen over Neder-L: stuur mail naar              |
|   listserv@nic.surfnet.nl met daarin de boodschap: GET NEDER-L INFO     |
| Abonnement nemen op Neder-L: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl    |
|   met als boodschap: SUB NEDER-L uw-voornaam/voorletters uw-achternaam  |
| Neder-L op het web/WWW: Neder-L-nummers zijn vanaf januari 1997 in      |
|   web-formaat te lezen via: http://baserv.uci.kun.nl/~salemans/         |
|   Nadere informatie over Neder-L in web-formaat: zie artikel 9706.01    |
|   Er is ook een WWW-archief met alle e-mailversies van Neder-L sinds    |
|   juni 1992, dat ook op trefwoord doorzocht kan worden; de URL van dit  |
|   listserv-archief: http://listserv.surfnet.nl/archives/neder-l.html    |
| Neder-L wordt ook verspreid via de Internet-newsgroup bit.lang.neder-l  |
| Oude Neder-L-bulletins opvragen: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl|
|   met daarin een boodschap als: GET NEDER-L LOG9206                     |
|   (resultaat: logboek met Neder-L-artikelen van juni '92 wordt gestuurd)|
|   Of maak gebruik van het listserv-archief (zie enkele regels hierboven)|
| Bijdrage voor Neder-L opsturen: stuur mail naar neder-l@nic.surfnet.nl  |
| Contact met redactie: stuur mail naar Salemans@baserv.uci.kun.nl, naar  |
|   Willem.Kuiper@hum.uva.nl, naar Piet.Verkruijsse@hum.uva.nl (voor de   |
|   evenementenagenda), naar Oostendorp@rullet.leidenuniv.nl (voor        |
|   neerlandistiek op het Web), of naar P.A.Coppen@let.kun.nl             |
*-------------------------------------------------------------------------*

*-Einde-------------------- Neder-L, no. 9805.a --------------------------*