Neder-L, no. 9710.c: tijdschriftenoverzicht

Subject: Neder-L, no. 9710.c: tijdschriftenoverzicht
From: BJP Salemans
Reply-To:Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
Date:Fri, 31 Oct 1997 01:42:02 +0100
Content-Type:TEXT/PLAIN
                           *********************
*-Zesde-jaargang----------- Neder-L, no. 9710.c -----------ISSN-0929-6514-*
|                                                                         |
|      ************************************************************       |
|      * Neder-L, elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek *       |
|      ************************************************************       |
|                                                                         |
| Maandelijks tijdschriftenoverzicht:                                     |
| ===================================                                     |
| (1) Tyd: 9710.24: De Boekenwereld, jrg. 14, no. 1, september 1997       |
| (2) Tyd: 9710.25: Gramma/TTT, jrg. 5 (1996), no. 1                      |
| (3) Tyd: 9710.26: Meesterwerk, no. 10, september 1997                   |
| (4) Tyd: 9710.27: Nederlandse Letterkunde, jrg. 2, no. 3, augustus 1997 |
| (5) Tyd: 9710.28: Ons Erfdeel, jrg. 40, no. 3, mei-juni 1997            |
| (6) Tyd: 9710.29: De Parelduiker, jrg. 2, no. 3, september 1997         |
| (7) Tyd: 9710.30: Taal en Tongval, jrg. 49, afl. 1, 1997                |
| (8) Tyd: 9710.31: TNTL, jrg. 113, no. 3, september 1997                 |
| (9) Tyd: 9710.32: Lijst redacteurs tijdschriftenoverzicht Neder-L       |
|(10) Informatie over Neder-L                                             |
|                                                                         |
*--------------------------                     --------------------------*
                           *********************

(1)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9710.24=-=-

DE BOEKENWERELD, jaargang 14, nummer 1, september 1997.
ISSN 0168-8391.
Door: Marja Smolenaars.
Boskoop, 5 oktober 1997

  • H. van den Braber.
    ‘Een singulier en dienend mensch’. Jhr. dr. Radermacher Schorer: verzamelaar, bibliofiel en mecenas. Blz. 2-14.
    (Een bijzonder verzamelaar die zich in de tijd tussen de twee wereldoorlogen niet bezig hield met het oude boek, zoals de meeste bibliofielen, maar uitsluitend met wat hij ‘de renaissance van de Nederlandse boekdrukkunst’ noemde.)
  • J.H. Landwehr.
    De present-exemplaren van ‘Alle de wercken’ van Cats uit 1655. Blz. 16-20.
    (Landwehr traceert de zeven present-exemplaren (5 gevonden, 1 verbrand en 1 spoorloos verdwenen) van Jacob Cats’ verzameld werk (Amsterdam, J.J. Schipper, 1655.)
  • Bibliografische notities 19. Blz. 21-24.
    (P.J. Buijnsters en L. Buijnsters-Smets. Bibliografie van Nederlandse school- en kinderboeken 1700-1800. Zwolle: Waanders, 1997.)
  • Boekbespreking. Blz. 27-30.
    . <Door: N. Maas:> Van Pen tot Laser: 31 opstellen over boek en schrift aangeboden aan Ernst Braches bij zijn afscheid als hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam in oktober van het jaar 1995. Amsterdam, De Buitenkant, 1996, 344 p., ISBN 907038678x.
    . <Door: A.G. van der Steur:> C. Keysper, I. Verheul en J. van Waterschoot. Catalogus van de brieven geschreven voor 1900 uit de collectie ‘Prospectussen en personalia’ van de Koninklijke Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels te Amsterdam [deel x, eerste en tweede stuk van de ‘Catalogus der Bibliotheek’ van deze vereniging], Amsterdam, UB, 1977, ISBN 9060044347.
  • Verschenen boeken, op blz. 31-32.
  • Catalogi, op blz. 33.
  • Verschenen catalogi, op blz. 34-37.
  • Veilingen, op blz. 38-43.
  • Berichten, op blz. 44-49.
  • Agenda (Veilingen, Beurzen en Tentoonstellingen), op blz. 50-51.
  • Vraag & Aanbod, op blz. 51.
  • Over de auteurs, op blz. 52.

(2)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9710.25-=-

GRAMMA/TTT, jaargang 5 (1996), nummer 1.
ISSN 0927-3255.
Door: Peter-Arno Coppen.
Nijmegen, 27 oktober 1997.

  • Catia Cucchiarini & Helmer Strik.
    Automatische spraakherkenning en taalkundig onderzoek. Blz. 1-16.
  • Madeleine Hulsen.
    De relatie tussen taalbehoud en etnolinguistische vitaliteit van Nederlandse immigranten in Nieuw-Zeeland. Blz. 17-30.
  • Geert Driessen.
    De taalvaardigheid Nederlands van allochtone en autochtone leerlingen. De ontwikkeling in het basisonderwijs in kaart gebracht. Blz. 31-40.
  • Ton Dijkstra, Walter van Heuven & Mark Timmermans.
    ‘Schindler’s list’ en ‘valse lente’. Bilinguale woordherkenning en tussen-taalgelijkenis. Blz. 41-59.

(3)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9710.26-=-

MEESTERWERK, nummer 10, september 1997.
ISSN 1380-5118.
Door: Roland de Bonth, vakgroep Nederlands, KUN.
Nijmegen, 27 oktober 1997.

  • Van de redactie. Blz. 1.
  • G”unter Holtus.
    Vorstellung des Projektes ‘Ma^itres, manuels, m’ethodes’. Franz”osische Sprachlehre und Grammatikographie zwischen Maas und Rhein am Beispiel der St”adte Strassburg und K”oln (1550-1650). Blz. 2-6.
  • Angela Weisshaar.
    Der Terminus Artikel in vier K”olner didaktischen Grammatiken des 16. Jahrhunderts. Blz. 7-13.
  • Nico Lioce & Pierre Swiggers.
    Jan Vaermans Ontledingh der Fransche Spraeck-konst (1699). Blz. 14-22.
  • Pieter Loonen.
    Marin als maat voor de Franse les: een verkenning. Blz. 23-28.
  • Jan De Clercq.
    Gabriel Meurier, een XVIe-eeuws pedagoog en grammaticus in Antwerpen. Blz. 29-46.
  • Boekbespreking.
    . <Door: J.M.J. Sicking, op blz. 47-48:> Gerard de Vries, Literatuuronderwijs als voldongen feit. Legitimeringen voor het leren lezen van literatuur op school. Amsterdam, 1996. Amsterdamse Historische Reeks, nr. 30.
  • Publicaties. Blz. 48.
    (Beknopt overzicht van publicaties die betrekking hebben op of relevant zijn voor de geschiedenis van het talenonderwijs.)

(4)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9710.27-=-

NEDERLANDSE LETTERKUNDE, jaargang 2, nummer 3, augustus 1997.
ISSN 1384-5829.
Door: Karel Bostoen, vakgroep Nederlands, RUL.
Leiden, 13 oktober 1997

  • Maaike Meijer.
    ‘Inleiding’. Blz. 199-207.
    (Over de invalshoeken die worden gebruikt in de zes bijdragen over werk van vrouwelijke auteurs. Die invalshoeken zijn kennelijk willekeurig, want volgens Meijer hadden er nog meer aan de orde kunnen komen. Zij denkt hierbij aan “de relatie tussen gender en genre (sommige genres werden uitsluitend door mannen, andere meer door vrouwen beoefend, waardoor deze genres zelf ook symbolisch gegenderd raakten)”. Ze denkt voorts “aan de intermannelijke sociale controle die heerst in de literaire kritiek, aan de samenhang tussen gender en poetica, aan de overeenkomsten tussen processen van uitsluiting waar het gaat om homo/lesbische auteurs en zwarte auteurs”. De lezer van dit aardige thema-nummer kan zich dus gelukkig prijzen dat de invalshoeken van deze geleerde niet werden uitverkoren.)
  • Dieuwke van der Poel.
    Vrouwelijke auteurs in de Middelnederlandse letterkunde, Een verkenning. Blz. 208-227.
    (Chronologisch overzicht, voornamelijk gebaseerd op de bekende literatuurgeschiedenissen. Wel is recente secundaire literatuur hier en daar verwerkt, maar soms ook niet. Dat wreekt zich bijvoorbeeld in het geval van Roseane Coleners, bij wie wordt verwezen naar Van Duyse 1838. Daardoor mist Van der Poel andere vrouwelijke auteurs, onder wie een Erasmusvertaalster. Ook wordt de rol van vrouwen in het rederijkersmilieu niet geproblematiseerd.)
  • M.A. Schenkeveld-van der Dussen.
    De canonieke versus de ‘echte’ Anna Roemersdochter Visscher. Blz. 228-241.
    (Nagegaan wordt of de behandeling van Anna Roemersdochter in de bekende literatuurgeschiedenissen “adequaat” is. Natuurlijk niet, denk ik dan, maar hetzelfde geldt ook voor vrijwel alle mannelijke auteurs. In elk geval problematiseert Schenkeveld de positie van Anna Roemersdochter in de Nederlandse literatuurgeschiedschrijving en dat is winst. Anna R. zou niet een moraliste in de trant van Cats zijn, maar Cats zelf was evenmin in de eerste plaats een moralist. Volgens Schenkeveld is Anna R. een geestige en vernieuwende auteur die “vraagtekens zet bij de (mannelijke) normen en pretenties van de poezie”. Bij wat Schenkeveld prijst als een met vaart geschreven knap bruiloftsdicht voor Heinsius, vermeldt zij niet dat het een dichtende tijdgenoot was opgevallen dat Anna R. daarin ten onrechte dacht dat ‘Helicon’ een synoniem van ‘Parnassus’ was. Dit laatste, tevens een bepaalde vorm van amateurisme, leidt misschien tot een nog duidelijkere positiebepaling van de ‘echte’ Anna Roemersdochter.)
  • Erica van Boven.
    Ver van de literatuur, Het schrijverschap van Ina Boudier-Bakker. Blz. 242-257.
    (Boudier-Bakker zocht “geen enkele aansluiting bij de literaire traditie en presenteerde zich bij herhaling als iemand die geheel op zichzelf stond en geen invloeden” onderging. Door zich te concentreren op de centrale rol van het moederschap in Boudier- Bakkers romans, komt Van Boven tot de vaststelling dat haar romans bewust zijn geconstrueerd, vanuit een vaste intentie. Ina Boudier- Bakker zou de burgerlijke ideologie steunen, die voorschrijft dat de vrouw uitsluitend tot haar recht komt in het van de buitenwereld afgeschermde prive-domein en de onveranderlijke natuur.)
  • Lia van Gemert en Ans J. Veltman-van den Bos.
    Schrijfsters in de literaire kritiek tussen 1770 en 1850. Blz. 258-270.
    (In enkele Nederlandse tijdschriften tussen ca. 1770 en 1850 werd gereageerd op vrouwenliteratuur. Typerend voor die reacties was dat er een apart waardensysteem bestond voor de beoordeling van vrouwengeschriften: vrouwen kunnen immers zonder mannelijke leiding geen zelfstandige keuze maken en ze hebben ook geen kaas gegeten van literaire esthetiek. De blinde dichteres Petronella Moens daarentegen ontsnapte min of meer aan dit soort beoordeling, juist vanwege haar fysieke handicap. Voorts verwierf ze zich de nodige sympathie bij de recensenten omdat ze Verlichtingsdenkbeelden voor een groot publiek probeerde toegankelijk te maken.)
  • Mieke B. Smits-Veldt.
    Maria van Reigersberch, De canonisering van een vaderlandse echtgenote. Blz. 271-291.
    (Hierin wordt de ontwikkeling geschetst van het beeld dat eeuwenlang in de literatuur van Maria van Reigersberch werd geschetst. Het 17e-eeuwse beeld van de moedige echtgenote verandert in de 18e eeuw in dat van de verdediger der Vaderlandse vrijheid, in de 19e eeuw in dat van de dienstbare echtgenote en moeder. Naar mijn smaak getuigt de roman Vaderland in de verte van Annie Romein-Verschoor, die in het overzicht van Mieke Smits het eindpunt vormt, van het grootste inlevingsvermogen: Maria als tragische vrouw in relatie tot haar echtgenoot en kinderen. Dit sluit merkwaardig genoeg het beste aan bij een vergelijking die Vondel maakt: “Gelijck Marye neffens ’t kruis, Vw bruigom […] trooste hele jaren”. Smits ziet daaraan voorbij, maar het lijkt me dat dit beeld van Maria van Reigersberch, eerder in de rol van moeder van het al te veeleisende wonderkind Hugo de Groot dan als echtgenote, nog het dichtst bij de werkelijkheid komt.)
  • Jozien Moerbeek.
    Stiefdochters van de literatuur? De vrouwelijke auteur in de Nederlandse en Vlaamse schoolcanon. Blz. 292-304. (Onderzoek naar de aandacht die vrouwelijke auteurs binnen het literatuuronderwijs krijgen. Ze krijgen namelijk aanzienlijk minder aandacht dan hun mannelijke collega’s. Pleidooi om deze situatie te veranderen door onder meer het aanbod van het onderwijsmateriaal te wijzigen.)
  • Stand van zaken:
    . Erica van Boven.
    I. Vrouwenstudies in de Nederlandse letterkunde. Blz. 305-309. (Overzicht van de ontwikkelingen op het gebied van vrouwenstudies gedurende de laatste decennia. ‘Gender-studie’, waarbij de processen worden bestudeerd die betekenis geven aan sekseverschillen, vormt het voorlopige eindpunt.)
    . M.A. Schenkeveld-van der Dussen.
    II. Vrouwenliteratuur 1550-1850.
    (De oogst op het gebied van de vroeg-moderne letterkunde vanuit een gender-perspectief is betrekkelijk mager, maar daar komt geleidelijk verandering in doordat het aantal vrouwelijke universitaire docenten groter is dan vroeger. Onderzoekers uit Utrecht, Leuven en Nijmegen en wat ‘losse’ medewerkers zijn al een paar jaar bezig met het samenstellen van een grote bloemlezing van zo’n 150 vrouwelijke auteurs uit de jaren 1550-1850. De bloemlezing wordt voorzien van een inleiding en commentaar.)
  • Grensverkeer:
    . Paul Wackers.
    Een steuntje in de rug: Jill Mann’s Geoffrey Chaucer. Blz. 314-316.
    (Over Jill Mann’s studie van Chaucers werk, die Chaucers ideeen over en de benaderingen van vrouwen in zijn werk bestudeert. Verbindingen met de maatschappelijke structuur worden hierin niet gelegd, omdat literatuur als verbeelding van de werkelijkheid door haar eigen aard een kritisch en een idealistisch aspect bevat. Van beide aspecten wordt door Mann het karakter onderzocht. Wackers heeft grote bewondering voor haar aanpak).
  • Boekbesprekingen:
    . <Door: Annelies de Jeu:> Marlies Hoff. Johanna Cornelia Ziesemis-Wattier (1762-1827). ‘De grootste actrice van Europa’. Astrea. Leiden, 1996.

(5)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9710.28=-=-

ONS ERFDEEL, jaargang 40, nummer 3, mei-juni 1997.
ISSN 0030-2651.
Door: Jaap van Veen.
Uithoorn, 8 oktober 1997.
(N.B.: vanaf nummer 1 van de 40ste jaargang zijn de afbeeldingen in kleuren.)

  • Gary Schwartz.
    Warmte in koude steen: Pieter Saenredam en zijn erfgenamen. Blz. 322-332.
  • Will van Peer.
    Het einde van de Literatuur? Blz. 333-340.
    (Is literatuur een vanzelfsprekend onderdeel geworden van het taalonderwijs? Nauwelijks.)
  • Luc Huyse.
    Ongelijke wegen van herstel. Belgie en Nederland in de eerste jaren na de oorlog. Blz. 341-350.
    (Een halve eeuw geleden waren beide landen koortsachtig bezig met het herstel van wat tijdens de oorlog verloren was gegaan. Wat zijn de verschillen.)
  • Ron Elshout.
    Iemandsgedichten als huldeblijk, groetenis. Over de poezie van Jacques Hamelink. Blz 351-361.
    (Niemandsgedichten heette in 1976 “een keuze 1964-1975” uit de gedichten van Jacques Hamelink…)
  • Jozef Janssens.
    Het fenomeen Van Oostrom. Blz. 362-370.
    (Onderzoekers kunnen op tal van verschillende manieren met wetenschap bezig zijn… Ofwel… Ofwel…)
  • Yves T’Sjoen.
    “Een groot dichter worden en dan vallen, Godverdomme” Over het Verzameld werk van Nescio. Blz. 371-379.
  • Frank Hellemans.
    Apolitiek incorrect en multimediaal. Het fenomeen Herman Brusselmans. Blz. 380-386.
    (Voor iemand die binnenkort veertig wordt en amper 10 jaar “beroepsschrijver” is, legde Henry Brusselmans een buitenmaatse productiviteit aan de dag.)
  • D.J. van de Kaa.
    Van altruisme naar individualisme: de Nederlandse bevolkingsontwikkeling na 1965. Blz. 387-400.
    (Als een donderslag bij heldere hemel, zo onverwacht en plotseling veranderde op het midden van de jaren zestig de bevolkingssituatie in West-Europa. Waarom…, Waardoor…)
  • Erick Bracke.
    De kanonnade van woorden en beelden van Pjeroo Roobjee. Blz. 402-411.
    (Als de citaten op een achterplat van een boek in iets uitblinken, dan is het wel in het nietszeggende. Je leest ze en voor je het boek weer omdraait, ben je ze al vergeten).
  • G.F.H. Braat.
    Wat er overblijft. Over het oeuvre van Willem Fredrik Hermans. Blz 412-420.
  • Lode Wils.
    De dynastie in Belgie sinds 1831. Blz 421-432.
    (De nieuwe grondwet van het gefederaliseerde Belgie, die volledig van kracht werd na de verkiezingen van 21 mei 1995, kent geen rol toe aan de koning wat de werkwijze van gewesten en gemeenschappen betreft.)
  • Culturele Kroniek:
  • Literatuur.
    . <Door: Dirk de Geest:> Over “Zoals een fresco in kleur” van Eddy van Vliet.
    . <Door: Hans Groenewegen:> Over “Verzameld Werk I” van Abel J. Herzberg.
    . <Door: Annette Portegies:> Over “Liefde is heel het leven niet” van Elsbeth Etty.
    . <Door: Luc Devoldere:> Over “Door God bij Europa verwekt” van Benno Barnard.
    . <Door: Wim Rutgers:> Over “Delft blues” van Dennis Henriquez.
    . <Door: G.F.H. Raat:> Over “Literatuur en moderniteit in Nederland” van Frans Ruiter en Wilbert Smulders.
    . <Door: Hans Groenewegen:> Over “Het geduld van de dingen” van Gert van Istendael.
  • Beeldende kunst.
    . <Door: Paul Depondt:> Over “Art of the XXth Century: Flemish and Dutch paintings from Van Gogh, Ensor, Magritte and Mondrian to contemporaries.
  • Theater.
    . <Door: Jos Nijhof:> Over “Het stempel van de artistieke leiding”.
  • Muziek.
    . <Door: Ignace Bossuyt:> Over “Alamire ontsluit de schatten van ons muzikaal verleden”.
  • Film.
    . <Door: Gerdin Linthorst:> Over “De manipulatie van de werkelijkheid in de documentaire”.
  • Taal- en cultuurpolitiek.
    . <Door: Filip Matthijs:> Over “Het buitenland en wij”.
    . <Door: Theo Hermans:> Over “Buitenlands neerlandistiek en de culturele functie”.
  • Publicaties.
    . <Door: Marc Hooghe:> Over ” Achter de maskerade. Over macht, schijnmacht en onmacht.” van Manu Ruys.
    . <Door: Frans Oudejans:> Over “Jan Ksies, tussen kunst en kultuur” van Fenna van den Burg en Hans Dulken.
    . <Door: Christelle Miplon:> Over “Modern Orientalisme, Essays over de westerse beschavingsdrang” van Peter van der Veer.
    . <Door: Marc Platel:> Over “Limburg 1975-1995”.
  • Bibliografie.
    . Het Nederlandstalige boek in het buitenland. Overzicht van recente vertalingen.

(6)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9710.29=-=-=
DE PARELDUIKER, jaargang 2, nummer 3, september 1997.
ISSN 1384-6280.
Door: Wieneke ’t Hoen <Wieneke.tHoen@KONBIB.NL>.
Amsterdam, 16 oktober 1997.

  • Frits Smulders.
    ‘Gij zijt het Leven voor mij en de Dood’. Ongepubliceerde liefdeslyriek van Herman Gorter. Blz. 3-19.
    (Jenne Clinge Doorenbos als muze van Gorter.)
  • Nico Keuning.
    Tekens van dreigend onheil. Over een virtuele roman van F.B. Hotz. Blz. 20-27.
    (Over de jeugdverhalen van Hotz.)
  • Maurits Verhoeff.
    ‘Wat gebeurt hier eigenlijk?’. Nescio als natuurbeschermer. Blz. 29-41.
    (Uit ongepubliceerde brieven van Gr”onloh aan de Bond Heemschut blijkt zijn actieve bemoeienis voor behoud van het (stads)landschap.)
  • Nop Maas.
    De Vlugt naar voren. Blz. 42-44.
    (Aflevering 8 van ‘Voor het leven getekend. Schrijvers in karikatuur’. Over tentoonstelling voor letterkunde in 1923)
  • Sjoerd van Faassen.
    ‘De blinde partijzucht dooft het menschelijk mededoogen’. Het tijdschrift De Gemeenschap en de Spaanse Burgeroorlog. Blz. 45-55.
  • Anthony P. Dekker (interview).
    ‘Dichter bij wie ik ben’. Een bezoek aan C.O. Jellema. Blz. 56-66.
  • ‘Laagwater’ blz. 67-72:
    . Peter de Bruijn. De wilde jacht op Het Bureau.
    (Over Gerrit Achterberg en het P.J. Meertens-Instituut).
    . E.W.A. Henssen. Gossaerts boeltje.
    (Over de ten onrechte aan Gossaert toegeschreven Priapae”en).
    . Willem Maas. Waar is Mette?
    (Oproep voor portret van echtgenote van Jacques Gans).

(7)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9710.30=-=-=
TAAL & TONGVAL, jaargang 49, aflevering 1, 1997.
ISSN 0039-8691.
Door: Roland de Bonth, vakgroep Nederlands, KUN.
Nijmegen, 27 oktober 1997.

  • J.B. Berns.
    Een merkwaardig taalmonument: de Bulla ‘Ineffabilis’. Blz. 1-17.
  • H. Scholtmeijer.
    De verspreiding van de sj-uitspraak in Gelderland en Utrecht. Blz. 18-30.
  • G. de Schutter.
    De imperatief in de moderne Nederlandse dialecten. Blz. 31-60.
  • Jos Swanenberg.
    Een onderzoek naar de regels van volksnaamgeving, getoetst aan enkele vogelnamen in Zuidnederlandse dialecten. Blz. 61-84.
  • Cor van Bree.
    Regionale variatie in het taalgebruik van notabelen. Blz. 85-97.
    (Besprekingsartikel naar aanleiding van: Berber Voortman, Regionale variatie in het taalgebruik van notabelen. Een sociolinguistisch onderzoek in Middelburg, Roermond en Zutphen. Dissertatie Universiteit van Amsterdam. Amsterdam: IFOTT, 1994.)
  • Boekbesprekingen.
    . <Door: Jan Stroop, op blz. 98-101:> C.D. Grijns, Jakarta Malay; a multidimensional approach to spatial variation. Part I and II (Verhandelingen van het Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde, nr. 149), Leiden, 1991.
    . <Door: A. Weijnen, op blz. 102-103:> J. van Bakel, Lokwoorden voor huisdieren in Nederland. Cahiers van het P.J. Meertensinstituut nr. 8, 1996.
    . <Door: K. Romijn, op blz. 104-109:> Geert Koefoed, Benoemen. Een beschouwing over de facult’e du langage. Amsterdam 1993. Deel 20 uit Publikaties P.J. Meertens-Instituut.
    . <Door: K. Romijn, op blz. 109-113:> F.G. Droste, Teken, taal en werkelijkheid. Een semiotische theorie. SDU Uitgeverij Koninginnegracht, ‘s-Gravenhage 1996.

(8)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9710.31=-=-=
TIJDSCHRIFT VOOR NEDERLANDSE TAAL- LETTERKUNDE, jaargang 113, nummer 3, september 1997.
ISSN 0040-7550.
Door: Andre Bouwman.
Leiden, 10 oktober 1997.

  • P. Bakema.
    Het onvoltooid verleden verkleinwoord. Blz. 201-221.
    (On the basis of a coherent corpus of literary texts, diminutives in Middle Dutch are analysed for several aspects. First, it is shown that suffixation with -kijn is the central process to create diminutives. Second, most diminutives are derived from nouns, although not to the complete exclusion of other bases. Third, diminutives constitute a polysemous category, in which evaluative shades are most salient. Fourth, diminutives appear especially in informal, non-serious texts: in farces and fabliaux they are often used ironically. These four domains of prototypicality are also relevant for diminutives in modern Dutch, which are created by suffixation with -tje.)
  • J.W. Klein.
    Bijdrage tot re-reconstructie van de Karel ende Elegast. Blz. 222-242.
    (The method of text-reconstruction as introduced by A.M. Duinhoven in his ‘Bijdragen tot reconstructie van de Karel ende Elegast’ appears to have important implications. Especially if one tries to arrive at the known ‘Karel ende Elegast-text by way of ‘re-reconstructing’ the quasi-original text, using Duinhoven’s proposals, the method leads to complications, paradoxes and discrepancies in the assumed textual history.)
  • G.R.W. Dibbets.
    Vollenhoves ‘Aan de Nederduitsche schryvers’ uitgebreid. Blz. 243-256.
    (This article pays attention to the material genesis of ‘Poezy’ (1686), a collection of poems by Joannes Vollenhove, and subsequently to a manuscript found in the authors personal copy of ‘Poezy’, which has recently been bought by the Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden (Leiden University Library, sign. 1499 A 30). This manuscript contains two additions to Vollenhove’s ‘Aan de Nederduitsche schryvers’, a didactic poem that was highly appreciated by and had a great influence on the contemporary and the eighteenth century Dutch grammarians. In this article the text of the additions is discussed and presented.)
  • O. Praamstra.
    De omstreden bloei van de Indisch-Nederlandse letterkunde. Blz. 257-274.
    (When in 1972 Rob Nieuwenhuys published his work ‘Oost-Indische Spiegel’, he defined in essence what was to become a new literature: the literature of the Dutch East Indies. This literature was the product of Dutch writers who had lived in the Dutch East Indies, and was therefore limited in space and time. It was, also according to Nieuwenhuys, a literature that developed rather distinctive characteristics due to the complete absence of a literary tradition. These two characteristics which Nieuwenhuys uses to identify the literature of the Dutch East Indies have been severely criticized over the years. The criticism has given rise to a debate which challenges the very existence of this literarature. This article argues in defence of an independent approach to the literature of the Dutch East Indies. However, bearing in mind the criticism leveled against Nieuwenhuys, a considerable limitation of the corpus is proposed.)
  • Boekbesprekingen, op blz. 275-289:
    . <Door: T. van Dijk:> T. Boves, M. Gerritsen. Inleiding in de sociolinguistiek. Utrecht, 1995.
    . <Door: R. Stein:> J. Verbij-Schillings. Beeldvorming in Holland. Heraut Beyeren en de historiografie omstreeks 1400. Amsterdam, 1995.
    . <Door: G. Warnar:> Het handschrift-Jan Philipsz. Ed. H. Brinkman. Hilversum, 1995.
    . <Door: J. Konst:> R. van Stipriaan. Leugens en vermaak. Boccaccio’s novellen in de kluchtcultuur van de Nederlandse renaissance. Amsterdam, 1996.
    . <Door: H. Brouwer:> O.S. Lankhorst en P.G. Hoftijzer. Drukkers, boekverkopers en lezers in Nederland tijdens de Republiek. Een historiografische en bibliografische handleiding (H. Brouwer).
  • Signalementen, Blz. 290-294.
  • Ontvangen boeken, Blz. 295-296.
(9)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=Neder-L-bericht, no. 9710.32=-=-=
 
*-------------Redacteurs--tijdschriftenoverzicht--Neder-L-----------------*
| de Achttiende Eeuw:      Robert Arpots <R.Arpots@mailbox.kun.nl>        |
| de Boekenwereld:         Marja Smolenaars <msmolenaars@compuserve.com>  |
| Gramma/TTT:              Peter-Arno Coppen <P.A.Coppen@let.kun.nl>      |
| Leuvense Bijdragen:      Hans Smessaert                                 |
|                                    <Hans.Smessaert@arts.kuleuven.ac.be> |
| Literatuur:              Jose Rekers <jjrekers@hotmail.com>             |
| Literatuur Zonder        Toin Duijx <Duijx@rulfsw.leidenuniv.nl>        |
|   Leeftijd:                                                             |
| Mededelingen Stichting   Marco de Niet <Marco.deNiet@konbib.nl>         |
|   Jacob Campo Weyerman:                                                 |
| Meesterwerk:             Roland de Bonth <deBonth@let.kun.nl>           |
| Millennium:              Paul Wackers <wackers@let.kun.nl>              |
| Moer:                    Herman Giesbers <H.Giesbers@let.kun.nl>        |
| Nederlandse Letterkunde: Karel Bostoen <bostoen@rullet.leidenuniv.nl>   |
| Nederlandse Taalkunde:   Luuk Lagerwerf <lagerwerf@kub.nl>              |
| Neerlandica Extra Muros: Olga van Marion <ovmarion@rullet.leidenuniv.nl>|
| de Negentiende Eeuw:     Jan Stroop <J.Stroop@mail.uva.nl>              |
| Ons Erfdeel:             Jaap van Veen <Jaap_van_Veen@compuserve.com>   |
| Ons Geestelijk Erf:      Thom Mertens <csp.mertens.t@alpha.ufsia.ac.be> |
| de Parelduiker:          Wieneke 't Hoen <Wieneke.tHoen@konbib.nl>      |
| Queeste:                 Theo Meder <Theo.Meder@pjmi.knaw.nl>           |
| Spiegel der Letteren:    Betty van Wonderen                             |
|                                         <Betty=van=Wonderen@uba.uva.nl> |
| Taal en Tongval:         Roland de Bonth <deBonth@let.kun.nl>           |
| Taalbeheersing:          Louise Cornelis <Louise.Cornelis@let.ruu.nl>   |
| Tabu:                    Ton van der Wouden <vdwouden@let.rug.nl>       |
| TNTL:                    Andre Bouwman <bouwman@rulub.leidenuniv.nl>    |
| Trefwoord:               Roland de Bonth <deBonth@let.kun.nl>           |
| Vaktaal:                 Marcel Uljee <m.uljee@pecoma.nl>               |
| Volkskundig Bulletin:    Theo Meder <Theo.Meder@pjmi.knaw.nl>           |
| Vonk:                    Rita Rymenans <rymenans@uia.ua.ac.be>          |
| de Zeventiende Eeuw:     Ton Harmsen <harmsen@rullet.leidenuniv.nl>     |
*-------------------------------------------------------------------------*
 
 
(10)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
 
*-------------------------------------------------------------------------*
|                                                                         |
| Informatie over Neder-L:                                                |
| ========================                                                |
| Algemene informatie opvragen over Neder-L: stuur mail naar              |
|   listserv@nic.surfnet.nl met daarin de boodschap: GET NEDER-L INFO     |
| Abonnement nemen op Neder-L: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl    |
|   met als boodschap: SUB NEDER-L uw-voornaam/voorletters uw-achternaam  |
| Neder-L op het web/WWW: Neder-L-nummers zijn vanaf januari 1997 in      |
|   web-formaat te lezen via: http://baserv.uci.kun.nl/~salemans/         |
|   Nadere informatie over Neder-L in web-formaat: zie artikel 9706.01    |
| Oude Neder-L-bulletins opvragen: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl|
|   met daarin een boodschap als: GET NEDER-L LOG9206                     |
|   (resultaat: logboek met Neder-L-artikelen van juni '92 wordt gestuurd)|
| Gopher-toegang tot Neder-L: alle oude en nieuwe Neder-L-bulletins zijn  |
|   via Gopher in te zien op gopher.nic.surfnet.nl, in de directory       |
|   SURFnet informatie/LISTSERV archieven (nic.surfnet.nl)/NEDER-L        |
| Algemene URL, voor direct contact vanuit Internet/Gopher/WWW:           |
|   http://baserv.uci.kun.nl/~salemans/                                   |
|   of:                                                                   |
|   gopher://hearn.nic.surfnet.nl:70/11/1.%20LISTSERVs%20public           |
|   %20archives%20on%20hearn.nic.surfnet.nl/Neder-L                       |
|   (Geen spatie tussen "20public" en "%20archives" plaatsen.)            |
| Neder-L wordt ook verspreid via de Internet-newsgroup bit.lang.neder-l  |
| Bijdrage voor Neder-L opsturen: stuur mail naar neder-l@nic.surfnet.nl  |
| Contact met redactie: stuur mail naar Salemans@baserv.uci.kun.nl, naar  |
|   Willem.Kuiper@let.uva.nl, naar Piet.Verkruijsse@let.uva.nl (voor de   |
|   evenementenagenda), naar Oostendorp@rullet.leidenuniv.nl (voor        |
|   neerlandistiek op het Web), of naar P.A.Coppen@let.kun.nl             |
*-------------------------------------------------------------------------*
 
*-Einde-------------------- Neder-L, no. 9710.c --------------------------*