Neder-L, no. 9601.c

Subject: Neder-L, no. 9601.c
From: Ben Salemans
Reply-To:Elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek
Date:Thu, 25 Jan 1996 14:25:25 MET
Content-Type:text/plain
                           *********************
*-------------------------- Neder-L, no. 9601.c -----------ISSN-0929-6514-*
|      ************************************************************       |
|      * Neder-L, elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek *       |
|      ************************************************************       |
|                                                                         |
| Onderwerpen in dit bulletin:                                            |
| ============================                                            |
| (1) Col: 9601.13: Column Coppen: Linguistisch Miniatuurtje XXIX:        |
|                   "Alweer raak"                                         |
| (2) Vac: 9601.14: Vacature Ankara                                       |
| (3) Med: 9601.15: Ceneton - electronische toneelcatalogus tot 1803      |
| (4) Rea: 9601.16: Katernen in zessen (n.a.v. Rea: 9601.09)              |
| (5) Med: 9601.17: Association for Low Countries Studies in Great        |
|                   Britain and Ireland (ALCS) opgericht                  |
| (6) Col: 9601.18: Column Willem Kuiper, no. 23: "Foutje"                |
| (7) Pro: 9601.19: Dissertatie van Ammerlaan over taalverlies van        |
|                   Nederlandse emigranten in Australie                   |
| (8) Vra: 9601.20: Dutch Spelling history; informatie gevraagd over      |
|                   huidig onderzoek naar de geschiedenis van de          |
|                   Nederlandse spelling                                  |
|                                                                         |
| Informatie over Neder-L:                                                |
| ========================                                                |
| Algemene informatie opvragen over Neder-L: stuur mail naar              |
|   listserv@nic.surfnet.nl met daarin de boodschap: GET NEDER-L INFO     |
| Abonnement nemen op Neder-L: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl    |
|   met als boodschap: SUB NEDER-L                                        |
| Oude Neder-L-bulletins opvragen: stuur mail naar listserv@nic.surfnet.nl|
|   met daarin een boodschap als: GET NEDER-L LOG9206                     |
|   (resultaat: logboek met Neder-L-artikelen van juni '92 wordt gestuurd)|
| Gopher-toegang tot Neder-L: alle oude en nieuwe Neder-L-bulletins zijn  |
|   via Gopher in te zien op gopher.nic.surfnet.nl, in de directory       |
|   SURFnet informatie/LISTSERV archieven (nic.surfnet.nl)/NEDER-L        |
| WWW-toegang tot Neder-L:                                                |
|   http://www.nic.surfnet.nl/nlmenu/tijdschriften/tijdschriften.html     |
| Algemene URL, voor direct contact vanuit Internet/Gopher/WWW:           |
|   gopher://hearn.nic.surfnet.nl:70/11/1.%20LISTSERVs%20public           |
|   %20archives%20on%20hearn.nic.surfnet.nl/Neder-L                       |
|   (Geen spatie tussen "20public" en "%20archives" plaatsen.)            |
| Neder-L wordt ook verspreid via de Internet-newsgroup bit.lang.neder-l  |
| Bijdrage voor Neder-L opsturen: stuur mail naar neder-l@nic.surfnet.nl  |
|   (dit geldt ook voor Internet-gebruikers die bijdragen willen leveren) |
*--------------------------                     --------------------------*
                           *********************

(1)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Thu, 25 Jan 1996 12:40:20 +0100
From: Peter-Arno Coppen <U250005@VM.uci.kun.nl>
Subject: Col: 9601.13: Column Coppen: Linguistisch Miniatuurtje XXIX: "Alweer raak"

LINGUISTISCH MINIATUURTJE XIX: “Alweer raak”

In mijn allereerste miniatuurtje schreef ik over de constructie “je treft het dat ik thuis ben”. Het probleem bij deze zin was dat een traditionele ontleding in alle gevallen vreemde resultaten opleverde. Ten eerste is “het” niet te benoemen als een voorlopig lijdend voorwerp. Immers, in dat geval zou de bijzin “dat ik thuis ben” het lijdend voorwerp moeten zijn en het werkwoord een subcategorisatieschema moeten hebben als “iemand treft iets”. Bovendien kun je niet zeggen *”dat ik thuis ben tref je (het)”, of *”wat tref ik dat je meegenomen hebt?” Een dichtbijzijnde parafrase als “het treft (voor jou) dat ik thuis ben” leek syntactisch geen haalbare kaart. Mijn oplossing was indertijd om de constructie te analyseren als “motiverende dat-zin”, naar analogie van een constructie als “het is zeker feest, dat er overal lichtjes branden”.

Nou ben ik over het algemeen nooit te beroerd om terug te komen op een analyse, maar de bovengeschetste overwegingen lijken me nog steeds geen onzin. Onbevredigend is het eindresultaat ondertussen w’el: het woordje “het” zou nu als loos lijdend voorwerp benoemd moeten worden, en de constructie heeft geen relatie met semantisch verwante constructies als “dat treft”. Is er nou echt niets te verzinnen waar die relatie mee gelegd kan worden?

Het Nederlands kent een uitgebreid scala van zogenoemde “psych-verbs”; werkwoorden die op de een of andere manier naar gevoelens of ervaringen van personen verwijzen. Voorbeelden zijn “storen, ergeren, bevallen, verheugen, ontroeren, verbazen”. Ze komen allemaal voor in de constructie “iets V iemand”: “iets stoort iemand, iets ergert iemand, etc”. Het subject in deze constructie heeft een thema-betekenis, en het object lijkt een datief. Ook het werkwoord “treffen” heeft een betekenis waarmee het in dit rijtje past. Wanneer het “ontroeren” betekent, krijg je “iets treft iemand”. De iemand lijkt hier een doel/datief-rol te vervullen. Wanneer de doel-betekenis impliciet blijft, en de datief een zuivere belanghebbende wordt, krijg je “iets treft (doel) voor iemand”. Dat is onze betekenis.

Veel psych-verbs kennen een alternatieve constructie. Naast “iets ergert iemand” heb je “iemand ergert zich aan iets”, naast “iets verbaast iemand” “iemand verbaast zich over iets”. Niet alle psych-verbs doen dit: “bevallen, irriteren, raken, ontroeren” kennen deze constructie niet.

De twee varianten zouden syntactisch afgeleid kunnen worden van een onderliggende vorm waar de datief en het thema beide als interne argumenten (objecten) bij het werkwoord staan. Een soort ergatieve analyse dus. Zo zou je bijvoorbeeld krijgen “iemand (over) iets verbazen”. Als “over” er niet bij staat gaat “iets” naar voren om de subjectpositie in te nemen, en als “over” er wel bijstaat, moet “iemand” naar voren. De plaats van “iemand” wordt dan ingenomen door de dummy “zich”, waarvan geargumenteerd kan worden dat het geen nieuwe thematische rol vervult (dit is niet geheel oncontroversieel overigens).

Stel we doen dat met onze treffen-constructie ook zo. Dan zouden we voor de betekenis die we willen hebben (“geluk hebben”) kunnen voorstellen: “(voor) iemand iets treffen”. Stel nu, dat “voor” erbij staat. Dat gaat “iets” naar de subjectpositie en krijgen we “iets treft voor iemand”. Als “iets” een bijzin is, wordt dat “het treft voor iemand dat er iets gebeurt”. Prima. Stel nu dat “voor” er niet bij staat. In dat geval zouden we moeten krijgen “iemand treft iets”, ofwel, met pronomina “ik tref iets”. En dat gebeurt niet.

Kunnen we hier nog uit komen? Misschien wel. Allereerst zouden we kunnen proberen onze constructie als een “taalfout” te brandmerken. Vanuit de “goede” constructie “jou treft het dat ik thuis ben” zouden we dan kunnen krijgen “jij treft het dat ik thuis ben”. Heel verleidelijk, maar het kan niet goed zijn. Ten eerste zouden we verwachten dat de “goede” constructie dan nog zou voorkomen (hetgeen niet het geval is), en ten tweede lijkt de “fout” zodanig ingeburgerd dat hij in ieder geval tot de grammatica van de huidige generatie behoort. En hoe moet de constructie daar dan geanalyseerd worden?

Een andere mogelijkheid is, om te stellen dat de “treffen”-constructie geen thematische rol heeft voor het iets-object. In dat geval krijgen we nooit “iets treft voor iemand”, maar alleen “het treft voor iemand” met “het” als loos onderwerp, en “iemand treft het” met “het” als loos lijdend voorwerp. De onderliggende structuur is dan “(voor) iemand het treffen”. De bijbehorende dat-zin is dan in beide constructies te beschouwen als de bekende “motiverende dat-zin”. Met andere woorden: in de zin “het treft voor jou dat ik thuis ben” is “het” geen voorlopig, maar loos onderwerp. Net zoals in “jij treft het dat ik thuis ben” het woordje “het” ook loos is. Ten slotte is “dat” in “dat treft” dan ook te beschouwen als een versterkt maar themaloos onderwerp, te vergelijken met “dat regende en regende maar”. Je kunt vrijwel geen andere referentiele expressie voor “dat” invullen: *”je thuiskomst treft”, *”deze uitslag treft”.

Samenvattend: “treffen” is ergatief, subcategoriseert voor object en indirect object, zonder thema voor het object. Bovendien accepteert de constructie de motiverende-datzin. Had ik toch gelijk.

Peter-Arno Coppen

(2)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Fri, 19 Jan 1996 14:54:08 +0100 (MET)
From: "R. Gruettemeier" <R.Gruettemeier@let.UVA.NL>
Subject: Vac: 9601.14: Vacature Ankara

Vacature Ankara, tweede oproep

De vakgroep Nederlands zoekt per 1 februari een

wetenschappelijk medewerker (m/v)

voor het verzorgen van 16 college-uren per week, waarvan 8 uur letterkunde en 8 uur taalverwerving.
Eisen: U bent afgestudeerd in de Neerlandistiek (specialisatie Letterkunde) en hebt leservaring, bij voorkeur in de Neerlandistiek extra muros.

Verdere inlichtingen bij Dr. Ralf Gruettemeier, Instituut voor Neerlandistiek UvA, Spuistraat 134, 1012 VB Amsterdam, e-mail: R.Gruettemeier@let.uva.nl

(3)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Wed, 24 Jan 1996 13:44:48 +0100 (MET)
From: Ton Harmsen <HARMSEN@rullet.LEIDENUNIV.NL>
Subject: Med: 9601.15: Ceneton - electronische toneelcatalogus tot 1803

Ceneton – electronische toneelcatalogus tot 1803

In de Leidse electronische toneelcatalogus (die loopt tot 1803) zijn thans gegevens over bijna 7500 manuscripten en edities opgenomen. Deze stukken hebben een Ceneton-code (een letter plus vier cijfers). Er moeten zo’n tienduizend toneeluitgaven bestaan. Van veel titels is er nog pas een summiere beschrijving. Van het gebruikte programma, FileMaker, is nu ook een Windows-versie beschikbaar; daarvandaan kan men de gegevens op alle gewenste manieren opmaken en bewerken. Het maken van een catalogus van een grote collectie toneelstukken is zodoende een stuk eenvoudiger geworden.
Het bestand heet Ceneton, dat is: Census Nederlands Toneel. Het is gedeponeerd bij het Nederlands Historisch Data Archief (en daar dus te raadplegen). Een verkorte versie is op het World Wide Web te vinden va de homepage van de vakgroep Nederlands; het direkte adres is http://oasis.leidenuniv.nl/ntl/ceneton. Deze versie wordt geregeld geheel automatisch ge-updated (door middel van HyperCard).
Op het WWW vindt men zes lijsten:
auteurs
oorspronkelijke auteurs
drukkers / uitgevers
auteur + oorspronkelijke auteur + titel + plaats + drukker + jaar
signaturen
nieuwe aanwinsten.

De signaturen betreffen exemplaren in zeven grote bibliotheken: de British Library London, Bibliotheque Nationale Paris, GB Rotterdam, KB Den Haag, SB Haarlem en de UB’s van Leiden en Amsterdam. In totaal zijn er nu bijna 12.500 signaturen uit deze bibliotheken, een aantal dat zich gestadig uitbreidt. De database-versie van Ceneton bevat overigens ook signaturen uit Antwerpen, Brussel, Debrecen, Sint Petersburg, New York, Gent, Groningen, Utrecht en vele andere bibliotheken.
De lijst bevat talrijke unica, met name de handschriften. Er wordt opgave gedaan van bijzondere exemplaren die zijn voorzien van toegiften als prenten, rollenlijsten, brieven en pamfletten. Bij het verzamelen van gegevens is natuurlijk dankbaar gebruik gemaakt van een groot aantal gedrukte catalogi en bibliografieen. Deze gegevens vullen elkaar aan en spreken elkaar een enkele keer tegen. Voor een juiste interpretatie van alle gegevens zal dus nog veel onderzoek in bibliotheken nodig zijn; aanvullingen van gebruikers zijn dan ook zeer welkom. Van alle beschreven boeken noteren wij een vingerafdruk (per toneelstuk, dus niet geheel gelijk aan die van de STCN) wat vaak tot een verbetering van de identificatie heeft geleid.
Wie Ceneton op het World Wide Web raadpleegt kan via de homepage van de Vakgroep Nederlands verder surfen naar een lijst van heldinnenbrieven en de poezie van Constantijn Huygens.

Ton Harmsen

(4)-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Tue, 23 Jan 1996 08:30:19 +0100
From: J.A. Gruys <Hans.Gruys@konbib.NL>
Subject: Rea: 9601.16: Katernen in zessen (n.a.v. Rea: 9601.09)

Helaas, het is zo nog steeds niet goed. Duodecimo in zessen betekent niet een half katern in de zin van de helft van een heel katern met dubbele signering (zes bladen A, zes bladen B, enzovoort), maar een heel katern bestaande uit een half vel: ontstaan door voor het vouwen het vel in tweeen te snijden; dat kan bij duodecimo 6/6/6/6… opleveren, maar bijvoorbeeld minstens even vaak 8/4/8/4/… Quarto’s in tweeen of octavo’s in vieren zijn ook niet ongebruikelijk. Voor wie er op bedacht is, is dit alles vast wel in de gangbare handboeken te vinden. Overigens bestaan er natuurlijk ook wel degelijk echt dubbel gesigneerde katernen (eerste helft A1, A2…, tweede helft B1, B2…, of hele katern AB1, AB2 …), maar dat is over het algemeen incidenteel en een aanwijzing dat er op dat punt iets mis is gegaan of achteraf gewijzigd. Zie bv. Jan Bos over Cats’ Houwelick in de STCN-bundel Vingerafdrukken.

J.A. Gruys

(5)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Fri, 19 Jan 1996 09:41:19 +0000 (GMT)
From: "R.M.Vismans" <R.M.Vismans@dutch.hull.ac.UK>
Subject: Med: 9601.17: Association for Low Countries Studies in Great Britain and Ireland (ALCS) opgericht

Op 5 januari 1996 is in Cambridge de Association for Low Countries Studies in Great Britain and Ireland (ALCS) opgericht. Het is een vereniging voor wetenschappers die onderzoek verrichten op het gebied van de taal, literatuur, cultuur, geschiedenis en maatschappij van de Lage Landen, maar vooral van Nederland en Vlaanderen. De nieuwe vereniging wil de volgende activiteiten ondernemen: elke twee jaar een ‘nationale’ bijeenkomst, internationale conferenties (de eerstvolgende wordt gepland voor 1999), workshops (bijvoorbeeld voor onderzoeksstudenten), twee keer per jaar een nieuwsbrief. Het ligt in de bedoeling dat ALCS de uitgave van het tijdschrift ‘Dutch Crossing’ gaat overnemen en andere publicaties gaat verzorgen.

Ook collega’s van buiten Groot-Brittannie en Ierland zijn welkom als lid. Het lidmaatschap bedraagt 12,50 Pond (of 8 Pond voor studenten, gepensioneerden, werklozen e.d.; u kunt per Eurocheque betalen). Verdere informatie is verkrijgbaar van het secretariaat van ALCS:

Sandra Drop
Secretary
Department of Dutch Studies
University of Hull
Cottingham Road
UK-HULL HU6 7RX
tel. + (44) 1482 465893
fax. + (44) 1482 465898
email: S.Drop@dutch.hull.ac.uk

Roel Vismans (ALCS President)

(6)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Mon, 15 Jan 1996 16:47:05 +0100 (MET)
From: Willem Kuiper <Willem.Kuiper@let.UVA.NL>
Subject: Col: 9601.18: Column Willem Kuiper, no. 23: "Foutje"

Foutje

Aan het slot van mijn vorige column vertelde ik dat Jean III, duc de Berry et d’Auvergne (1340-1416) met zijn maitresse Zandrine de nacht doorbracht op het kasteel te Lusignan en daar de stichtster van het slot, de fee Melusine in de gedaante van een serpent aanschouwde. De functie van haar verschijning is niet de lezer ervan te overtuigen dat Melusine inderdaad bestaat. Daaraan werd door niemand getwijfeld. Nee, het heeft te maken met de aanspraken van duc Jean op de Poitou. Zijn vader, koning Jean II le Bon van Frankrijk, had hem in 1369 met dit door de Engelsen veroverd land begiftigd en nu ging het erom te ‘bewijzen’ dat Jean de rechtmatige eigenaar was.
Tot de vloek van Lusignan behoorde dat het kasteel nooit langer dan dertig jaar in dezelfde handen bleef. Bij verandering van eigenaar zou Melusine zich laten zien. Door te verschijnen kondigt Melusine aan dat er een nieuwe heer van Lusignan is: Jean, duc de Berry!

Nu is een getuigenis des te geloofwaardiger als zij wordt gegeven door iemand die daar geen belang bij heeft, of sterker nog, er nadeel van ondervindt. Het is dan ook niet aan duc Jean dat Melusine verschijnt, maar aan de scheidende heer van Lusignan, de Engelsman Servelle (Creswell). Hij is het die met zijn maitresse Zandrine (Alexandrine, geboren van Sancerre) te bed ligt, met grendels op alle deuren en een mooi vuur in de haard. En dan is daar opeens dat levensgrote serpent in het slaapvertrek, met een staart van zeven a acht voeten, blauwzilver gestreept, dat met zijn staart gaat slaan op het bed waarin zij liggen.
Als Servelle zich overgeeft, vertelt hij dit tijdens zijn debriefing aan zijn overwinnaar duc Jean, en duc Jean vertelt het op zijn beurt weer aan zijn ‘historiograaf’ Jean d’Arras. Servelle bekent nog nooit van zijn leven zo bang te zijn geweest. Zandrine echter, kijkt er niet van op. Zij weet wie het is en waarom zij zich laat zien: er moet verhuisd worden. Na enige tijd verandert het serpent in een mooie vrouw die bij het vuur gaat zitten, om een uur voordat het licht wordt weer in een serpent te veranderen.

Om onachterhaalbare redenen heb ik in eerste en tweede instantie gedacht dat Zandrine de maitresse van duc Jean was. Pas in derde instantie, bij het collationeren van de editie-Leeu <Antwerpen 1491> naar die van Homborch <Antwerpen 1510> zag ik het. Ik kan mijn fout niet meer verdoezelen, maar anders dan Lanseloet van Denemerken gelukkig wel goedmaken.

Sorry duc, maar aan de andere kant, wie weet wat je gemist hebt?!

Willem.Kuiper@Let.UvA.NL

(7)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: Fri, 19 Jan 1996 16:57:50 +0100 (MET)
From: Bets Berntsen <B.Berntsen@BURO.KUN.NL>
Subject: Pro: 9601.19: Dissertatie van Ammerlaan over taalverlies van Nederlandse emigranten in Australie

=======================================================================
Onderzoek naar taalverlies Nederlandse emigranten in Australie:

LEEFTIJD BIJ VERTREK BEPALEND VOOR MATE MOEDERTAALVERLIES

Veel Nederlandse emigranten in Australie spreken slecht Nederlands. En naarmate ze op jongere leeftijd zijn vertrokken, is er van hun moedertaal minder overgebleven. De eerste generatie emigranten gebruikt het Nederlands nauwelijks meer, en ook de tweede generatie spreekt vrijwel alleen Engels. Reden van deze taalverschuiving is dat men vindt dat het Nederlands niet gepast is in Australie, dat het een kleine taal is, en sommigen vinden zelfs dat het een lelijke taal is (bijv. de ‘g’ en de samengestelde woorden ‘ziekenhuis’). Veel Nederlandse emigranten beweren hun moedertaal verloren te hebben. “Onzin”, zeggen sommigen. Waar dat gevoel van taalverlies vandaan komt en waarom daarover onenigheid bestaat, was de centrale vraag uit het onderzoek waarop drs. Ton Ammerlaan op woensdag 24 januari promoveert aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Taalverlies is weinig onderzocht, maar er zijn veel speculaties. Ammerlaans proefschrift behelst een psycholinguistische studie naar taalverlies onder Nederlandse emigranten in Australie. Aan het experiment werkten 88 emigranten mee, waarvan de moedertaal was “ingeslapen” door jaren van niet-gebruik. Ammerlaan wilde weten of hun kennis van het Nederlandse vocabulair was verloren en/of de verwerkingsprocessen van eerste-taalkennis waren aangetast doordat deze taal niet gebruikt werd. Van 1985 tot 1991 verbleef hij in Melbourne. Daarna kreeg hij een aanstelling binnen de Promotiewerkplaats van de Katholieke Universiteit Nijmegen.

Ophaalproblemen

Vooral Nederlandse emigranten die in de jaren ’50 naar Australie vertrokken kampen met taalverlies. Onder druk van de Australische regering intergeerden de Nederlanders snel en de tweede generatie is vrijwel volledig Engelstalig opgegroeid. Het argument dat men het Nederlands was ‘verloren’ werd door de emigranten vaak als excuus gebruikt voor hun verengelst Nederlands. In experimenten kregen de emigranten onder meer plaatjes van voorwerpen te zien die ze in het Nederlands moesten benoemen. Lukte dat niet, dan kregen ze verschillende benamingen te zien, waaruit ze de goede Nederlandse naam moesten kiezen. Als het plaatje werd herkend, dan waren ophaalproblemen de reden geweest dat de naam niet kon worden gegeven. Nederlanders die af en toe hun Nederlands gebruikten, hadden veel last van vormovereenkomst tussen het Nederlands en het Engels. Nederlanders die nooit Nederlands gebruikten hadden juist profijt van vormovereenkomst. Beiden bleken vooral ophaalproblemen te hebben wanneer de lettergreep-informatie van de woorden uit het geheugen moest worden gehaald. Het Engelse woord voor het plaatje bleek dan moeilijk te onderdrukken en verstoorde de vorming van het Nederlandse woord. Dit leidde bijvoorbeeld tot ‘strooberrie’ voor aardbei, of ‘zweepertje’ voor bezem.

Daarnaast bleek dat hoe minder jaren men in Nederland had gewoond, hoe groter de kans dat de Nederlandse woorden zelfs niet meer werden herkend. Dit lijkt te duiden op verlies van deze Nederlandse woorden uit het geheugen. Er is dus wel degelijk taalverlies, maar vooral verlies als gevolg van verstoring van het Nederlandse woord door ophaalprocessen voor Engelse processen.

Eenzaamheid

Dit verlies van het Nederlands kan problematisch worden wanneer de oudere generatie steeds vaker Nederlands gaat gebruiken als men aan vroeger denkt. Niet alleen is het moeilijk om Nederlands vloeiend te spreken, maar vaak is het Engels ook nooit goed geleerd. De kinderen van emigranten gebruiken geen Nederlands en ook de kleinkinderen kunnen niet met opa of oma spreken. Dit leidt tot eenzaamheid wanneer de ouderen beseffen dat ze ook niet meer terug naar Nederland kunnen omdat ze dit land ontwent zijn. Er zijn in Australie al twaalf Nederlandse bejaardendorpen en een verzorgingshuis voor Nederlandse en Vlaamse emigranten.


Promotie: drs. A.A. Ammerlaan op het gebied van de Letteren
Promotores: prof. dr. C.L.J. de Bot, prof. dr. T.J.M. van Els
Copromotor: dr. E.D.J. Schils
Datum: woensdag 24 januari 1996 om 13.30 uur precies
Plaats: Aula/Congresgebouw KUN, Comeniuslaan 2, Nijmegen
Titel proefschrift: You get a bit wobbly…. Exploring Bilingual Lexical Retrieval in the context of first language attrition
Woonplaats: Nijmegen
Nadere info: Pers en Voorlichting, KU Nijmegen, tel. (024) 361 60 00

(8)=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=-=
Date: 24 Jan 1996 12:01:59 -0000
From: John Gledhill <reg061@coventry.ac.uk>
Newsgroups: bit.lang.neder-l
Subject: Vra: 9601.20: Dutch Spelling history; informatie gevraagd over huidig onderzoek naar de geschiedenis van de Nederlandse spelling

Hello, I am new to this Newsgroup.

Does anybody know of any interesting www sites on current research (or discussions) on (the history of) Dutch Spelling? I did a PhD on it – or at least on the consonants – back in 1973, but my knowledge of CURRENT topics is getting sketchy.

Particular interests are:

  • final -v, as in “een briev” (many 18th century users)
  • final -z, as in “een huiz” (many fewer users)
  • sg for sch, as in “een sgip” (Klaas Najer)
  • chch, as in “lachchen” (Carlebur and others)

Thanks for your interest.

For those who log these things, I got the reference to this Newsgroup from the “Times Higher”, July 14 1995.

John


From Dr John M Gledhill *

email J.Gledhill@coventry.ac.uk *

Academic Registrar, Coventry University, Priory St. Coventry CV1 5FB, UK*

phone 01203 838336, fax 01203 838089 *


-Einde-------------------- Neder-L, no. 9601.c --------------------------