Piet van Sterkenburg weet van geen ophouden

door Jan Stroop

Nu is er weer een boek van hem verschenen, nog dikker dan ’t vorige (Van woordenlijst tot woordenboek, 2011) en even mooi uitgegeven: Leienaars. Leidse achternamen en Leidenaars van naam. Totaal 687 bladzijden, met bijna op elke bladzijde wel een paar illustraties.

Als er één stad is waarvan de familienamen wel interessant moeten zijn dan is ’t Leiden. Leiden is vanouds een stad van immigranten. En als één persoon geschikt en bekwaam is om zo’n boek voor een breed publiek te schrijven dan is ’t Piet van Sterkenburg, lexicograaf bij uitstek, vergroeid met Leiden, en hij beschikt over een vlotte pen. Ik zeg ‘breed publiek’ want zijn boek is niet alleen voor Leienaars en Leidenaars interessant, iedereen vindt er wel iets van zijn gading in.

De kans groot dat je eigen naam erin voorkomt. Er worden 30.000 namen behandeld, ook de mijne, waarvan toch niet veel dragers bestaan, een kleine 500 in heel Nederland. De naam Van Leiden komt in Leiden niet voor. Dat is op zich niet vreemd: ’t is een herkomstnaam. Aan iemand die in Leiden woont, zul je niet zo gauw de naam Van Leiden geven. Maar dat de naam in heel Nederland tegenwoordig maar 110 keer voorkomt, is heel opmerkelijk bij zo’n grote stad.

Van Sterkenburg maakte voor z’n boek gebruik van twee verzamelingen van familienamen. Een van de volkstelling van 1849 en ’t Leidse bevolkingsregister uit 2008. In 1849 waren er 39.000 inwoners en 6000 namen, gemiddeld is dat 6.5 inwoners per naam. Leiden heeft op dit moment ruim 120.000 inwoners. Dat betekent gemiddeld per naam 4 inwoners, een grotere verscheidenheid dus dan in 1849. Maar dat zegt weer niet zoveel omdat Van Sterkenburg namen uit ’t Midden-Oosten, Azië, Turkije, Spanje, enzovoort buiten beschouwing gelaten heeft; hij mist daarvoor de expertise, meldt hij zelf. Waren die namen althans meegeteld dan zou de verscheidenheid aan namen ongetwijfeld veel hoger uitkomen.

Behalve aan verklaring en toelichting van de namen wordt in ’t boek ook aandacht besteed aan ‘Leidenaars van naam.’ Ze krijgen een korte levensbeschrijving met een portret. ’t Zijn personen die in Leiden geboren zijn (als Menno Bentveld, Eberhard van der Laan, prinses Laurentien, Jan Brokken, Isa en Onno Hoes, Gerben Karstens, de Zangeres Zonder Naam, enz.), die er hebben gestudeerd (als Nicolaas Beets, Boudewijn Büch, Rudolph Cleveringa, Maarten ’t Hart, enz.), die op andere wijze iets voor Leiden betekend hebben of die er wonen (als Maarten Biesheuvel, Willem Bilderdijk, Onno Blom, Elco Brinkman, Theo van Doesburg, Rudy Kousbroek, enz.). Er staan er veel meer in, voornamelijk van personen die in Leiden bekendheid genieten.

Aan ’t Namenboek, een lexicon mag ’t niet heten van de auteur, gaat een inleiding vooraf waarin Van Sterkenburg in beknopte vorm een aantal relevante taalverschijnselen en begrippen behandelt. Over ’t ontstaan van ’t systeem van familienamen bijvoorbeeld, de verschillende soorten namen, de bewoningsgeschiedenis van Leiden, in ’t bijzonder die van de immigratie en daarbinnen weer speciaal de immigranten met Franse achtergrond. Hoe de Franse namen zich hebben aangepast of juist niet. De aanpassingen zijn natuurlijk interessant omdat je er aan kunt zien hoe een naam verstaan werd: Boulanger werd dan Blangé of Blansee; Du Cellier > Dusseljee; Collier > Collee; Honvillier > Onvlee; De l’Orme > De Lorm, François > Franswa.

Een opvallend groepje vormen de oorspronkelijke herkomstnamen die als één woord geschreven worden: Vanderlinde, Vandemoortele, Vandeputte, Vanderbroucke, enz. Allemaal van Vlaamse herkomst. Ze staan hier natuurlijk onder de V. In Vlaanderen is ’t gebruikelijk om ze daar ook te zetten als ze los geschreven worden, dus: Van der Linde, Van de Putte. In Nederland rangschikken we de laatste dan naar de medeklinker van ’t zelfstandig naamwoord.

Onder de C vind je de interessantste namen, omdat daar de factor ‘immigratie’ zo duidelijk aanwezig is. Namen die beginnen met ch zijn doorgans van Engelse of Franse herkomst: Chambers, Chantrel, Cheshire, Chival. Soms verwijst de spelling naar Vlaanderen, waar namen doorgaans hun oude schrijfwijze bewaard hebben: Craen, Van der Couzyne, Craeyenbosch, Cruijssen.

De naam Van Sterkenburg komt aan bod in een ruime toelichting, alsook de ‘Leidenaar van naam’ met die naam. ’t Lemma van de naam Stroop luidt: “Stroop. Beroepsnaam van de stroper.” Ik kan me daar niet in vinden, is te kort door de bocht, maar wél in de rest van dit imposante, boeiende ‘bladerboek’.

 

Piet van Sterkenburg, Leienaars; Leidse achternamen en Leidenaars van naam. Scriptum, Schiedam, 2017.  ISBN boek : 9789463190596; € 29,90. Hardcover, 17 x 23 cm
687 pagina’s, fullcolour

Over Jan Stroop

Jan Stroop is gastonderzoeker bij de capaciteitsgroep Nederlandse taalkunde van de Universiteit van Amsterdam. Van hem verschenen bij Athenaeum: Hun hebben de taal verkwanseld en Die taal, die weet wat . Dit is zijn website.
Dit bericht is geplaatst in cultuurgeschiedenis, lexikografie. Bookmark de permalink.

3 reacties op Piet van Sterkenburg weet van geen ophouden

  1. Rob Alberts schreef:

    Maar dat zegt weer niet zoveel omdat Van Sterkenburg namen uit ’t Midden-Oosten, Azië, Turkije, Spanje, enzovoort buiten beschouwing gelaten heeft; hij mist daarvoor de expertise, meldt hij zelf.

    Jammer want dit zou op eenzelfde manier over de immigranten uit het eerste tijdvak kunnen tellen.

    Vriendelijke groet,

  2. DirkJan schreef:

    “Nu is er weer een boek van hem verschenen”. ‘Nu’ is een rekbaar begrip, want het boek verscheen al ruim een jaar geleden.

Laat een reactie achter