’t Dialectenbureau (en ik), aflevering 13

door Jan Stroop

In de zomer van 1971 verscheen er opeens een Amerikaan op ’t Dialectenbureau. Hij zou gaan assisteren bij ’t onderzoek van taalinterferentieverschijnselen op de bandopnames die Jo Daan uit Amerika had meegebracht. Verder was ie van plan zich in Amerika te verdiepen in de Nederlandse archieven van de kolonie van Nieuw-Nederland. Hij heette Charles Gehring. We konden ’t goed met elkaar vinden o.a. vanwege onze gedeelde belangstelling voor popmuziek. Hij kwam ook bij ons thuis.

Jaren later (2009) herinnert Gehring zich dat nog goed: “Het was wel een lange tijd geleden–een eenvoudiger tijd. Ik herinner me de nacht die ik bij jullie onder dak kwam.  Wij hebben de hele nacht Bob Dylan van zijn witte albums toegeluisterd. Enkele uitdrukkingen en woorden kon je niet verstaan en ik heb die voor jou kunnen ontcijferen. Ik herinner me ook dat ik je mijn hemd met bloemen erop van mijn rug gegeven heb.”

Gehring heeft een belangrijke rol gespeeld o.a. bij de totstandkoming van ’t boek Nieuw Amsterdam; eiland in het hart van de wereld (2004) van Russell Shorto. Gehring was en is directeur van ’t New Netherlands Project en hij leverde Shorto de historische teksten voor zijn boek.  Shorto begint zijn dankwoord aldus: ”Dit boek zou niet bestaan zonder het werk van Charles Gehring”.

Nauwelijks waren we bekomen van ’t bezoek van Gehring of we besloten een studiereis te gaan maken naar onze zusterinstellingen in Groningen, Münster en Nijmegen. ’t Idee was van Jo. De organisatie van de reis werd opgedragen aan Henk Heikens. Die had immers ervaring opgedaan met zijn reis met Jo naar Amerika in 1966.  Jo stond erop dat iedereen meeging, ook de twee niet-wetenschappelijke medewerkers, Ab Spaargaren en Reimer van der Schaaf.

Er was nog wel een kleine strubbeling want Jan Berns logeerde met zijn vrouw al in Groningen, wat tegen de zin van Jo was, want die vond dat we de hele tocht gezamenlijk moesten maken.

De eerste halteplaats was Groningen. We werden daar op ’t Nedersaksisch Instituut hartelijk ontvangen door de directeur, professor Heeroma.   Dialectoloog Hendrik Entjes vertelde over zijn werk. Dat ’t een geslaagd werkbezoek was, valt af te leiden uit ’t korte bericht dat Heeroma erover schreef:

“Op 20 oktober 1971 hadden wij het genoegen Dr. Jo Daan met haar staf op ons Instituut te mogen ontvangen. Zoals men weet hebben wij van onze eerste begin, in 1953, af ten nauwste samengewerkt met het ‘Bureau Volkseigen’ van de Kon. Ned. Akademie van Wetenschappen te Amsterdam, in het bijzonder met de afdelingen Dialectologie en Naamkunde, en wij voelen ons nog altijd min of meer het kleine broertje van die oudere en grotere zusterinstelling. Het zogezegde ‘werkbezoek’ van de amsterdamse dialectologen, die na Groningen ook Munster en Nijmegen zouden aandoen, was voor óns dus allereerst een familiebezoek.”

Groningen, woensdag 20 oktober 1971: Reimer van der Schaaf, Jo Daan, Jan Berns, Henk Heikens en Jan Stroop.

Van Groningen ging de reis dezelfde dag nog verder naar Münster, waar we Niederdeutsche Abteilung bezochten. Dr. Felix Wortmann gaf er een zeer diep doorwrochte uiteenzetting gaf over ’t Westfälisches Wörterbuch. Onmiddellijk daarna moest Jo, “in vliegende vaart”, terug naar Groningen, want daar werd  professor Willem Pée uit Gent gehuldigd en daar mocht ze niet bij ontbreken. Was altijd nog ruim 200 km. rijden. Of ze die avond nog teruggekomen is, weet ik niet.

Er zijn nog trouwens nog meer elementen in mijn verhaal die onduidelijk zijn. Zo is daar deze foto van onze groep, Jo (ze is weer de enige die vrolijk kijkt) met ‘haar jongens’, zoals ze ons tegenover collega’s placht te betitelen.

Doetinchem, donderdag 22 oktober 1971: Ab Spaargaren, Reimer van der Schaaf, Jan Berns, Jo Daan, Jan Stroop en Jaap de Rooij.

We staan hier voor de ingang van hotel De Graafschap in Doetinchem. Wat we in Doetinchem deden en waarom we er überhaupt gelogeerd hebben, weet niemand. We moesten immers in Nijmegen zijn en daar waren we ook op de 22e oktober, getuige dit bericht in de Mededelingen van de Nijmeegse Centrale voor Dialect- en Naamkunde nummer XI (1972):  ”Op 22 oktober ontving de NCDN de staf van het Instituut voor Dialectologie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen: mevr. dr. Jo Daan en de heren Drs. J. Berns, Drs. H. Heikens, dr. J. De Rooij, R. van der Schaaf, A. Spaargaren en Drs. J. Stroop voor een werkbezoek.”

Professor Weijnen en Dr. Jan van Bakel gaven een uiteenzetting over de voortgang van ’t werk aan ’t Woordenboek van de Brabantse Dialecten. Voor Jan Berns en mij was dat een beetje thuiskomen, want we hadden er als student-assistent nog aan meegewerkt. Voordat we de terugreis aanvaardden, heeft Jaap de Rooij ons, omdat ie op maandag 25 oktober jarig was, getrakteerd. In De Burcht natuurlijk. Toen een chic café,  tegenwoordig een Frituur.

N.B. Voor dit stukje heb ik hulp gehad van  Jan Berns en Rudi Ebeling

 

Over Jan Stroop

Jan Stroop is gastonderzoeker bij de capaciteitsgroep Nederlandse taalkunde van de Universiteit van Amsterdam. Van hem verschenen bij Athenaeum: Hun hebben de taal verkwanseld en Die taal, die weet wat . Dit is zijn website.
Dit bericht is geplaatst in geen categorie, taalkunde met de tags , . Bookmark de permalink.

3 reacties op ’t Dialectenbureau (en ik), aflevering 13

  1. Jos Joosten schreef:

    Een detail van een detail. Zou het kunnen zijn dat dat sjieke café in Nijmegen het inmiddels ook lang verdwenen “Old Dutch” was (ook de vaste hangout van wijlen prof. Asselbergs) en gelegen vlak naast de genoende frituur “De Burcht” die overigens een tijdje geleden nog uitgeroepen is tot beste friettent van Nederland?

Laat een reactie achter