Toen de pornografie nog bontkleurige hanen had

Door Marc van Oostendorp

Weten jullie nog wie Couperus is? Ik vermoed dat het antwoord ‘ja’ is voor bijna allen die dit in 2017 lezen. Maar jij daar, degene die in 2067 door de archieven van dit curieuze ‘weblog’ aan het bladeren is, weet jij het ook?

Wij hier in 2017, we waren ook maar een minderheid die steeds marginaler werd. Maar wij beschouwden het nog wel als een teken van minimale beschaving dat we niet alleen weleens van Louis Couperus gehoord hadden, maar dat we ook weleens een boek van hem hadden gelezen.

Maar er verschenen in ons uithoekje van de eeuwigheid nog wel aardige kleine studies, zoals Een eenzame verschijning, waarin Ton van Kalmthout van het Huygens Instituut op een rijtje zet hoe Louis Couperus besproken werd in schoolboeken over Nederlandse literatuur tussen 1890 en 1990.

Van Kalmthout schreef zijn studie voor de reeks Coupers Cahiers van het Louis Couperus Genootschap. Hij laat zien hoe de schrijver eigenlijk altijd gewaardeerd is als een van de belangrijkste romanschrijvers in onze taal. Wat niet wil zeggen dat iedereen even enthousiast was over de moraal van deze schrijver. “Couperus is de bontkleurige haan”, schreef de katholieke voorman H.W.E. Moller bijvoorbeeld in 1908 in het tijdschrift Opvoeding en Onderwijs, “op de mesthoop onzer pornografie”. Katholieke leerboeken schreven daarom lange tijd niet over de schrijver, maar in de tweede helft van de twintigste eeuw zouden ook katholieke leerlingen vooral jubel te lezen krijgen.

Wat veranderde, in de loop van de tijd, was vooral welke aspecten van Couperus’ werk gewaardeerd werden. Zijn poëzie werd nooit erg positief beschreven, maar verdween na verloop van tijd uit beeld. Zijn journalistieke werk werd ook steeds minder besproken, hoewel dat wel in de eerste jaren positief besproken was. In het algemeen werd Couperus volgens Van Kalmthout steeds minder gewaardeerd om zijn naturalisme als wel om het feit dat hij als een soort ziener “in De stille kracht de dekolonisatie van Nederlands-Indië had geprofeteerd.”

Ik geloof wel dat Van Kalmthout het huidige onderwijs iets te pessimistisch ziet. Hij gelooft dat de invoering van de Tweede Fase in 1998 heeft betekend dat er eigenlijk geen aandacht meer was voor serieuze literatuur. Hoewel we onmiskenbaar volgend jaar alweer twintig jaar kaalslag kunnen vieren, was het toch interessant geweest om de manier waarop Couperus wordt bespreken op bijvoorbeeld Lezen voor de lijst of Literatuurgeschiedenis besproken wordt.

Maar misschien zijn dat ook inderdaad maar de laatste oprispingen van een oude cultuur, waarin pornografie nog een bontkleurige haan had.

Ton van Kalmthout. Een eenzame verschijning. Louis Couperus in het literatuuronderwijs, 1890-1990. Meer informatie bij het Louis Couperus Genootschap.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column, recensies met de tags , , . Bookmark de permalink.