Franse gedichten uit Engeland: een aanwinst voor de neerlandistiek

Door Marc van Oostendorp

Gentilshommes anglais, door Lucas d’Heere

Het moet een fijn moment zijn geweest, toen de kunsthistorica Frederica van Dam iets meer dan vijf jaar geleden in een archief in Warwick de dichtbundel Tableau Poetique (1573) van de schilder en dichter Lucas d’Heere vond.  Samen met de filoloog en d’Heere-kenner Werner Waterschoot heeft ze nu een editie van het werk uitgebracht. “Wij presenteren inderdaad”, schrijven ze nu, “een collectie Franse verzen van een Vlaamse schilder voor Engelse aristocraten als een belangrijk element in de geschiedenis van de vroege renaissance in de Nederlandse literatuur.”

Daar hebben ze gelijk in. De editie geeft een interessant inzicht in de ontwikkeling van de eerste Nederlandse sonnettendichter.

D’Heere maakte de bundel maakte de bundel in Engeland en schreef hem inderdaad helemaal in het Frans. Dat is onder andere van belang omdat D’Heere de eerste was die een ‘nieuwe’ vorm als het sonnet naar de Lage Landen bracht. Dat had hij zelfs al voor 1573 gedaan, in zijn bundel Den hof en boomgaerd der poësien (1565), waarin dus de eerste gepubliceerde Nederlandstalige sonnetten staan. Ook later zou D’Heere nog Nederlandstalige sonnetten schrijven, namelijk bij de ontvangst van de Oranjes in Gent (1577). Volgens Van Dam waren die laatste technisch veel beter dan die in Hof en boomgaerd, en weten we nu waarom: in de tussenliggende jaren had D’Heere zich geoefend met deze Franstalige gedichten. Zoals hij ook als schilder in Engeland bloeide – dat laat Van Dam mooi zien in haar kunsthistorische inleiding.

Inderdaad schreef D’Heere ook in het Nederlands met een techniek die in het Frans klassiek is geworden: die van het tellen van lettergrepen. En inderdaad lukt dat in de Hof en boomgaerd niet altijd helemaal perfect, terwijl in Tableau poetique volmaakte gedichten staan, en ook die gedichten voor Oranje helemaal volgens de regels van de kunst geschreven staan.

Toch moeten de zaken ingewikkelder liggen. In Den hof en boomgaerd der poësien staat namelijk, zoals Waterschoot in zijn inleiding vermeldt namelijk één sonnet dat door D’Heeres echtgenote Eleonora Carboniers in het Nederlands vertaald is. Tot nu toe gingen we er vanuit dat het origineel van dit sonnet verloren is gegaan. (Ik schreef daarover in mijn reeks over de geschiedenis van het sonnet.)

Maar het duikt op in Tableau poetique! Althans, volgens Waterschoot is het een verbeterde versie van het origineel. Hier is de Franse tekst uit de editie van Van Dam en Waterschoot:

L. Regarde la dedans M. he! quest cela, dy moy
L. Ne voit tu pas que cest quelque personne nue?
M. Comment dort elle? L. non, car elle se remue
M. Tu t’abuses bon homme elle se tient tout quoy

L. Aprochons la plus pres M.non fairay. L. & pourquoy?
Car il ne faut craindre vne si belle veue.
M. Ell’ ne s’estonne pas au moins de ta venue
Mais laisse la en paix : & en retirre toy.

L. Mon Dieu que tromperie! & que lourdaus nous sommes!
C’est vne femme peinte, aiant trompe les hommes
M. Tu diz vray compagnon ie le voy maintenant

L. Mais il nest pas trompe que dune chose belle
Celuy qui a iuge pour femme naturelle
Vn personnage peint si naturellement.

En hier is de vertaling die acht jaar eerder verschenen was:

A. Au gheselleken wat is hier, daer voor u siet?
Ic sie ghinder een naecte vrauwe seer bequame
B. Maer mi dinct si en verroert haer weinich of niet
Slaept si? neens, want ic sie open d’oogskens eersame.
A. Van haer bi te commen niemant van ons en schame:
Want wie sou verschrict sijn van dat ghesichte claer
B. Maer mi dinct van onse comste (naer den betame)
En verschiett si niet, haer haudende still’ eenpaer
A. Is dat niet een goet stic, als ict werde ghewaer
Tis schilderye, tast wilt u hant gheloof gheven:
Zijn wi niet wel bedodt ende uutghestreken daer?
B. Neen, neen, wi en sijn niet bedroghen teenegaer,
Hebbende voor een levende vrauwe beseven
De beelde die soo wel is gheschildert naer d’leven.

De Franse tekst is wat levendiger doordat er wat meer afwisseling in de dialoog zit, en hij heeft een wat traditioneler rijmschema. Waterschoot vindt dat aanwijzingen dat de in de Tableau poetique verschenen tekst sterk moet zijn omgewerkt. Ik vind dat niet zo’n sterke argumentatie – het is natuurlijk ook mogelijk dat Carboniers de oorspronkelijke tekst heeft gewijzigd in ongunstige zin bij het vertalen.

Het lijkt me hoe dan ook niet vreemd om te veronderstellen dat het eenvoudiger was om sonnetten in het Nederlands te schrijven of te vertalen dan in het Frans. In die laatste tijd was het al enige taal gedaan, en de vorm had zich inmiddels technisch gevoegd naar die taal. (Het tellen van lettergrepen gebeurde in de oorspronkelijke Italiaanse sonnetten van Dante en Petrarca op een andere manier.)

Dat deze Franse sonnetten dus technisch sterker zijn dan de Nederlandstalige, laat volgens mij niet zien dat D’Heere ze allemaal in Engeland geschreven heeft. Tableau poetique zou ook een ter plekke samengestelde bundel kunnen zijn met werk dat hij al eerder had gemaakt.

Dat alles doet natuurlijk niets af aan het belang van deze editie – integendeel. Het is niet alleen interessant dat D’Heere kennelijk zo gemakkelijk zulke technisch volmaakte Franse gedichten schreef, het is minstens even interessant om te zien hoe hij kennelijk een tijd in Engeland verbleef, in een entourage waarin ook Jan van der Noot, die ándere pionier van het Nederlandse sonnet verbleef. Het zou de vroege geschiedenis van het Nederlandse sonnet weleens dichter bij die van de Engelse kunnen brengen dan ik in ieder geval tot nu toe voor mogelijk hield.

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW) en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column, recensies met de tags , , , . Bookmark de permalink.