Een leerboek dat denkt dat het geen leerboek is

Door Marc van Oostendorp

“Aangezien dit geen studieboek is”, schrijft de Britse taalkundige Ian Roberts in het nawoord van zijn boek The Wonders of Language. Or How To Make Noises and Influence People, “heb ik zo min mogelijk literatuurverwijzingen door mijn tekst gestrooid.”

Verder heeft hij het in dit boek af en toe over zijn poes. Maar dat zijn dan ook precies de enige aanwijzingen dat The Wonders of Language inderdaad geen leerboek is.

Roberts doet in zijn boek alles, alles waarvan ik zou zeggen dat je het niet doet in een boek voor een algemeen publiek. Om te beginnen is hij de hele tijd bezig met van alles uit te leggen. Het hoofdstuk over fonologie – dat ik er nu maar een beetje willekeurig uitkies – begint bijvoorbeeld aldus:

In this chapter we’ll start our investigation of the structure of language by looking at how the sounds of speech (…) are organised and exploited as part of the business of building linguistic units. The chief concept we’ll discuss here is the phoneme, our first truly abstract linguistic unit.

In this chapter

Heel veel hoofdstukken beginnen met de woorden: “in this chapter”, waarna Roberts uitlegt wat hij nu gaat doen, voordat hij het ook daadwerkelijk gaat doen. Dat is een techniek die je wel vindt in werkstukken van middelbare scholieren (‘in dit werkstuk ga ik het hebben over Noordzeekwallen’) of in leerboeken, die niet genoeg structuur kunnen hebben.

Maar nooit, nog nooit in de geschiedenis der mensheid heeft iemand voor zijn plezier een boek ter hand genomen waarvan de meeste hoofdstukken beginnen met ‘in this chapter’.

Zoals ook de manier om met al die wonderlijke begrippen om te gaan, ieder plezier meteen tegenstaat. Neem een simpel voorbeeld als het vet drukken van het woord phoneme. Dat maakt een aantal dingen duidelijk: hier komt een moeilijk woord aan! Dat je bovendien moet gaan onthouden, we zetten het niet voor niets zo vet. In dezelfde alinea komen later bovendien de termen natural classes en phonological rules, voor, ook al vet gedrukt.

Borstzakje

Iemand die een boek leest dat géén leerboek is, wil helemaal niet iets leren. Zo iemand wil van het gelezene iets opsteken. Ze wil de belangrijkste inzichten uit een vakgebied aangereikt krijgen, maar zit niet te wachten op een uitleg over hoe die informatie wordt gestructureerd, en ook niet op het leren van allerlei ‘abstract linguistic units’.

Al het nodig is, kun je natuurlijk af en toe best een vakterm gebruiken – bijvoorbeeld omdat je vaak naar het desbetreffende begrip wil gaan verwijzen en de technische term dan wel lekker kort is. Maar dat moet je dan idealiter een beetje achteloos doen, als een goochelaar die een horloge in iemands borstzakje stopt. Vetgedrukte technische termen lijken me een enorm taboe.

Nu eenmaal

En zo is het hele boek. Er is een tabel met alle fricatieven van het Engels en hun fonetische kenmerken (sh is een postalveolaire stemloze fricatief en zo). De zin Some cats are wise and some cats are not wise wordt in een logische formule vertaald.

Het zit zelfs in kleine dingen: de voorbeeldzinnen worden allemaal genummerd op de manier waarop dat in taalkundige teksten gebeurt:

(1) a. Dit is een genummerd voorbeeld.
b.  En ook dit is een mooie zin.

Het maakt allemaal dat de tekst er behoorlijk afschrikwekkend uitziet. Er worden hele stukken taalkunde uitgelegd die niet per se vreselijk interessant zijn, maar die een student nu eenmaal wel moet leren. Maar een lezer dus niet! Dat een boek voor algemene lezers alleen bestaat uit krenten, zonder pap, dat blijkt hier nergens uit.

Serieuze studie

Ian Roberts is een zeer groot taalgeleerde, een van de allerbeste die er op de wereld zijn. Het is heel sympathiek dat zo iemand probeert zijn vak ook te laten zien aan een breder publiek. The Wonders of Language laat echter vooral zien dat sommige geleerden zich niet kunnen voorstellen dat je over taalkunde zou willen lezen zonder er meteen serieuze studie van te maken.

Ian Roberts. The Wonders of Language. Or How To Make Noises and Influence People. Cambridge: Cambridge University Press, 2017. Bestelinformatie bij de uitgever.

 

Over Marc van Oostendorp

Marc van Oostendorp is onderzoeker aan het Meertens Instituut (KNAW). hoogleraar aan de Radboud Universiteit en hoofdredacteur van Neerlandistiek. Hij heeft een website, een YouTube-kanaal en een Twitter-account.
Dit bericht is geplaatst in column, recensies met de tags , , . Bookmark de permalink.