Tag: zinsstructuur

Ze vonden haar een eindje verderop liggen

Door Henk Wolf

Ze zag [de dode begraven worden].
We horen [de doofstomme beul haar neus breken],
Iedereen hoorde [het hard waaien].
Ik vind [het hier stinken].
Hij voelde [een vuist vlak langs zijn oor suizen].

De bovenstaande zinnen laten zien dat de werkwoorden zien, horen, vinden en voelen als lijdend voorwerp een beknopte bijzin kunnen nemen. Dat zijn de stukjes tussen vierkante haken. Wie iets van de klassieke talen weet, herkent in deze zinnen de infinitivus cum accusativo (of accusativus cum infinitivo).

Je kunt die beknopte bijzinnen steeds met minimaal betekenisverschil vervangen door een gewone bijzin. Dan krijg je: Lees verder >>

8ste Dag van de Nederlandse Zinsbouw


Datum: vrijdag 28 november 2014
Locatie: Universiteit Utrecht, Drift 21, zaal 0.05 (Sweelinckzaal)
De Dag van de Nederlandse Zinsbouw is een jaarlijkse workshop waar taalkundigen vanuit verschillende achtergronden, disciplines en theorieën in debat gaan over prominente thema’s die betrekking hebben op de zinsbouw van het Nederlands. In deze achtste editie (DNZ 8) komen drie thema’s aan bod die steeds vanuit verschillende theoretische kaders bekeken worden om zo een indruk te krijgen van de overeenkomsten en verschillen.
Thema’s
Ingebedde V1-zinnen
Barend Beekhuizen (Universiteit Utrecht):
V1-bijzinnen: verbonden in vorm, verdeeld in functie
Saskia Daalder (Vrije Universiteit Amsterdam):
De interpretatie van V1-conditionals:  beschrijving in het kader van de relevantietheorie

Adverbiale bepalingen
Norbert Corver (Universiteit Utrecht):
Over de geleedheid van adverbiale expressies
Lotte Hogeweg (Radboud Universiteit):
De pragmatiek van adverbiale bepalingen
Lange-afstandsafhankelijkheden
Eefje Boef (Universiteit Utrecht) & Tanja Temmermans (KU Leuven, campus Brussel):
Lange-afstandsafhankelijkheden in Generatieve Grammatica
Remi van Trijp (Sony CSL Parijs):
Tijd om de syntactische boom om te hakken: Lange-afstands-afhankelijkheden zonder transformaties of filler-gaps
Deelname aan de dag is gratis

Ofzo: het landingsgestel van de Nederlandse zin

Door Jan Stroop
of               zo

In mijn boek Hun hebben de taal verkwanseld staat een hoofdstuk ‘Wauwelwoorden’. Dat gaat onder andere over zeg maar en ofzo. Ik noemde ze daar stopwoorden, omdat ze geen betekenis hebben en dus overbodig zijn. Betekenis hadden ze aanvankelijk natuurlijk wel en soms nog, in deze zin bijvoorbeeld): ik vermoed dat wij ongeveer op een negende plaats van veertien ploegen staan of zo. Of zo kan hier betekenen: ‘ongeveer op de negende plaats’. De zin is uit het Corpus Gesproken Nederlands, zoals alle zinnen in dit stukje.

Ook zeg maar in bijvoorbeeld: d’r moet gewoon hele nieuwe sfeer gecreëerd worden zeg maar, heeft betekenis. Spreker vindt dat ’t woord ‘sfeer’ niet helemaal uitdrukt wat hij wil zeggen. Het ofzodat in deze zinnen gebruikt wordt, kunnen we herleiden tot of zoiets (of zoiets). Van die betekenis is bij het tegenwoordige ofzo niet veel  meer over, maar waarom wordt het dan toch zo vaak gebruikt?

Dat jij mij best mag haten

De magistrale zinsbouw van Maarten van Roozendaal


Door Marc van Oostendorp

Van alle zangers die nu in het Nederlands zingen, is Maarten van Roozendaal zonder twijfel de meester van de zinsbouw. In bijna al zijn liedjes gebeurt er iets bijzonders: zinnen strekken zich bijvoorbeeld over heel veel regels uit (Zwerver) of een tekst bestaat alleen uit imperatieven (Red mij niet). Maar het mooist vind ik Alsof, in de clip hierboven. (De tekst staat hier.)

In deze liedtekst past Van Roozendaal een simpele, maar heel effectieve truc toe. Hij laat iemand aan het woord die alleen bijzinnen zegt en geen enkele hoofdzin:

Lees verder >>

Morgen ik ga rijden naar mijn werk als het sneeuwt niet

Onlangs zond Canvas de tweede reeks uit van het knappe taalprogramma Man over Woord. In een van de afleveringen legden enkele anderstaligen die Nederlands geleerd hadden uit wat zij zo moeilijk vonden aan onze taal. Ik heb mijn huidige cursiste Nederlands (een hoogopgeleide beginner) dit filmpje getoond en ze kan zich er volledig in vinden, zeker in de opmerking over die zinsstructuur. Ondanks haar ruime talenachtergrond (ze is viertalig Italiaans-Grieks-Frans-Engels, dat zijn drie verschillende taalfamilies), worstelt ze er enorm mee. Vooral de bijzinsvolgorde is compleet onnatuurlijk voor haar. Net zoals voor alle andere Engels- en Franstaligen. En dat is van belang, want uiteindelijk beheersen veel, zo niet de meeste anderstaligen die hier in Nederland of Vlaanderen Nederlands leren minstens een van die twee talen. Waar gaat het eigenlijk over?
Lees verder >>