Tag: zelfstandig naamwoorden

Die vragenlijst met van die onzinwoorden

Door Marijke De Belder

Twee weken geleden vulde u misschien een vragenlijst met onzinwoorden in op Taalpost. In deze tekst krijgt u daarbij een kijkje achter de schermen. Wat heb ik getest en waarom, hoe is het verlopen en wat zijn de resultaten? U vindt het hieronder. 

In 1989 observeerde Mieke Trommelen dat de stam van een ongeleed Nederlands werkwoord uit slechts één lettergreep kan bestaan. Samen met de infinitiefuitgang -en maakt dat dus twee lettergrepen, zoals in werken, kussen, fietsen en botsen. De enige uitzondering zijn werkwoorden waarvan een tweede lettergreep –er of –el is, zoals in fluisteren of stamelen

Werkwoorden die we (soms via het Duits of het Engels) uit de Romaanse talen hebben geleend zoals produceren en creëren vallen niet onder haar stelling. Tenslotte zijn die wél geleed. Dat wil zeggen, ze bestaan altijd uit minstens twee woorddelen, zoals produc- en -eer in produceer

Lees verder >>

Transgender is helemaal geen bijvoeglijk naamwoord

Door Henk Wolf

Via een linkje in Taalpost van het Genootschap Onze Taal belandde ik laatst bij een artikeltje met de titel ‘Transvrouwen bestaan niet, trans vrouwen wel‘. Het ging over de spelling van ‘transvrouwen’, met of zonder spatie. De schrijfster van het artikel, Olave Nduwanje, gebruikt wel een spatie. Ze pleit daarbij niet voor spellingrebellie, maar motiveert haar keuze met een taalkundige analyse. Ze schrijft: ‘Transgender (oftewel trans) is namelijk […] een bijvoeglijk naamwoord’.

Als dat waar zou zijn, dan had ze natuurlijk gelijk: dan was in de officiële Nederlandse spelling de correcte schrijfwijze ‘trans vrouwen’ geweest, zoals we ook ‘dikke vrouwen’ en ‘slimme vrouwen’ met een spatie erin schrijven.

Alleen deugt de analyse niet. Transgender en trans zijn geen bijvoeglijke naamwoorden. Dat kun je vrij makkelijk laten zien. Lees verder >>

Zelfstandig naamwoorden vertragen

Door Marc van Oostendorp

Slecht nieuws voor de liefhebber van het zelfstandig naamwoord: werkwoorden zijn gemakkelijker uit te spreken. Dat blijkt uit een nieuw artikel in het tijdschrift PNAS door de Amsterdamse onderzoeker Frank Seifart en een groep  collega’s.

Seifart deed iets wat op het eerste gezicht heel eenvoudig was: hij analyseerde geluidsopnamen van sprekers van zes heel verschillende talen: niet alleen Nederlands en Engels, maar ook twee indianentalen uit Latijns Amerika (Bora en Baure), en twee uit Noord-Amerika (Hoocąk), een Eskimotaal (Even) en een taal uit de Himalaya (Chintang). Lees verder >>

Woordsoorten zijn raadsels

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-4Er zijn onderwerpen in de taalkunde waarover we na duizenden jaren theoretiseren nog steeds weinig weten. Woordsoorten zijn zo’n onderwerp.

Het is in het Nederlands duidelijk zinnig om bijvoorbeeld werkwoorden (lopenslapen) te onderscheiden van zelfstandig naamwoorden (wandeling, bed). De eerste twee hebben bijvoorbeeld een verledentijdsvorm (liepen, sliepen) en de tweede twee niet; maar die kunnen dan weer met een lidwoord gecombineerd worden (de, het) wat bij de eerste twee niet mogelijk is. Alleen al die observatie maakt het nuttig om het onderscheid te maken.

Het onderscheid is al heel oud, en komt oorspronkelijk uit de studie van het Latijn en het Grieks; het werkt in ieder geval voor de moderne Europese talen nog steeds heel goed. Maar als we voorbij deze simpele constateringen willen komen, houdt onze kennis al snel op. Lees verder >>