Tag: woordgeslacht

Kennis van woordgeslacht: balancerend tussen taalnorm en taalgevoel

Door Kristel Doreleijers

Vrijdag 25 oktober 2019 stond ik met mijn interactieve onderzoekslab ‘Changing gender’ op het DRONGO talenfestival aan de Radboud Universiteit. In mijn lab konden bezoekers meedoen aan een digitale test over woordgeslacht. Het onderzoekslab en de test zijn onderdeel van mijn promotieonderzoek naar variatie en verandering in geslachtsmarkering in het Nederlands en Nederlandse (Brabantse) dialecten, dat wordt gesubsidieerd door het NWO-programma Promoties in de Geesteswetenschappen 2019.

Lees verder >>

Het reflex

Door Henk Wolf

Er zijn Nederlandstaligen voor wie reflex een onzijdig woord is. Laatst sprak ik met iemand die dingen zei als ‘het reflex’ en ‘een sterk reflex’. Ik vroeg of reflex voor haar een de-woord of een het-woord was en ze antwoordde zonder aarzelen: ‘een het-woord’.

Op internet zijn ook voorkomens te vinden van ‘het reflex’. Het zijn er geen duizenden, maar wel te veel om alleen typfouten te zijn. Hieronder staan een paar voorbeelden:

  • Het reflex zorgt voor de productie van endorfines, een neurotransmitter dat pijnstillend werkt en een fijn en verzadigd gevoel geeft.
  • Dat heeft te maken met het reflex dat ontstaat als je zenuwen geprikkeld worden. 
  • Het reflex wordt getriggerd door het kijken naar de hand waardoor een onbewuste knijpbeweging ontstaat.
  • Je kan je voorstellen dat het lastig is naar links te kijken en tegelijk je armen en benen mee te bewegen volgens het reflex (die ga je dan strekken).
  • Het reflex van de musculus stapedius zou normaal gesproken pas in werking treden als er een geluid harder dan 100 decibel wordt …
  • toeschietreflex zelfst.naamw. [biologie] het reflex van het naar buiten laten spuiten van moedermelk uit de melkklieren Bron: Wikiwoordenboek – toeschietreflex.
  • Hierna verdwijnt het reflex langzaam.
Lees verder >>

De hetterigheid van outfitten

Door Suzanne Aalberse

Marc schreef gisterenochtend dat dat typo’s een genrekenmerk van blogs zijn. Die constatering stemt me blij. Een blog moet eruit zien of hij erin een paar minuten uitgeknald is. Een bijna dagboek.  Toevallig hoorde ik eergisteren iets wat ik meteen zou opschrijven als ik nog steeds een dagboek bijhield en ik ben enorm goed in typo’s. Mijn promotor dacht dat ik misschien dyslectisch was. Dat is niet zo. Ik lees heel snel en type heel snel en ben gewoon slordig. Als ik lees zie ik geen losse letters en dus vallen typo’s vaak ook niet op. Maar goed. Het dagboekmoment: eergisteren hoorde ik een puber voor de spiegel zeggen: ‘dit outfit is helemaal mijn stijl’. Ik vroeg haar het nog een keer te herhalen. En toen vroeg ik haar een bijvoegelijk naamwoord erbij te zetten. Voor haar is het ‘leuk outfit’ en ook ‘het outfit’. Je kunt wel ‘deze outfits’ zeggen hoor, zei ze lief. Maar niet in het enkelvoud ‘deze outfit’. Dat klinkt een beetje buitenlands. 

Lees verder >>

Het raad?

Door Henk Wolf

  • Zeker, en we weten daar nog altijd geen goed raad mee.

Bovenstaande zin stond op 1 juli in de Volkskrant. Hij is opgetekend uit de mond van historicus Gert Oostindië, die geïnterviewd werd door Sander van Walsum. Het is een aparte zin, althans het stukje geen goed raad is onverwacht.

Waarom? Wel, raad is allereerst geen het-woord, maar een de-woord. En tussen geen en een de-woord krijgen bijvoeglijke naamwoorden de uitgang -e. Kijk maar:

  • geen goed huis (‘het huis’)
  • geen goede schuur (‘de schuur’)

Natuurlijk kan ‘geen goed raad’ een typfoutje zijn, dus ik heb even gegoogeld om te kijken of het vaker is gebruikt. Dat bleek zo te zijn. De woordreeks ‘geen goed raad’ komt honderden keren op internet voor. Er lijkt dus iets aan de hand te zijn.

Lees verder >>

Un(nen) oma?

Door Marc van Oostendorp

Kristel Doreleijers studeerde Nederlands in Utrecht en werkt tegenwoordig op het Meertens Instituut. In september gaat ze in Tilburg werken aan een proefschrift onder begeleiding van professor Jos Swanenberg. Dat proefschrift zal gaan over de manier waarop jongere sprekers van het Brabants omgaan met het verschil tussen mannelijke, vrouwelijke en onzijdige woorden. Wat vertelt ons dat over taal?

(Bekijk deze video op YouTube)

Seksistisch over woordgeslacht in 1919?

Taalkunde van 1919

In een onregelmatig verschijnende reeks zal ik af en toe taalkundige publicaties van 100 jaar geleden bespreken.

Door Marc van Oostendorp

Er wordt niet veel meer verwezen naar het fascinerende artikel ‘Woordgeslacht als eenheidsgraad’ over woordgeslacht dat Ph.J. Simons 100 jaar geleden publiceerde in De Nieuwe Taalgids. De ANS noemt het wel als een bron, maar in haar gezaghebbende studie naar woordgeslacht uit 2009 verwijst Jenny Audring er bijvoorbeeld niet naar. Toch lijkt het mij een must voor iedere taalliefhebber.

Simons die, blijkens zijn lijst publicaties op de DBNL, veel over woordgeslacht nadacht, observeert dat het voornaamwoord ze zowel voor een groep kan verwijzen (‘ze komen eraan’) als naar een vrouw (‘ze staat daar’). Is dat toeval? Volgens Simons niet. Hij denkt dat het geslacht de drie voornaamwoorden hij, zij en het in het Nederlands gekarakteriseerd worden door ‘eenheidsgraad’.

Mannelijke woorden zijn van de hoogste eenheidsgraad. Wanneer je naar iets wilt verwijzen dat je een duidelijk afgebakend geheel is kun je in de spreektaal van 1919 volgens Simons dan ook met ie verwijzen, ook al is het woord waarnaar je verwijst ‘officieel’ onzijdig:

Lees verder >>

De geit heeft last van z’n/d’r uier: horen dieren bij de mensen of bij de dingen?

Door Henk Wolf

Ik vermoed dat vrijwel alle Nederlandstaligen naar Mark Rutte verwijzen met de voornaamwoorden hij, ie, hem, ‘m, zijn, z’n. En ik vermoed ook dat zo goed als al die Nederlandstaligen naar Angela Merkel verwijzen met de voornaamwoorden zij, ze, haar, ‘r, haar, d’r.

Voor mannelijke referenten gebruiken we dus andere voornaamwoorden dan voor vrouwelijke. Dat is in elk geval waar bij mensen. Maar ik geloof niet dat er veel Nederlandstaligen zijn die dat onderscheid toepassen op planten: is een mannelijke wilg hij en een vrouwelijke wilg zij? Waarschijnlijk niet. Naar planten wordt in het zuiden van het taalgebied meestal verwezen met hun grammaticale (woord)geslacht en in het noorden met hij. Wat dat betreft worden planten net zo behandeld als dingen.

Bezieldheidsschaal

Maar dan de dieren. Dat is een groep die op de zogenaamde bezieldheidsschaal tussen de mensen en de planten in zit. Die bezieldheidsschaal is een indeling van alles om ons heen op basis van hoezeer het op mensen lijkt. Die mensen staan bovenaan, dan komen dieren die op mensen lijken, dan dieren die minder op mensen lijken, dan planten, dan dode dingen, dan abstracte woorden zoals duisternis. Dat is grofweg, trouwens. Je ziet die bezieldheidsschaal in veel talen terug. In het Nederlands ook. Wat voornaamwoorden betreft sluiten de dieren zich namelijk bij sommige sprekers aan bij de mensen en bij andere sprekers bij de planten en de dingen. Lees verder >>

Het meisje die jarig is en mijn broer, dat een vrolijke prater is

Door Henk Wolf

Het meisje is grammaticaal onzijdig en biologisch vrouwelijk. Die twee soorten geslachten vechten steeds om voorrang in de grammatica. Bij de persoonlijke voornaamwoorden wint het vrouwelijke. Van de volgende zinnen is de bovenste verreweg het gewoonst:

  • Het meisje zei dat ze jarig was.
  • Het meisje zei dat het jarig was.

Bij de betrekkelijke voornaamwoorden wint doorgaans weer het grammaticaal onzijdige. De bovenste van de volgende zinnen is gewoner dan de onderste:

  • Het meisje dat jarig was, noemde haar naam.
  • Het meisje die jarig was, noemde haar naam.

Lees verder >>

Het as

Door Henk Wolf

Een paar dagen geleden bekeek ik op nu.nl een video over cremeren. In die video had de voice-over het een paar keer over ‘het as’. Dat vond ik opvallend, want voor mij is as uitsluitend een de-woord.

Ik heb eerst op de online-woordenboeken WNT en Van Dale nagekeken of die as als het-woord kennen. Dat bleek niet zo te zijn. Toen heb ik op meldpunttaal.nl een melding van de vondst gemaakt. Dat kan ik iedereen die iets aparts hoort of leest, aanraden, want daar onstaat een mooi databankje van opvallende vernieuwingen in het Nederlands. Hulde aan de bedenkers! Lees verder >>

‘Het zout’ en ‘de zout’

Door Henk Wolf

Onzijdige zelfstandige naamwoorden zijn woorden die als regel het bepaalde lidwoord het krijgen, niet de. De meeste Nederlandse woorden zijn heel duidelijk wel of niet onzijdig. Het is bijvoorbeeld altijd ‘het huis’ en nooit ‘de huis’. En het is ook altijd (niet-onzijdig) ‘de aap’ en nooit ‘het aap’.

Nou is het gekke dat een klein groepje onzijdige woorden tegen de verwachting in soms toch ‘de’ krijgt. Het bekendste voorbeeld van zo’n woord is zout. In “de strooiwagen strooide het zout over de weg” is dat nog een gewoon onzijdig woord, maar in “wil je me de zout even aangeven?” duikt opeens het onverwachte lidwoord de op. Lees verder >>

‘Het’ of ‘de’ skateboard?

Door Marc van Oostendorp

Het Nederlands heeft twee soorten zelfstandig naamwoorden, de-woorden en het-woorden. Ja, geniet er nog maar even van, want over tweehonderd jaar of zo, is het niet meer zo. Maar tot die tijd moeten we nog wel ieder nieuw zelfstandig naamwoord in een van de twee hokjes stoppen. Leenwoorden, bijvoorbeeld, moeten de of het krijgen. Hoe doen we dat?

We maken er een rommeltje van, blijkt uit een nieuw artikel van drie Leuvense taalkundigen in het (of de?) Journal of Germanic Linguistics. Zij lieten proefpersonen een aantal Engelse leenwoorden classificeren. Is het de of het jackDe of het aquaplaning?

Lees verder >>

Suffixsonnet: –ster

Door Marc van Oostendorp

’t Is kerst. Hier is hij weer, uw brave suffixzanger
die ieder jaar, begeleid door fraaie harpakkoorden,
suffixsonnetten zingt over de vorm van woorden.
Vandaag: in taal zijn vrouwelijke woorden langer.
Zie hier een man. Echt wat je noemt een wandelaar.,
maar zijn vriendin beslaat maar liefst vier letters meer:
een wandelaarster – lange dame, korte heer,
zoals de hinkelaarster en de hinkelaar.
Toch voeg je niet steeds alle vier de letters toe:
geen schakerster noem je een vrouwelijke schaker,
maar schaakster. Twee schwa’s na elkaar willen we vaker
vermijden in de woordvorming, zo voeg ik toe.
Het is precies de reden dat we met mekaar
niet van knikkerer spreken, maar van knikkeraar.

Dit sonnet is geïnspireerd door een artikel van Jan Don.

De wijn dat rood is in de middeleeuwen

Door Marc van Oostendorp

Als ik jullie vraag wat jullie vinden van de zin ‘Kook de wijn en giet het in de pan’, dan denken jullie waarschijnlijk: ‘Ah, ik ben hier op Neerlandistiek, het blog waarop wetenschappers dag in dag uit aan de wereld vertellen dat alles wel zo’n beetje goed is’. En vervolgens zeggen jullie in koor: “Wat een interessante taalverandering!”

En daarmee hebben jullie het bij het verkeerde eind.

Dat blijkt uit het proefschrift Semantic versus lexical gender dat Margot Kraaikamp onlangs verdedigde aan de Universiteit van Amsterdam. In dat proefschrift beschrijft Kraaikamp het Nederlandse woordgeslacht vanuit een aantal verschillende invalshoeken. Zoals de titel al aangeeft gaat het daarbij om de spanning die er bestaat tussen twee vormen van geslacht: een volgens de betekenis (semantisch) of een volgens de toevallige keuze van het lidwoord (lexicaal). Lees verder >>

Het de slachtoffers’ huis

Door Marc van Oostendorp

Attachment-1 (4)Om de een of andere reden werd ik de afgelopen week ineens overstroomd met vragen over de bezitsrelatie. Had ik bijvoorbeeld weleens gehoord van de constructie hem broer (voor zijn broer)? En waarom klinkt ‘de slachtoffers woning wordt onderzocht’ gek, maar ‘het slachtoffers huis’ veel beter?

Enige navraag onder collega’s leerde dat er nog helemaal niet zoveel onderzoek is naar de manier waarop het Nederlands met die bezitsrelaties omgaat. De constructie hem broer is in ieder geval een logische. Hij maakt het systeem van de Nederlandse voornaamwoorden wat systematischer. Voor alle andere personen geldt immers ook dat het bezittelijk voornaamwoord gelijk is aan de niet-onderwerpsvorm van het persoonlijk voornaamwoord:

Anja ziet me. Dat is me boek.
Anja ziet je. Dat is je boek.
Anja ziet u. Dat is u boek.
Anja ziet hem. Dat is zijn boek.
Anja ziet haar. Dat is haar boek.
Anja ziet ons. Dat is ons boek.
Anja ziet jullie. Dat is jullie boek.
Anja ziet hun. Dat is hun boek.

Lees verder >>

Sociaal persoon die…


De Weg-met-dat-woord!-verkiezing van het INL is eigenlijk niks voor mij. Ik erger me aan geen één woord. Wat is er mis met het genomineerde ‘chillen’? Is het woord ‘mensenmens’ echt overbodig omdat iedereen het is? En hoe kun je het woordpaar ‘zeg maar’ nou bannen? Als er íets vaak wordt gezegd. Nee, woorden en uitdrukkingen die mensen zat zijn, horen niet zwart gemaakt te worden. Foutieve woorden en constructies daarentegen…

De nummer één

door Jan Stroop

Kortgeleden zag ik op de website Taalmeldpunt.nl de volgende melding: “Flexa, het nummer één verfmerk voor doe-het-zelvers.” De melder vond kennelijk dat het nummer één een vreemde formulering is en inderdaad je leest en hoort in dit soort combinaties steeds de nummer één met ’t lidwoord de.  Paar voorbeelden uit Google:  De nummer één uien leverancier van Europa. Waarom is Engels de nummer één wereldtaal?  
Meestal gaat ’t bij de nummer één om sportverslaggeving, zoals hier:
Novak Djokovic is weer de nummer één op de wereldranglijst.
In mijn ogen is Barça nog altijd de nummer één van Europa.
De Oranje Dames zijn nog steeds de nummer één van de wereld.
Agassi de nummer een, maar Becker is er ook nog.
om zodoende de nummer één spits te worden in Amsterdam.

Geef wetenschappelijke onderzoeken vrouwennamen

Door Marc van Oostendorp


Het is een patroon: een paar dagen lang razen de opvallende resultaten van onderzoek door de media. Na die paar dagen blijkt dat onderzoek nogal dubieus, gaat de storm liggen, en wordt er her en der gerectificeerd en de naam van Diederik Stapel genoemd.

Slachtoffers vallen er gelukkig niet bij zulke stormen, al zou dat misschien veranderen wanneer we ze een naam zouden geven.

Vorige week was het de beurt aan een artikel in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS waarin werd beweerd dat orkanen met vrouwelijke namen (Eloise) gemiddeld meer slachtoffers maken dan orkanen met mannelijke namen (Charlie). De reden: mensen leggen bij de laatste meer onbewuste associaties met verwoestendheid en kracht en nemen daardoor meer maatregelen.
Lees verder >>

Dat of die

Door Leonie Cornips

Elke week ontvang ik wel een of meerdere keren een Veldgewas in mijn e-mailbox. Veldgewas, onder redactie van Wim Kuipers en Har Sniekers, heeft als doel de poëzie in het Limburgs te bevorderen. In Veldgewas W090 schrijft Wim Kuipers iets heel interessants over het woordje dat. Hij noteert de volgende zin uit het L1 nieuwsbericht: “A67 dicht na ongeval bij Geldrop, Alderkienjer: De ANWB verwacht dat het weggedeelte voorlopig nog dicht blijft. Er ligt olie op het wegdek en dat moet eerst verwijderd worden.” Wim schrijft het volgende commentaar: “Ik liet die zin lezen: niemand vond het erg dat daar staat dat het wegdek verwijderd moest worden. Kan toch niet! Dat snap je wel!”

Wim signaleert hier variatie en wellicht wel veranderingen in het Nederlands.
Lees verder >>

Het buurtje rondom de zon

Van links naar rechts Venus, Mars en Amor. 

“Hoe ziet een levend, bruisend Mars eruit?”, las ik gisteren in Scientias Magazine, en ik struikelde erover. Een slippertje van de eindredacteur, leek me. “Wat is in vredesnaam ‘het Mars’?”, twitterde ik. “Intrigerend: hoe ontstaat zo’n fout? Waarom zegt iemand dat?”

Die vraag maakte een stroom van verrassende reacties los. Meerdere mensen die ik ken als deskundig en/of taalgevoelig antwoordden dat ook zij Mars als onzijdig beschouwden. Zelfs @onzetaal neigde daartoe, al beaamde de anonieme penvoerder dat de planeten volgens hun naslagwerken inderdaad de-woorden waren.