Tag: woordgebruik

Te gast zijn over

Door Marc van Oostendorp



Het gebeurde gisterenavond bij DWDD: minister Dijsselbloem was er te gast over Griekenland. Maar eerder deze week was Joris Luyendijk al te gast bij VPRO Boeken over zijn nieuwe boek, terwijl Jinek meldde:

Waar komt dit vandaan? Iemand vroeg me er deze week naar, en ik krabde me eens achter de oren. Wanneer is het begonnen? Waren mensen ook tien jaar geleden ergens te gast over?

De oudste verwijzingen die ik op het internet heb kunnen vinden stammen uit de eerste jaren van deze eeuw, allemaal van het programma Knetterende Letteren. In concreto was Gerrit Komrij daar op 31 januari 2002 te gast over de door hem opgerichte Poëzieclub.

Lees verder >>

Kijk hier de uitzending

Door Marc van Oostendorp


De webredactie van NRC Handelsblad is om. Lange tijd kondigde ze tv-fragmenten aan met de frase Kijk hier het interview van Sven Kockelman met Marianne Thieme. Maar sinds kort doen ze dat niet meer, en gebruiken ze een voorvoegsel: Bekijk hier…

Er zullen wel mensen hebben geklaagd, en ik moet toegeven dat ik zelf bij die andere formulering ergens een klein tikje voelde. Want kijken is natuurlijk meestal onovergankelijk en kan geen lijdend voorwerp hebben: Ik ga kijken! Kijk je even mee? Moet je hem zien kijken. Het voorvoegsel be- wordt wel meer gebruikt om een onovergankelijk werkwoord overgankelijk te maken: ik slaap, ik beslaap de vloer, ik wandel, ik bewandel de weg.

Alhoewel.
Lees verder >>

De menschheid zal er spijt van hebben, ’n boek is álles!

Over boekenjoden

Door Marc van Oostendorp


‘Boekenwurm werd boekenjood’, kopte de Nieuwe Leidsche Courant in 1950 boven een artikel waarin een journalist een dag was meegelopen met een marktkoopman. Meteen schreef een lezer een boze brief, maar volgens de krant was er sprake van een ‘bekende uitdrukking’ die zeker niet beledigend was: “Bovendien bleek uit het artikel zonneklaar, dat de schrijver deze nijvere kooplieden als zijn beste vrienden beschouwt en dat ’t hem een groot genoegen was ook eens een dag hun aantrekkelijk beroep te mogen uitoefenen.”

Toch raakte het woord sinds die tijd snel in onbruik en inmiddels is het vrijwel vergeten. In zijn boekje De handel en wandel van de boekenjood, dat vandaag gepresenteerd wordt op de Boekenmarkt op de Dam, trekt de journalist en historicus Ewoud Sanders de geschiedenis na van de (Nederlandse) boekenjood: zowel van het woord, als van de mensensoort.

Het precieze woord boekenjood werd vooral gebruikt sinds het begin van de negentiende eeuw – Sanders’ eerste vindplaats is van 1841. Daarvoor was boekensmous gebruikelijker – smous was een scheldwoord voor Joden, en trouwens bij uitbreiding ook voor niet-Joodse rondreizende handelaren.
Lees verder >>

Bindend advies

Door Marc van Oostendorp

Het intrigerendst zijn de misplaatste taalergernissen, de boosheid die geen duidelijke grond heeft, de mensen die op Meldpunt taal zaken schrijven als:

Als je aan een universiteit studeert moet je in het eerste studiejaar 45 van de te behalen 60 studiepunten halen. Aan het eind van het jaar volgt een weging. Voldoe je niet aan de eisen, dan mag je niet verder studeren. (…) Waar het om gaat is de naam van dit fenomeen: Bindend Studieadvies. Heeft u ooit zo iets geks gehoord? Hoofdkenmerk van elk advies is toch juist dat het vrijblijvend is: je kunt in een advies meegaan of het in de wind slaan. Maar hier niet, dus hebben ze het malle ‘bindend’ eraan toegevoegd, aldus een heel lelijke, eufemistische contradictio in terminis creërend. En dat allemaal op academisch niveau! Het zou natuurlijk gewoon ‘Studie-eis’ moeten heten, want dat is wat het is. Maar kennelijk mogen eisen niet gesteld en is verbloemend praten de norm. (09-05-2014; 11:08)

De crux zit in het ‘hoofdkenmerk’ dat ‘elk advies’ volgens deze melder heeft: vrijblijvendheid. Hoe komt die melder daarbij?
Lees verder >>

Waarom zeggen we noordoost en niet oostnoord?

Door Marc van Dorpenoost

Waarom zeggen we noordwest en niet westnoord, zuidoost en niet oostzuid? vroeg iemand me gisteren. In het algemeen gesteld: waarom zeggen we in dit soort precieze richtingsaanduidingen eerst zuid of noord, en dan oost of west?

Op internet wordt deze prangende kwestie als ik het goed zie, slechts eenmaal behandeld, namelijk op de website Goeievraag. De deelnemers gaan er daar vanuit dat de verklaring gelegen is in het feit dat noord en zuid ‘de belangrijkste windrichtingen’ zijn, en ze doen dat door bijvoorbeeld te wijzen op het feit dat die richtingen corresponderen met magnetische en geografische polen.

Ook Engelstalige websites zoeken meestal een verklaring in deze richting. Volgens mij ligt het andersom.
Lees verder >>

Het is nu eenmaal een echt meisje-meisje

Door Viorica Van der Roest
Afgelopen weekend in Trouw, in de rubriek Moderne manieren, beklaagde een zekere ‘Afknapper’ zich tegen Beatrijs Ritsema over een man met wie ze een blind date zou hebben, maar die al het initiatief aan haar liet. Hij wilde dat zij datum, locatie en tijd van het afspraakje zou bepalen. Geen goede zet van de heer in kwestie, want, aldus Afknapper: “ik ben een echte ‘vrouw’-vrouw, als u begrijpt wat ik bedoel. Ik vind dat hij de moeite moet nemen om iets voor te stellen”. Beatrijs begreep blijkbaar precies wat Afknapper bedoelde, en was het nog met haar eens ook. Dumpen die man, was het advies.
Dat ‘vrouw’-vrouwwas ik nog niet eerder tegengekomen, wel al heel vaak meisje-meisje, of gewoon zonder streepje: meisjemeisje. In mijn omgeving meestal gebezigd door vrouwen die zich tegenover hun feministische vriendinnen schuldbewust verantwoorden voor de barbies en roze jurken van hun dochter: ‘het is nu eenmaal een echt meisje-meisje’. Dat echt wordt er trouwens heel vaak voor gezegd of geschreven, alsof er nog iets extra benadrukt moet worden. Of is dat een overblijfsel van toen mensen nog gewoon zeiden ‘het is een echt meisje’, net zoals je kunt zeggen ‘het is een echte jongen’? Maar nu is dus al een tijdje die verdubbeling gangbaar. Het lijkt wel bijna alsof er een algemene categorie is, meisje, en een bepaalde afdeling van deze categorie wordt bevolkt door meisjes die graag met barbies spelen en roze jurken dragen.

Lees verder >>

Edoch: voorgewend deftig

Door Marc van Oostendorp

Ik treed af en toe op in een radioprogramma, en voor mij komt er dan altijd een weerman aan de telefoon. En die weerman zegt dan tijdens zijn weerpraatje (hij mag ook de barometerstanden zeggen en de weerspreuk van de dag, ach, was ik ook maar weerman) af en toe edoch.

Ik hoop dat iemand ooit een uitgebreide studie doet naar het gebruik van dat woord, waarover het WNT al in 1916 schreef: ‘thans bijna alleen in voorgewend deftigen stijl’. Er is waarschijnlijk in de hele geschiedenis van de Nederlandse taal nooit een groep geweest die zo goed het verschil wist tussen écht deftig en ‘voorgewend deftig’. Dus kunnen we aannemen dat er nu, bijna honderd jaar later, geen mensen meer zijn voor wie edoch een normaal woord is.
Lees verder >>