Tag: woordgebruik

De witte wijn leppende elite

Door Roland de Bonth

Een paar weken geleden brak Nicoline van der Sijs op Neerlandistiek een lans voor de historische taalkunde, die bestudeert hoe het moderne Nederlands is ontstaan uit oudere taalfasen (lees haar pleidooi hier). Wie kennis heeft van de historische taalkunde kan volgens haar met een relativerende en kritische blik naar taalregels kijken. Daarnaast geeft bestudering van de oorsprong en geschiedenis van woorden – de etymologie – inzicht in culturele en maatschappelijke veranderingen: de taal vormt een spiegel van de cultuur.

Dat wij tegenwoordig in het Nederlands veel woorden uit het Engels overnemen, bewijst dat deze taal een sterke invloed heeft. In het voortgezet onderwijs behoort Engels – naast wiskunde en Nederlands – tot de kernvakken. Bovendien is het de enige moderne vreemde taal die voor alle middelbare scholieren verplicht is. Bij een fiks aantal masteropleidingen aan Nederlandse universiteiten is het de voertaal. En wie mee wil tellen in de wetenschappelijke wereld, moet het Engels in woord en geschrift beheersen. Lees verder >>

Hartelijks

Door Marc van Oostendorp

Als er één woord tot het modern letterkundig Nederlands behoort, is het hartelijks. Ik ben het eens nagegaan in mijn e-mailcorrespondentie, en vrijwel al mijn letterkundige contacten – of ze nu hoogleraar in de Nederlandse letterkunde zijn of beginnend dichter – ondertekenen op die manier hun e-mails. En vooral: niemand anders onder mijn correspondenten doet dat. Je zou toch denken dat die letterkundigen ook bijvoorbeeld ook met andere taalkundigen in contact zijn dan alleen met mij, maar kennelijk slaat die vorm buiten letterkundige kring niet aan.

Wanneer er ooit een moord wordt gepleegd door een letterkundige, zal men de dader kunnen identificeren door de ondertekening op de dreigbrieven.

Waar komt dit curieuze verschijnsel vandaan? Lees verder >>

De vriend en ik

Door Marten van der Meulen

Een tijd geleden schreven we op het blog De taalpassie van Milfje over de vreemde discrepantie die bestaat bij het benoemen van man/vrouw-relaties (m’n mannetje vs het vrouwtje) en het vreemde gebruik van m’n mannetje voor mannelijke baby’s. Nu attendeerde mijn kamergenoot Alan Moss (lees ook vooral zijn zeer leesbare stukken over zeventiende-eeuwse reisverhalen) me op een andere vorm: de vriend en ik. Ahum, wat gebeurt hier?


De vriend

Allereerst: waar hebben we het nu eigenlijk over? Het is in principe natuurlijk heel normaal om voorkomens tegen te komen in de vorm de X en ik. De man en ik gingen samen naar binnen: dat is een prima zin, die zou kunnen bestaan. Maar het gaat hier om een specifiek type van deze constructie, waarbij je eerder het bezittelijk voornaamwoord mijn zou verwachten. In plaats daarvan komt er echter een bepaald lidwoord. Zie bijvoorbeeld deze tweet: Lees verder >>

‘Difficulteren’ zoeken met digitale methoden

Door Jan Odijk

Clariah is een groot project dat de empirische basis voor digitaal geesteswetenschappelijk onderzoek wil faciliteren. In de CLARIAH-PLUS-aanvraag (p. 8) wordt gesteld: “The CLARIAH infrastructure will increase our empirical base, options for analysing […] data, and the efficiency of research by orders of magnitude (data-intensive science).
Maar is dat ook echt zo?

Een treffende illustratie van de correctheid van deze claims wordt geleverd door Marten van der Meulen in een recente bijdrage aan Neerlandistiek.nl. Binnen een dag testte hij een vermoeden van Marc van Oostendorp over het onlangs door Geert Wilders gebruikte woord ‘difficulteren’, door het op te zoeken in meerdere corpora die de CLARIAH onderzoeksinfrastructuur de afgelopen jaren beschikbaar heeft gesteld. Lees verder >>

Taalkundige fact check: wie gebruikt het werkwoord ‘difficulteren’?

Door Marten van der Meulen

Gisteren stond er op Neerlandistiek.nl een interessant stuk van Marc van Oostendorp over een tweet van Geert Wilders, waarin deze het woord ‘difficulteren’ gebruikte. Van Oostendorp ontkracht een aantal misverstanden rond dit werkwoord. Zo is het waarschijnlijk niet afkomstig uit het Engels, want het werd al gebruikt in een tijd waarin de invloed van het Engels klein was. Daarnaast is het aantoonbaar géén neologisme dat door Ruud Lubbers is geïntroduceerd. Deze observaties zijn op zich al geweldig: ze laten zien hoe (taal)mythes blijven rondzingen, en hoe snel er naar Engelse invloed wordt verwezen, ook als dat onterecht is. Maar het boeiendste staat in de slotalinea van het stuk:

Wel is het een taalkundige aanwijzing dat Geert Wilders diep ingebed zit in een eeuwenlange traditie van bestuur en politiek, die de rest van het volk maar niet heeft weten te bereiken.

Eerder noemt Van Oostendorp dit ook al: het woord difficulteren wordt al lang gebruikt in de politiek, maar komt daarbuiten niet voor. Dat is toetsbaar: we hebben grote collecties taalgebruik van binnen en buiten de politiek tot onze beschikking. Hierbij dus een taalkundige fact check: wordt het werkwoord dfficulteren inderdaad uitsluitend in de politiek gebruikt? Lees verder >>

Appen, whappen of whatsappen – wat doet u?

Door Simeon van der Vos, Gymnasium Haganum
en Ton van der Wouden, Universiteit Leiden

Voor zijn profielwerkstuk onderzocht Simeon van der Vos via een enquête de woorden die Nederlanders hanteren om het gebruik van Whatsapp aan te duiden.

Als er een nieuw ding is, dan moet het ook een naam hebben, want je moet erover kunnen praten. Vaak ontleent het Nederlands in zo’n geval een woord aan een andere taal – computer en aids komen uit het Engels, automobiel en kantoor uit het Frans – soms wordt er een nieuw woord verzonnen – bromfiets of schouwburg (een woord dat bedacht is door Joost van den Vondel).

In 2009 is de communicatieapp WhatsApp op de markt gekomen. Het programmaatje werd in een rap tempo over de hele wereld omarmd en verdrong al snel oudere sociale media zoals SMS. Voor het gebruiken van WhatsApp heeft het Nederlands inmiddels verschillende werkwoorden, te weten whatsappen, appen en whappen, die respectievelijk in 2011, 2011 en 2012 voor het eerst zijn aangetroffen. Daarnaast zijn er nog allerlei vaste combinaties ontstaan zoals een appje sturen of een whatsappje verzenden, maar die blijven hier verder buiten beschouwing. Zoals alle nieuwe werkwoorden in het Nederlands worden whatsappen, appen en whappen regelmatig verbogen: Lees verder >>

Een Oost-Indisch dove albino in Batavia

Een nieuwe oudste vindplaats van ‘Oost-Indisch doof’

Door Annemieke Houben

Waar en wanneer de uitdrukking ‘Oost-Indisch doof’ precies is ontstaan, is niet duidelijk. Tot nu toe werd aangenomen dat de oorsprong ervan ergens in het begin van de negentiende eeuw lag. Een online zoektocht leidde echter tot twee achttiende-eeuwse vindplaatsen.

De bevolking van Oost-Indië zou zich tegenover Nederlanders nogal eens doof gehouden hebben.  Dit omdat het meegedeelde hun niet zinde, óf om langer te kunnen nadenken over een eventueel antwoord. De negentiende-eeuwse spreekwoordenspecialist P.J. Harrobomée opperde dat dit gedrag wellicht te herleiden is tot een klimaatgebonden traagheid. Lees verder >>

Ouderwets

Door Marc van Oostendorp

Taalgevoel is een mooi bezit. Er zijn veel mensen die denken het te hebben; die schrijven dan af en toe een ingezonden brief naar de krant omdat ze tussen de honderdduizenden gedrukte woorden die de krantenjongen bij hen in de bus doet ineens ‘het meisje die’ hebben zien staan en daarover vanwege hun fijnzinnige taalgevoel in toorn zijn ontstoken.

Er zijn maar weinig mensen die het taalgevoel hebben dat ik bewonder, die uit de enorme taalstroom die ons dagelijks omspoelt, steeds iets nieuws weet op te vissen. Ik heb Ton den Boon hier niet zo lang geleden al een keer bejubeld en ik blijf niet aan de gang, maar hij is dus zo iemand die je, zelfs als je je verbeeldt toch ook wel wat gevoel voor taal te hebben, regelmatig weet te verrassen.

In een nieuw boekje, Dat gaat ‘m niet worden, heeft Den Boon nu een groot aantal stukjes verzameld die hij in de loop der tijd voor Trouw schreef. In een van die stukjes schrijft hij bijvoorbeeld over de veranderende betekenis van ouderwets. Lees verder >>

dokter / arts

Verwarwoordenboek Vervolg (58)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

arts / dokter

Er is een klein verschil in gebruik. Lees verder >>

creatief / innovatief

Verwarwoordenboek Vervolg (57)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

creatief / innovatief  

De woorden overlappen deels in betekenis, maar er is wel een verschil. Lees verder >>

Het bijwoord ‘ganselijk’

Door Siemon Reker

Gans als onderstrepend woord komt zelden in het hedendaagse Nederlands voor – ook al zijn er bijvoorbeeld talige sferen zoals idiomatische uitdrukkingen die een zekere bescherming bieden waarin het bijwoord langer kan overleven. Neem bijvoorbeeld de vlieg die de ganse zalf bederft. Het wordt in de Tweede Kamer waarschijnlijk vooral aangehaald in bijdragen van de kring van kleinere protestantse partijen als ChristenUnie en SGP. De geciteerde uitdrukking met de vlieg stamt uit een bijdrage van Roelof Bisschop (SGP) waarmee hij een onderdrukte christelijke minderheid op het oog had (2 november 2016).

Ganselijk is aan de uiterlijke vorm extra zichtbaar als bijwoord (denk aan de vergelijkbare Engelse woorden op –ly) en zoals gans vooral direct gevolgd door anders zo handhaaft ganselijk zich bij uitstek in een bepaalde vastere, ontkennende sfeer. Bisschops fractiegenoot Elbert Dijkgraaf deelt op 21 april 2011 een tikje uit aan Sharon Dijksma, zijn collega van de PvdA: “Ik had toch een wat warmer, socialer hart van mevrouw Dijksma voor de kleine ondernemer verwacht. Dat mis ik ganselijk.” Dijkgraaf is dan nog geen jaar Kamerlid maar voelt zich voldoende in het Parlement thuis om dit zeldzame woord te gebruiken. Lees verder >>

Beter denken en praten over geuren in geur-kleursynesthesie

(Persbericht Radboud Universiteit Nijmegen)

Mensen die kleuren waarnemen als ze geuren ruiken zijn beter in het onderscheiden en het benoemen van kleuren en geuren dan mensen zonder deze vorm van synesthesie. Dat hebben onderzoekers van de Radboud Universiteit ontdekt.

‘De heersende opvatting was eeuwenlang dat het reukvermogen van mensen er niet echt toe doet. Bovendien zijn mensen in de westelijke wereld slecht in het benoemen van geuren’, zegt Laura Speed, onderzoekster bij het Centre for Language Studies van de Radboud Universiteit. ‘Maar er zijn wel individuen die levendige kleurassociaties hebben bij het ruiken van bepaalde geuren.’ Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als ministekker

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (18)

Door Marc van Oostendorp

Afbeelding 1. Ministeckmodel, gebaseerd op een foto van Marco Okhuizen

Werkelijk ieder aspect van ministeck (meestal gespeld als ministek), iedere associatie die je met deze puzzelvorm kunt hebben, is inmiddels wel bezongen in het werk van Ilja Leonard Pfeijffer. Het gaat – even voor de jongeren – om een spel met kleine platte vierkante plastic vlakjes op pinnetjes die je in een groter raam kunt prikken om zo foto’s of andere plaatjes te maken (zie afbeelding 1).

In een betrekkelijk vroeg gedicht van Pfeijffer wordt het gebruikt om de activiteiten van de criticus negatief af te schilderen:

maar wie zelfs nog in zijn dromen min zit te plussen
ministekken met reële consequentietjes
blijft met dubbeltjes dammen

Ministekken is met andere woorden een onnozel soort gepriegel waarbij niets op het spel staat. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als schipper tussen nooit en nimmer

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (15)

Door Marc van Oostendorp

“Wie elke vorm van geloof miskent,” stelt Eugenie van Zanten in Ilja Leonard Pfeijffers roman Het ware leven, “kan nimmer in zichzelf geloven.” Van Zanten is een van de vertellers van het boek, een vrouw van middelbare leeftijd die vanwege een enigszins geëxalteerd streven zichzelf te ontdekken afreist naar Napels en in hoofdstuk 18 (waaruit deze zin komt) in gesprek raakt met een hoogleraar die haar tot dit soort apodictische uitspraken verleidt.

Iedere verteller in Het ware leven wordt gekarakteriseerd door zijn of haar taalgebruik. Het is daarom veelzeggend dat Eugenie af en toe nimmer gebruikt. Ze schrijft in het zelfde hoofdstuk ook nog “Zo iemand zal nimmer in staat zijn een mooi verhaal te maken van zijn leven” en heeft het later bijvoorbeeld over “il Capitano, de bluffende Spaanse huurling met zijn lange fallische neus en het zwaard aan zijn zijde waarmee hij nimmer zal vechten” en over iemand “die nimmer uit zijn rol zal vallen”. Een ander personage, Berelick, gebruikt het woord een enkele keer ook, als hij brieven schrijft aan Eugenie:  “Op zijn sterfbed heb ik gezworen nimmer te sterven als hij” schrijft hij bijvoorbeeld, die zin staat zelfs op twee verschillende plaatsen in het boek.

Je zou kunnen zeggen dat Eugenie zo’n beetje geheel in het woord nimmer besloten zit. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als gebruiker van het woord ‘gezellie’

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (14)

Door Marc van Oostendorp

In hoofdstuk 18 neemt de roman Het grote baggerboek van Ilja Leonard Pfeijffer een dramatische wending: de o zo keurige psychiater verkracht de vriendin van zijn patiënt de baggeraar, onder het voorwendsel dat zij door dit toe te staan haar man uit de gevangenis kan helpen.

De omslag wordt gemarkeerd doordat de psychiater nu ineens ook schuine praatjes begint uit te slaan, of eigenlijk doordat hij twee talen mengt, de grove taal van de baggeraar (‘Babsie, geil baggerinnetje van me met je soppende baggerkut, deze jongen gaat even romantisch in je huishouden met zijn zuigstang’) en de keurige taal van de macht (‘Je hebt het volste recht te besluiten je medewerking op te schorten, daar ben je geheel vrij in, hoe betreurenswaardig ik dat ook zou vinden, met name met het oog op de benarde situatie waarin je echtgenoot zich bevindt.’) Lees verder >>

brand / vuur

Verwarwoordenboek Vervolg (35)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

brand / vuur 

Er is een betekenisverschil. Lees verder >>

Je eigen schaduw

Door Siemon Reker

In het nieuws is weer de eigen schaduw. Niet zozeer terug van weggeweest maar hoog op het lijstje van veelgebruikt idioom in de Tweede Kamer. Wilders (PVV) gebruikte het deze week driemaal in het debat na de mislukking van de eerste poging van Edith Schippers (VVD, CDA, D66, GroenLinks) in een poging uitgenodigd te worden om aan de formatietafel aan te schuiven. Maar al tweemaal eerder was het te horen in de korte zittingstijd van de nieuwe Kamer, eenmaal door Joël Voordewind (CU) en een keer door staatssecretaris Dekker.

Van Dale geeft twee omschrijvingen (“iets beter doen dan verwacht werd” en “voorbijgaan aan eigenbelang, afzien van persoonlijke belangen en gevoeligheden”) waarbij verrassend is dat voorbijgegaan wordt aan de oorspronkelijke lezing, ‘iets doen wat onmogelijk is’. Zó werd de uitdrukking ook voor het eerst in de Tweede Kamer gebruikt, door Relus ter Beek (PvdA, 7 februari 1979): “Ik ben bereid veel te geloven, zeker als het om deze Minister gaat, maar dit kan toch niet waar zijn, want hier wordt echt het kunststuk opgevoerd van iemand die over zijn eigen schaduw is heengesprongen.” Een kunststuk, kan niet waar zijn, iets onmogelijks. Lees verder >>

Gerard Reve en de dierlijke daad des mensen

Door Ton den Boon

Nationaal Archief, Den Haag, Rijksfotoarchief: Fotocollectie Algemeen Nederlands Fotopersbureau

In Reve’s brievenboek Nader tot U neemt de verteller ‘God Zelf’ uit liefde mee ‘naar het slaapkamertje’ om ‘Hem drie keer achter elkaar langdurig in Zijn Geheime Opening’ te bezitten. De beschrijving van deze sacrale vereniging met God in de gedaante van een dier leverde de schrijver een aanklacht wegens godslastering op. Maar alle publiciteit rond deze zaak zorgde er óók voor dat geheime opening vrij algemeen bekend raakte als naam voor de mannen- of liever nog jongenskont. Elders figureert geheime opening bij Reve trouwens in beschrijvingen van de heteroseksuele of althans biseksuele liefde. Zo tracht hij in een van zijn verhalen een jongeman te verleiden door hem voor te houden dat hij ‘een heel mooi, donkerblond, panterachtig Meisje’ kent dat hij ‘graag samen met jou zou bezitten, jij in haar Publieke, ik in haar Geheime Opening’. Lees verder >>

Sanskriet op de beat

De grootste woordenschat in nederhop

Door Alex Reuneker (Universiteit Leiden), Vivien Waszink (Instituut voor de Nederlandse Taal) en Ton van der Wouden (Meertens Instituut)

Op The Pudding – een onlinetijdschrift met ‘visuele essays’ – verscheen een interessant onderzoekje naar de woordenschat van Amerikaanse hiphopartiesten. De vraag was simpel: ‘Als literatuurliefhebbers Shakespeare roemen om zijn grote vocabulaire, hoe verhouden hedendaagse rappers zich daar dan toe?’. Onderzoeker Matt Daniels vergeleek van een aantal rappers 35000 woorden en gebruikte daarbij evenveel woorden uit Shakespeares werk en uit Melvilles Moby Dick als ijkpunt. Wat bleek? 50 Cent, Drake (zou ’ie nog komen?) en DMX scoren het laagst, met iets meer dan 3000 unieke (dus verschillende) woorden, maar GZA en Aesop Rock overtreffen zelfs Shakespeare (5170 unieke woorden) en Moby Dick (6022 unieke woorden) met meer dan 6400 unieke woorden. Dat bleef niet onopgemerkt; media als The Guardian en Rolling Stone berichtten erover.

Uiteraard zegt het aantal unieke woorden in een tekst niet zozeer iets over kwaliteit, maar het laat wel iets zien over de woordenschat van rappers. Dat gegeven leek ons – drie taalkundigen, onder wie één fervent hiphopliefhebber – interessant genoeg om hetzelfde te doen voor ‘nederhop’, Nederlandstalige hiphop. Lees verder >>

Spelregels?

De PvdA pleit in een campagnefolder voor ‘heldere, eerlijke spelregels’. Ook de regering vroeg in een deze week goedgekeurde participatieverklaring aan nieuwkomers om zich aan de ‘spelregels’ van de samenleving te houden. Waarom ‘spelregels’ en niet kortweg regels? Daarover gaat mijn zondagochtendminicollege van vandaag.

Gespogen

Door Marc van Oostendorp


Groot was de opschudding toen wij hier in ons uitgewoonde redactiekantoor onlangs vernamen dat de criticus Arjan Peters in de Volkskrant Frans Kellendonk “te veel gentleman [vond] om zich de straatvechtersmentaliteit van gespogen polemist eigen te maken”.

Wat betekent dat? Het blijkt inderdaad heel moeilijk te zijn om daar antwoord op te vinden, maar op het onvolprezen Meldpunt Taal meldde iemand  wijst erop dat je door naar “een gespogen” te zoeken wel wat treffers vindt, waaronder een verhaal van Herman Brusselmans:

Ze is een gespogen type voor dit soort circus, dacht Guggenheimer.

Lees verder >>

Topneerlandici

Door Marc van Oostendorp


De financieel geograaf Ewald Engelen haalde deze week in zijn Socrateslezing (en vorig weekeinde in NRC Handelsblad) fel uit naar de discipline als wetenschap: die zou nog steeds te zelfvoldaan zijn en te weinig aandacht hebben voor alternatieve opinies, in eigen kring of in aanpalende disciplines.

Op zeker moment haalt Engelen er ook een taalkundig argument bij, wanneer hij wil illustreren dat de media te veel ontzag hebben voor de economen:

Sinds 1980 hebben Nederlandse media volgens LexisNexis zo’n duizend maal het adjectief ‘topeconoom’ gebruikt. Tot aan de crisis een ruime driehonderd keer, daarna heeft een Nederlandse journalist meer dan zevenhonderd keer een econoom ‘top’ genoemd. Ter vergelijking: in diezelfde periode overkwam dat maar vijf sociologen, geen politicoloog, geen antropoloog, vijf historici, zes filosofen (waaronder Cruijff) en geen enkele geograaf.

De observaties kloppen (al moet je wel verdisconteren dat er ook meer niet top-economen werden genoemd dan geografen, dus dat de kans op een topper groter was). Topneerlandici komen in LexisNexis trouwens ook niet voor; op het internet worden Kees Fens en Tjeerd Gunning (winnaar van het Groot Dictee 1998) zo benoemd. Maar dat haalt het dus allemaal niet bij de topeconomen.

Engelens gegevens kloppen dus. Geldt dat ook voor zijn duiding? Ik denk dat daar nog wel wat meer over te zeggen valt.
Lees verder >>

De spreekwoordelijke WordPress 5 minuten installatie

Door Marc van Oostendorp

Terwijl je even niet oplet zijn de woorden alweer van betekenis veranderd. Op het Meldpunt Taal schrijft iemand:

BNR Radio meldde dat Warren Buffett zijn ‘spreekwoordelijke grote olifant’ ging schieten of geschoten had. Bij mijn weten bestaat er geen spreekwoord over het schieten van een olifant, wel van een bok. Dit wordt misschien het zoveelste voorbeeld van een taalverandering (eureka!) die begint met een vergissing: BNR verwisselde de termen ‘spreekwoordelijk’ en ‘figuurlijk’.

Wat is hier nu weer aan de hand? Er zijn inderdaad geen spreekwoorden over het schieten van grotere zoogdieren, al bestaat er wel een spreekwoordelijke olifant met een grote snuit. Betekent spreekwoordelijk inmiddels hetzelfde als figuurlijk?

Lees verder >>

Hoe vaker iemand laf zegt, hoe populistischer

Door Marc van Oostendorp


Laf is een populistisch woord. Iemand anders zo noemen suggereert dat jij heel moedig bent, en bovendien is het voor de tegenstander moeilijk zich tegen zo’n aantijging te verweren. “Nietes! Ik durf wel heel veel!” Iedere poging tot matiging kan zo makkelijk opzij worden gezet.

Wie “Wilders vindt * laf” intikt op Google vindt vele pagina’s van dingen die de PVV-leider in de loop van zijn carrière laf heeft genoemd: anoniem klagen. Balkenende. Vitesse. Tegelijkertijd is op het hele internet slechts één zaak te vinden die door Alexander Pechtold laf wordt genoemd: Wilders.

Het was in 2009 waarschijnlijk al zo. Wilders had toen getwitterd dat Turkije “een ondemocratisch, bang en laf land” was. De tweet kan ik niet meer vinden, maar Paulien Cornelisse schreef erover in een column en ontrukte het zo aan de vergetelheid.

En zo kunnen we van het gebruik van laf een goede graadmeter maken van het populisme. Hoe vaker iemand laf gebruikt, hoe populistischer. Dat valt gemakkelijk te kwantificeren. Lees verder >>