Tag: woordenschat

Stilgeboren

Door Henk Wolf

Begin 2016 kwam ik voor het eerst het woord stilgeboren tegen. Het betekent ‘doodgeboren’. Toen ik er in die tijd op googelde, vond ik een handjevol vindplaatsen. In juli 2016 schreef ik er een artikeltje over. Toen waren het er al honderddertig. Nu, in oktober 2018, geeft Google zo’n vierhonderdvijftig pagina’s waarop het woord voorkomt.

Nieuw woord

Voor zover ik dat heb kunnen nagaan, zijn alle teksten met het woord stilgeboren erin in de afgelopen tien jaar gepubliceerd en dan hoofdzakelijk in de tweede helft daarvan. In mijn woordenboeken is het woord niet te vinden. We lijken dus een gloednieuw Nederlands woord te pakken te hebben gekregen. Het is ook een woord met potentie, als je kijkt naar de naam van de stichting Stil, die foto’s maakt van doodgeboren kindjes. Lees verder >>

De eerste ouderdomsrimpels van ‘kúnst’ en ‘pluk de dag’

Door Henk Wolf

Het proberen te betrappen van nieuwe taalveranderingen (en daar dan wat over schrijven) is een hobby van me. Nou heb je taalveranderingen ruwweg gezegd in twee soorten: er kan in een taal iets bij komen en er kan iets uit de taal verdwijnen. Taalveranderingen van het eerste type zijn een stuk makkelijker te vangen dan zulke van het tweede type.

Deze week heb ik er twee keer een aanwijzing voor gevonden dat iets uit de taal lijkt te verdwijnen. Lees verder >>

dicht / gesloten

Verwarwoordenboek Vervolg (84)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

dicht / gesloten

De woorden worden door elkaar gebruikt, maar er is soms een klein betekenisverschil. Lees verder >>

Als ik praat, dan praat ik money

De hiphopste woorden

Door Vivien Waszink, Alex Reuneker en Ton van der Wouden

“Deze rappers kennen meer woorden dan Harry Mulisch”, kopte de NOS vorig jaar. Dat ging over een onderzoek van ons. Op 6 april 2017 publiceerden we namelijk een artikel over het aantal verschillende woorden dat Nederlandse rappers gebruiken in vergelijking met beroemde Nederlandse schrijvers. Harry Mulisch zou zich omdraaien in zijn graf, A. F. Th. boos: het bleef nog lang onrustig in Nederland. Dat stuk, getiteld ‘Sanskriet op de beat, De grootste woordenschat in nederhop  , was gebaseerd op een Amerikaans onderzoek naar hiphop.

Omdat het Amerikaanse onderzoek inmiddels een interessant vervolg heeft gekregen, wagen ook wij ons aan een tweede duik in de nederhop. Centraal staan deze keer woorden die typerend zijn voor Nederlandse hiphop, en dan in vergelijking met de woorden die echt nederpop zijn. Dus: komt het woord wijk vooral in nederhop voor of niet? En liefde, is dat nou meer iets voor Koos Alberts en Maaike Ouboter of juist voor Ronnie Flex en Famke Louise? In het Amerikaanse onderzoek stonden de woorden broken, heart en cried in de top 10 van ‘least hiphop words’: hoe zit dat met de nederhop? Zijn Nederlandse rappers ook niet zo van het huilen en de gebroken harten? Lees verder >>

Waarom leren kinderen nieuwe woorden?

Door Marc van Oostendorp

Een van de vele wonderlijke jaren in een mensenleven is dat tussen het eerste en het tweede jaar oud. Een kind van één kent meestal een handjevol woorden. Een kind van twee kent er heel erg veel.

Die explosie in de woordenschat wordt natuurlijk ook wetenschappelijk onderzocht: ze vormt immers misschien wel een van de sleutels van het menselijk bestaan, want door die woordenschat op te bouwen leggen kinderen de basis voor al hun latere leren. Ze roept natuurlijk ook allerlei vragen op; wat verklaart bijvoorbeeld de volgorde waarin kinderen al die woorden leren?  En wat verklaart de variatie op dit punt? Waarom leert het ene kind eerst beer en daarna graafauto en is dat voor een ander kind andersom?

Een nieuw artikel in het tijdschrift Child Development Perspectives zet de belangrijkste literatuur op een rijtje en concludeert: het kind zelf speelt een belangrijke rol. Natuurlijk is het ook belang wat de ouders bijvoorbeeld aanbieden, maar voor een groot deel bepaalt het kind zelf wat het leert, en in welke volgorde.

Lees verder >>

In de klas: woordenschat – lexicon – vocabulaire

Door Roland de Bonth

De mobiele telefoon is een zegen voor leerlingen die de betekenis van een woord niet kennen. Je gaat – bijvoorbeeld – naar www.vandale.nl, typt boven aan de pagina het onbekende woord in en geeft vervolgens de zoekopdracht. In een oogwenk verschijnt de betekenis van het woord op het scherm van je mobieltje.

Helaas is deze manier om de betekenis van een woord te achterhalen niet geschikt tijdens het Centraal Schriftelijk Eindexamen, want de mobiele telefoon is daarbij geen toegestaan hulpmiddel. Wel mag een leerling tijdens alle schriftelijke examens woordbetekenissen opzoeken in een eendelig verklarend woordenboek Nederlands of – als de kandidaat een andere taal dan het Nederlands als thuistaal heeft – een woordenboek van Nederlands naar een vreemde taal. Een steeds groter wordend probleem is tegenwoordig dat leerlingen de volgorde van het alfabet niet meer zo goed kennen – dit is immers niet nodig bij online woordenboeken. Het opzoeken van onbekende woorden kost daardoor nodeloos veel tijd, die tijdens een examen beter aan de opgaven zelf besteed had kunnen worden. Wat kunnen leerlingen en leraren hieraan doen? Lees verder >>

Nederlandse woordenschat

Door Leonie Cornips
Lopen basisschoolleerlingen die in Limburg van huis uit dialect spreken achter in hun kennis van de Nederlandse woordenschat vergeleken met hun eentalig Nederlands sprekende leeftijdgenootjes? Dankzij verschillende subsidies en samenwerking met Elma Blom van de Universiteit Utrecht proberen we (met Kirsten van den Heuij en Ryanne Francot) deze vraag te beantwoorden. In 2014 zijn 128 kinderen (73 jongens en 55 meisjes) tussen de vijf en acht jaar oud voor ons aan het werk gegaan na toestemming van hun ouders en scholen in Elsloo, Stein, Geleen, Schinnen, Puth en Doenrade. De kinderen deden hun best op de Nederlandse versie van een internationale taak die de Nederlandse woordenschatkennis van een kind bepaalt. Een studente noemt een woord in het Nederlands en het kind kiest een afbeelding uit een reeks van vier die bij het woord hoort. Deze test bestaat uit reeksen van twaalf woorden in het Nederlands waarbij de woorden per reeks steeds moeilijker worden. Daarnaast zijn dezelfde kinderen op school met een door ons ontwikkelde dialecttaak aan de slag gegaan. Deze methode bepaalt hun woordenschatkennis in het dialect. De kinderen zien een plaatje en dezelfde studente vraagt in het dialect aan het kind om de afbeelding op het plaatje in het dialect te benoemen. De dialectwoorden verschillen duidelijk van het Nederlands zoals versjet, brook, zjwaegel en veugelke. De selectie van de dertig plaatjes voor de Limburgse Woordtaak is gebaseerd op de Basiswoordenlijst Amsterdamse Kleuters die in opdracht van gemeente Amsterdam is samengesteld. Deze woordenlijst telt drieduizend woorden en is gebaseerd op overzichten van de meest gebruikte woorden in bestaande peuter- en kleutermethodes en lesmateriaal. Verondersteld wordt dat kleuters deze woorden aan het eind van groep 2 kennen.  

Lees verder >>